Gekker maakt niet creatiever

De getormenteerde kunstenaar lijdt, maar dat geeft hem ook inspiratie. Een verleidelijk beeld, maar het klopt niet, zegt psycholoog Matthijs Baas.

Matthijs Baas: „De lijdende kunstenaar is een stereotiep romantisch beeld.” Foto Lars van den Brink

Als Matthijs Baas ergens een lezing hield over creativiteit, zijn onderzoeksonderwerp, kreeg hij na afloop vaak de vraag of depressieve mensen echt creatiever zijn. Hij had daar een standaardantwoord op, vertelt hij. „Zo eenduidig is dat natuurlijk niet, zei ik dan, en dan kwam ik eerst met anekdotisch bewijs. Van de componist Schumann wordt bijvoorbeeld aangenomen dat hij een bipolaire stoornis had, en die produceerde meer werk tijdens zijn manische dan tijdens zijn depressieve episodes. En ik pakte stemming er altijd bij.” Daar had Baas onderzoek naar gedaan: bij welke stemming mensen meer en minder creatief zijn. „We weten dat vrolijkheid positief samenhangt met creativiteit en ik vond nooit een verband tussen verdriet en creativiteit.” En resultaten van onderzoek naar het verband tussen depressie en creativiteit waren inconsistent. „Heel frustrerend”, zegt Baas.

Dus heeft hij nu zelf maar een meta-analyse gedaan van onderzoek naar het verband tussen creativiteit en psychische symptomen (subklinisch, dus bij mensen die geen echte stoornis hebben), samen met collega’s uit Amsterdam, Groningen en Leiden. Mensen met meer depressieve symptomen bleken minder creatief – voor zover er al een verband is, want dat is heel klein. Manische symptomen gaan wel samen met meer creativiteit; ook dat is geen sterk verband maar wel sterker dan bij depressieve symptomen. Mad Genius Revisited noemden de psychologen hun artikel (Psychological Bulletin, 7 maart online).

Waar komt het idee eigenlijk vandaan dat gekke, depressieve mensen creatiever zijn?

„Dat vraag ik me ook af. Als je goed om je heen kijkt, zie je al dat het niet klopt. Maar het idee dat een kwetsbare mentale gezondheid een voorwaarde is voor creativiteit spreekt wel aan. Het idee leeft dat artists must suffer. De lijdende kunstenaar is een stereotiep romantisch beeld waar ook sommige kunstenaars zelf mee dwepen. De zanger Lucky Fonz III zei laatst in een interview in NRC dat hij vroeger het gevoel had dat zijn depressie bij zijn kunstenaarschap hoorde, maar dat hij later ontdekte dat dat niet zo was. Leuk dat hij het aandurfde om zijn zelfbeeld te kantelen.

„Ook in archiefstudies lees je trouwens dat beroemde schrijvers en andere kunstenaars bovenmatig veel bipolaire of depressieve symptomen hadden.”

Hoe komt dat dan?

„Tja, daarbij moet achteraf op basis van biografieën en interviews gekeken worden of iemand aan bepaalde criteria van een psychische stoornis voldeed. Dat is lastig. En dat soort observaties wordt ook altijd gedaan op basis van een heel klein aantal onderzoeksobjecten. Plus: over wie schrijf je biografieën? Misschien voldoen schrijvers die daarvoor gekozen worden eerder aan dat romantische beeld van de lijdende kunstenaar. Voor een biografie is een schrijver als Murakami, die elke dag om 6 uur opstaat om te schrijven en die daarna zijn administratie gaat doen, misschien minder interessant.”

U vindt eerder het omgekeerde van dat romantische beeld: meer depressieve symptomen, minder creativiteit. Hoe kan dat?

„Daarbij moet je eerst twee dingen bedenken. Ten eerste zijn niet alleen kunstenaars creatief. Je kunt creatief zijn in welk werk dan ook. We hebben gekeken naar alledaagse creativiteit.”

In de meta-analyse waren studies opgenomen waarin creativiteit op verschillende manieren gemeten was, variërend van taakjes waarin mensen zoveel mogelijk gebruiksmogelijkheden voor een baksteen moesten verzinnen, tot beoordelingen door managers. „ We hebben niet naar echte stoornissen gekeken maar naar de symptomen daarvan die in de gewone populatie voorkomen. Daar was meer onderzoek naar beschikbaar en je kunt het prima meten. Dingen als weinig fut en een sombere stemming hebben, komen best veel voor.”

En hoe komt het dat mensen daardoor minder creatief zijn?

„Een depressieve stemming is sterk geassocieerd met vermijdingsgedrag, net als angst. En dat vermijden gaat samen met meer rigide denken, met nauwere aandacht. Dat is in het algemeen slecht voor de creativiteit.”

Psychische symptomen die samengaan met toenaderingsgedrag en plezier zoeken, zoals manie en hallucinaties, hangen samen met meer creativiteit, concludeerde het team van Baas. En psychische symptomen die samengaan met vermijdingsgedrag, zoals angst en somberheid, hangen juist samen met minder creativiteit.

Is dat niet bijna een té mooi model? Zo sterk zijn die verbanden toch niet?

„Ja, de effecten zijn inderdaad klein. Het negatieve verband tussen depressieve stemming en creatieve stemming is het kleinste verband dat we vonden in de meta-analyse. En het positieve verband tussen manische symptomen en creativiteit was het sterkste en ook dat verklaart maar vijf procent van de verschillen in creativiteit tussen mensen. Maar creativiteit berust ook op zóveel: ervaring, kennis, cognitieve vermogens... Dat de relatie met één zo’n factor, psychische symptomen, niet groot is, dat begrijp ik dan wel. Maar ons onderzoek weerspreekt in elk geval wél de alledaagse opvatting dat een kwetsbare mentale gezondheid bijna een voorwaarde voor creativiteit is. Dat is gewoon niet zo.”

U liet zien dat mensen niet alleen creatief worden door vrij, flexibel denken, maar ook door stug doorploeteren. Is dat niet echt iets voor sombere, angstige mensen?

„Inmiddels weten we dat die ploeterroute naar creativiteit makkelijk te verstoren is. Je hebt er voldoende werkgeheugen voor nodig, genoeg tijd, niet te veel afleiding... En het probleem is dat die symptomen gepaard gaan met een reductie in werkgeheugen en concentratievermogen.”

U bespreekt drie mogelijke causale verbanden tussen psychische symptomen en creativiteit. Hoe zit dat?

„Sterke blijdschap, een van de manische symptomen, kan mensen creatiever maken. Het kan ook andersom: mensen ervaren creatief bezig zijn als positief. En er is nog een mogelijkheid: een gevoeligheid voor positieve prikkels zou tot manische symptomen kunnen leiden én tot creativiteit. Het is moeilijk te onderzoeken: je kunt mensen geen manische symptomen geven. Ik heb geen voorkeur voor een van de hypothesen, ik denk dat alle drie geldig zijn.”

    • Ellen de Bruin