Opinie

    • Piet van Reenen

De Politiecolumn: waarom agenten elk jaar duurder worden, net als ballerina’s

Er was eens een Amerikaanse mecenas die een balletgezelschap subsidieerde en zich na verloop van tijd licht verbolgen afvroeg hoe het kwam dat hij elk jaar meer moest bijdragen. De toen jonge econoom Baumol ging dat voor hem na. Oorzaak: de geringe stijging van de productiviteit van het balletgezelschap – eigenlijk was die nul - ten opzichte van die in de industrie en de landbouw.

Die stijging elders, mogelijk gemaakt door investeringen, leidden tot loonstijgingen in die sectoren, loonstijgingen die in delen van de dienstensector waar de productiviteit mensgebonden bleef, niet mogelijk waren. Maar de ballerina’s moesten toch eten en wonen. Ze werden dus elk jaar duurder voor de mecenas of voor de toeschouwers. De kostenziekte van Baumol was geboren.

Ook de politie lijdt aan die ziekte. Veel van het werk van de politie is mensgebonden en laat zich niet of slecht automatiseren. Met trajectcontroles lukt dat uitstekend, maar met een onderzoek naar een moord of een bemiddeling van een burenruzie niet. Onderdelen zijn zelfs mens intensiever geworden. Ik heb een aantal jaren geleden een verkennende berekening gemaakt van het verschil in kostenontwikkeling tussen de politie en het bedrijfsleven exclusief de dienstensector. De uitkomst toen was dat de kosten van de politie in zestien jaar tijd verdubbelden. Je zou die berekening nauwkeuriger moeten overdoen om te zien of die orde van grootte klopt, maar dat het verschijnsel optreedt wanneer productiviteitsgroei in bedrijven blijft toenemen, staat wel vast.

Het gevolg is dus dat de politie elk jaar duurder wordt, ook al komt er geen agent bij. De begroting groeit ieder jaar. Dat perspectief is op den duur politiek erg onaantrekkelijk ook buiten bezuinigingsperioden: jaar op jaar moet meer geld aan de politie besteed worden, zonder dat dat tot meer of betere prestaties leidt. Zeker wanneer ook nog de vraag naar meer veiligheid luider opklinkt en toeneemt, ontstaat een lastig probleem voor regeringen: het budget neemt toe maar er wordt niet meer gepresteerd.

Geüniformeerde gemeentelijke toezichthouders – BOA’s – die naarmate de politie minder actief is op straat meer taken van de politie overneemt, lijken een oplossing. Het aantal ervan groeit, hun belang binnen gemeenten neemt toe. Het rapport “Stadshandhavers” van vorig jaar van de Radboud universiteit doet daarvan verslag. Naar aanleiding van een bericht in het AD op 3 maart jl over geweld tegen gemeentelijke toezichthouders beloofde de minister van V&J de mogelijkheid van verdere bewapening van BOA’s te bekijken, aldus het AD.

Baumol is ook voor de groei van het BOA wezen interessant. Gemeentelijke toezichthouders drukken de kosten van politiezorg. De toelatingseisen zijn lager, het opleidingsniveau ook en de overhead is minder. Hetzelfde verschijnsel treedt ook al een aantal jaren op in de zorg: dure thuiszorg wordt vervangen door goedkopere hulp. En als je heup vervangen is door een kunstexemplaar ga je de dag daarop met krukken naar huis, of als dat helemaal niet lukt ga je naar een zorghotel. Het voortdurende budgettaire belang van het drukken van kosten maakt deze beweging tot een krachtige. Kostendrukken is dus een standaard reactie op de kostenziekte. Overheveling van politietaken naar goedkopere werknemers lijkt dus een alternatief voor een overheid die de politieke last ven de oplopende budgetten niet wil dragen. Hoe lang dat een zinnig alternatief blijft is de vraag: bewapening en uniformering - bewegingen die nu gaande zijn - zijn de eerste stappen op de weg naar een streven naar gelijkwaardigheid van BOA’s met “echte” politiemensen. Soms is dat een effect van een lange vakbonds- of emancipatiestrijd waarin de sterke politiebonden een belangrijke rol spelen. Die richten zich ook meer en meer op deze categorie ambtenaren. De bonden hebben aparte afdelingen voor BOA’s.

Soms helpt een crisis. In Frankrijk zijn sedert de aanslagen van vorig jaar gemeentepolitieambtenaren en toezichthouders in het openbaar vervoer met vuurwapens uitgerust. Welk beter argument voor gelijkheid in bevoegdheden en rechtspositie kun je je wensen? Pepperspray en wapenstokken zijn het begin van de weg die leidt tot uitbreiding van de “gewone” politie. Het kostenvoordeel verdwijnt dus op korte of lange termijn. Bovendien geldt de wet van Baumol ook voor BOA’s. Ook zij worden ieder jaar duurder.

Er is een tweede meer politiek effect van de BOA ontwikkeling. BOA ontwikkeling onttrekt de kostenziekte aan het zicht: gemeentelijke toezichthouders en andere BOA’s komen voor op gemeentelijke begrotingen, of op begrotingen van ministeries. Kostenverhogingen op het geheel aan politiezorg en toezicht (inclusief toezicht door BOA’s) worden aan het zicht onttrokken doordat de kosten op verschillende begrotingen staan. Een discussie over de groei van dat totale budget wordt zo vermeden. De veiligheidszorg in haar geheel kan zo minder betwist groeien, dan wanneer die zorg zou moeten worden bekostigd uit een landelijke politiebegroting. Het is vooral een optisch voordeel waarvan de vraag is hoe sterk het is. Eenvoudiger is wellicht om het effect van de kostenziekte duidelijk te maken en haar vervolgens als een logische consequentie van groei te accepteren. Politiezorg wordt gewoon elk jaar duurder, tenzij je de productiviteitsgroei stopt. Zo heeft elk voordeel zijn nadeel.

Piet van Reenen was politieman, onderzoeker, directeur van de Politieacademie en hoogleraar Politie en Mensenrechten. De Politiecolumn verschijnt wekelijks en wordt afwisselend geschreven door politiedeskundigen.

 

    • Piet van Reenen