Column

Donald Trump en Amerika’s terugtocht

Hij koerst af op de Republikeinse nominatie voor ’s werelds machtigste ambt, maar men blijft Donald Trump onderschatten. Vanwege minachting voor moslims en Mexicanen en witte plekken in zijn topografie is de teneur: wil die malloot naar het Witte Huis?

Toch kan de pret ons nog vergaan. Trump mag een opportunistische schreeuwlelijk zijn, hij heeft nagedacht over Amerika’s plaats in de wereld. Zijn visie spreekt aan bij de witte Amerikaanse onderklasse. Trump vindt dat Amerika te weinig overhoudt aan de internationale liberale orde die het na WOII opbouwde – met instellingen zoals de NAVO of de VN. Hij schijnt bereid die orde en dus bondgenoten in Europa of Azië in de steek te laten. Zijn slogan ‘Make America great again’ staat niet voor een sterke rol in de wereld, maar voor Amerika’s terugtocht. Het zijn geen oprispingen.

In een essay op Politico toont Thomas Wright (Brookings) dat Trump al 30 jaar consistent is qua buitenlandpolitiek. Steeds stelt hij dat Amerika’s bondgenoten meer moeten betalen voor hun veiligheid. Hij meent dat Amerika wordt uitgelachen omdat het Japan gratis verdedigt. Al jaren neemt Trump Zuid-Korea op de korrel; het land moet beschermgeld ophoesten. In 1988 zei hij dat Koeweit een kwart van zijn olie-inkomsten aan de VS moet afstaan, „want dankzij ons kunnen ze het verkopen”. Enkele jaren geleden schreef hij: „Onze NAVO-troepen terugtrekken uit Europa zou ons land jaarlijks honderden miljoenen dollars besparen. Dat geld kunnen we beter besteden.”

Ook in deze campagne klaagt hij dat Duitsland militair te weinig doet. Bondgenoten, zoals Nederland, hoeven dus niet op hem te rekenen. Daarentegen krijgt Trump grote lof uit Rusland; Poetin noemde hem briljant. Omgekeerd zei Trump dat hij „just fine” met de Russen overweg zou kunnen. In China ziet hij vooral een economische concurrent; over de Chinese machtsaanspraken in Azië – de sluimerende Chinees-Japanse zeeoorlog – maakt hij zich minder zorgen. Ver van huis immers. Een president Trump zou met Moskou en Beijing deals willen en kunnen sluiten: economisch voordeel voor hem in ruil voor geopolitiek voordeel voor Poetin of Xi. Dat zal Estland en Japan zenuwachtig maken – en niet lang daarna ons ook. Zulke rauwe opvattingen zijn we uit Amerikaanse mond niet gewend.

Toch heeft het land altijd een isolationistische, realpolitieke onderstroom gekend. Wright wijst erop dat dit geluid voor het laatst is vertolkt door de Republikeinse senator Robert Taft: die was tegen inmenging in de Europese oorlog van 1939 en tegen de NAVO-oprichting. Als presidentskandidaat werd hij meermaals binnen zijn partij verslagen, in 1952 door winnaar Dwight Eisenhower. Sindsdien heerst binnen de Washingtonse elite consensus over het uitgangspunt: Amerika heeft een leidende rol in de wereld. Het debat gaat over de invulling binnen dat kader.

Als deze verkiezingsstrijd uitdraait op Clinton tegen Trump moeten de Amerikaanse kiezers beslissen of ze dat kader nog willen. Niet: wel of geen Irak, wat te doen met Syrië of Rusland? Maar fundamenteler: ziet u uw land als leider van de vrije wereld en hoeder van de internationale orde? Of vindt u de prijs te hoog en trekt u zich terug – het speelveld aan anderen latend? Clinton vertegenwoordigt de internationalistische hoofdstroom; tekenend is dat Robert Kagan, ideoloog van Amerika als supermacht tijdens Bush jr., recent meldde voor haar te zullen stemmen. Hij zal niet de enige zijn. Trump, géén clown, vertegenwoordigt de isolationistische onderstroom, die in jaren niet zo sterk was. Alleen dat al moet ons aan het denken zetten.