Faust! Hier vijf boeken voor wie van Duitsland houdt

Denkend aan Duitsland, welk boek zou u aanbevelen? Zie hier vijf favorieten over ‘Herz und Seele’ – van de duivelse Faust via de melancholische Benjamin naar de meedogenloze Raddatz.

Detail van een cover van Goethe's 'Faust'
  • Johann Wolfgang Goethe: Faust

    roos

    ‘Faust zal tot de verwondering en de ontzetting van het publiek als een grote paddestoelenfamilie uit de grond schieten.’ Aldus Goethe in 1797 over het toneelstuk waarmee hij zich zijn leven lang zou bezighouden. Faust I werd uiteindelijk in 1808 gepubliceerd, Faust II postuum in 1832, en Duitsland zou nooit meer hetzelfde zijn.

    De legende van de geleerde die een pact met de duivel sluit, was na meer dan twee eeuwen Faustliteratuur en Fausttheater al ingesleten in de Duitse ziel. Maar het was de versie van Goethe die tot op de dag van vandaag de basis is voor opera’s, romans, films, strips en parodieën. En die Faust tot een figuur maakte waarmee de Duitsers zich konden identificeren: visionair én traditioneel, meedogend én nietsontziend, moreel hoogstaand én tot het kwade geneigd – alles onder het motto ‘Zwei Seelen wohnen, ach! in meiner Brust’.

    De Faustomanie begon in het verenigde Duitsland van Bismarck en keizer Wilhelm I, toen de behoefte aan nationale symbolen groot was en de ‘Tatmensch’ Faust werd gecanoniseerd als de belichaming van het Duitse volkskarakter.

    In de 20ste eeuw werd zijn naam zelfs een bijvoeglijk naamwoord, faustisch, waarmee vooral de grootsheid van de Duitse ambities op het gebied van Realpolitik en imperialisme werd aangeduid. Geen wonder dat Goethes Faust daarna misbruikt werd door de nazi’s en door de communisten in de DDR – om in het huidige Duitsland weer terecht te komen waar het als toneelstuk des vaderlands thuishoort: in de literatuurles op de middelbare school.

    Pieter Steinz

  • Fritz. J. Raddatz: Tagebücher 1982-2001. Tagebücher 2002- 2012.

    fritz

    Uitgever, journalist, biograaf van Tucholsky, Heine en Marx, schrijver, kunstverzamelaar, dandy, mannen- en vrouwenversierder, Porscherijder. In het naoorlogse Duitsland was Fritz J. Raddatz het allemaal. Zijn dagboeken weerspiegelen dat ‘extensief geleefde leven’, zoals hij het zelf noemde. Bij hun verschijnen werden ze ‘de sociale roman van de Bondsrepubliek’ genoemd. Bijna iedereen die er in Duitsland toe doet of deed, wordt genadeloos neergezet.

    Raddatz (1931-2015) heeft een scherp oog voor narcistische schrijvers, liegende politici, laffe hoofdredacteuren en dronken persbaronnen, die hij met veel humor en zelfspot kritiseert. Vooral Helmut Schmidt en Marion Dönhoff, zijn bazen bij weekblad Die Zeit, waar hij jarenlang chef van de cultuurbijlage was tot hij – om een foutje over Goethe – werd ontslagen, krijgen ervanlangs. Schmidt is voor Raddatz een typische modelnazi die zijn verleden heeft weggemoffeld. De kille Dönhoff heeft hem nooit kunnen overtuigen van haar weerzin tegen de nazi’s en haar banden met het verzet rond graaf Stauffenberg.

    Zijn giftigste pijlen richt hij op kranteneigenaren Bucerius (Die Zeit) en Augstein (Der Spiegel). Zij scheppen op over hun verzetsdaden onder Hitler, die er nooit zijn geweest. Miljardair Bucerius heeft voor zijn redacteuren zelfs nooit pensioenpremies afgedragen. Dat gedrag komt volgens hem voort uit de nazimentaliteit, waarmee zijn hele generatie is besmet.

    Vermakelijk is zijn kritiek op schrijvende vrienden als Günter Grass en Walter Kempowski. Ze doen niets anders dan klagen over hun vermeende gebrek aan roem en aandacht. Ze zijn alleen in zichzelf geïnteresseerd en zien Raddatz als hun slaaf, die in zijn recensies die roem moet aandragen.

    Alleen Hitlerbiograaf Joachim Fest komt er in deze ontluisterende dagboeken goed vanaf. Als conservatief is hij in alles de tegenpool van de linkse Raddatz, maar hij is eerlijk, beleefd en vooral zichzelf.

    Michel Krielaars

  • Walter Benjamin: : Kinderjaren in Berlijn rond 1900

    walter

    Als eerstejaarsstudent maakte ik kennis met het werk van Walter Benjamin. We lazen zijn beroemde Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid en begrepen daar, vermoed ik, maar weinig van. Wel was ik meteen gegrepen door zijn geheimzinnige taal, die zo anders was, zoveel poëtischer en zoveel minder academisch dan die van de meeste theoretici. Hij schreef over het ‘aura’ van kunstwerken, over ‘pure taal’, over ‘profane verlichting’, en opende daarmee de deur naar een andere werkelijkheid.

    Benjamin ontsnapt, als schrijver en als denker, eigenlijk aan iedere categorisering. Bij leven publiceerde hij maar drie boeken, maar in de jaren na zijn dood (in 1940 pleegde hij, op de vlucht voor de nazi’s, zelfmoord aan de grens van Frankrijk en Spanje) bleek zijn nalatenschap omvangrijk, en groeide hij uit tot een van de belangrijkste Duitse filosofen van de twintigste eeuw.

    Recentelijk bracht uitgeverij Vantilt een nieuwe versie van Benjamins Berlijnse jeugdherinneringen, in een prachtige vertaling van Hans Driessen. Kinderjaren in Berlijn rond 1900 is een verzameling korte stukken die Benjamin tussen 1932 en 1938 schreef vanuit Parijs. Hij vermoedde dat hij toen al definitief afscheid had moeten nemen van zijn geboortestad, en dat vermoeden bleek juist: hij zou er nooit meer terugkeren.

    Met Kinderjaren wilde Benjamin een vooroorlogs Berlijn oproepen waarvan hij wist dat het voorgoed was verdwenen. Hij wilde het ritme van de trams vangen, de donkerte van de binnenplaatsen, het licht van de gaslampen, de glans van een visotter in de Zoologischer Garten. Wie Kinderjaren leest, ziet Berlijn door de ogen van de kleine Walter, voor wie de plek een schatkist van geheimzinnigheden en zintuiglijke ervaringen was. Het is een wondermooi kleinood, vrij van ieder genre, ongrijpbaar als Berlijn.

    Niña Weijers

  • Georg Christoph Lichtenberg: Donderslagen op muziek

    georg

    Natuurlijk bestaat er geen enkel boek waardoor je Duitsland zou kunnen begrijpen. Al was het maar omdat er niet zoiets bestaat als Hét Duitsland of Dé Duitser. Wel schreef ik het boek De Duitsers zijn uitgeschakeld. Voor zover dat begrip oplevert over hét Duitse, is het erg specifiek voor één categorie inzicht, namelijk in de werkwijze van de Duitse dierenrechtenactivist die daarnaast ook nog advocaat of rechter is. Je zou mijn boek als handleiding kunnen lezen over hoe je het deze specifieke groep onmogelijk maakt een kunstenaar te misbruiken om een wet te veranderen.

    Omdat deze informatie voor de meeste lezers van deze krant waarschijnlijk weinig relevant is en ik u toch van enige nuttige leestips wil voorzien vroeg ik enkele mensen in mijn omgeving om raad, bij voorkeur enkele mensen die verstand van kunst hebben, omdat ‘de kunsten’ toch als een spiegel van een samenleving gezien mogen worden. Ieder willekeurig boek over kunst in Duitsland zou dan ook relevant zijn.

    De mooiste tip was wat mij betreft het werk van Christian Morgenstern, en wel omdat deze auteur ooit deze mooie zin schreef: ‘Wie een te hoge dunk van zichzelf heeft, verraadt daarmee dat hij nog niet voldoende heeft nagedacht.’ Ook een mooie, en mijn uiteindelijke keuze: Georg Christoph Lichtenberg. Deze geeft een schitterende beschrijving van een rij bomen: ‘wel een boom, geen boom, wel een boom’. Dit citaat staat ergens in Donderslagen op muziek, maar waar precies weet ik niet. Ik had verder kunnen zoeken, maar zie het maar als een bevestiging dat Hét Duitsland niet bestaat en dat je dat zeker niet gaat begrijpen door het lezen van één boek.

    Tinkebell

  • Rüdiger Safranski: Romantik. Eine deutsche Affäre

    rudiger

    Dat de Romantiek een Duitse aangelegenheid zou zijn, werd niet door iedereen geloofd toen Romantik van Rüdiger Safranski verscheen, maar voor ons doel kan het geen kwaad ervan uit te gaan dat het zo is. Met enige overdrijving kunnen we stellen dat de Romantiek de prins is geweest die Duitsland wakker heeft gekust. Duitsland is dat grote Romantische land, het land dat in de negentiende eeuw van een verzameling staten en staatjes na de eenwording uitgroeide tot de modernste natiestaat van Europa. Maar het is ook het land van Dichter und Denker, zoals het zichzelf graag noemt.

    Dat het later het land van Richter und Henker, rechters en beulen, is geworden is dan wel niet de schuld van de Romantiek, al denken sommigen daar anders over, maar helemaal ongeschonden komt die er toch niet vanaf. ‘Voortzetting van de religie met esthetische middelen’, zo betitelt Safranski de Romantiek.
    Het is een zeer Duitse geesteshouding met een voorliefde voor het donkere en dromerige, dat op vermeende tradities leunt of er juist niets mee te maken wilde hebben, die een Wagner maar ook een Nietzsche heeft voortgebracht, die aan de wieg heeft gestaan van zowel de kneuterigheid van de Biedermeier als de superieure ironie van Heinrich Heine en het verwarrende universum van E.T.A. Hoffmann.

    De Romantiek bleek nog springlevend te zijn toen in de jaren zeventig de studentenrevolte de Bondsrepubliek op zijn grondvesten deed schudden. Wie het hedendaagse Duitsland wil begrijpen wordt aangeraden kennis te maken met haar Romantiek. Dat kan, dankzij Rüdiger Safranski’s Romantik. Eine deutsche Affäre.

    Allard Schröder

    • onze boekenredactie