Opinie

    • Jutta Chorus

Claus is reuze meegevallen

Over zijn huwelijksdag zei prins Claus tegen W.L. Brugsma: „Het was een heel moeilijke tijd die alleen te doorstaan was door hetgeen tussen mij en mijn vrouw bestond.” Het waren maar rookbommen die de Provo’s gisteren vijftig jaar geleden ontstaken, maar ze veroorzaakten veel rook. Zeker voor iemand die in een symbolenwereld leeft, zoals een kroonprinselijk paar. Claus trok zich de kritiek aan. „Wie ben je dat je je verbeeldt met de kroonprinses van Nederland te kunnen trouwen? Je bent eigenlijk een nobody”, zei hij in 1986 toen hij was opgekrabbeld van een depressie.

Het was dus een grote opluchting toen Claus in 1998 na afloop van een bezoek aan de Amsterdamse Westerkerk een man ontmoette: „Meneer Claus, ik heb op uw bruiloft een rookbom gegooid. Als ik geweten had wie u was, had ik het niet gedaan.”

„Dat is aardig van u”, antwoordde Claus.

Hofdame Miente Boellaard stond erbij. „Dat loste iets op”, zegt ze. „Het verzachtte het geleden verdriet. Je weet niet hoeveel zo’n voorval goedmaakt.”

Wie was de man bij de Westerkerk? En wat is er over van zijn woede over de monarchie, over het oorlogsverleden van Claus – die in het laatste oorlogsjaar in de Wehrmacht vocht? Ik zoek zeven Provo’s van toen op.

„We waren uiterst jong, onervaren”, zegt Han Schook, die de aanval met de rookbommen voorbereidde. „Het irriteerde ons dat de kroonprinses uitgerekend die Duitser uitzocht, maar hij bleek een goede man te zijn.”

Roel van Duijn was op de huwelijksdag „onderdeel van het veelkoppige monster Provo”. In 1985 kwam hij prins Claus tegen op een bijeenkomst van de Bouw- en Houtbond FNV. „Ik zei: ‘Ik heb u verkeerd beoordeeld en dat spijt me. De actie was niet tegen uw persoon gericht.’ Hij bedankte me. Bij zijn begrafenis ben ik langs de route gaan staan.”

„Hij was progressief”, zegt Provo-leider Hans Metz. „Hij is reuze meegevallen.” Drie anderen vinden dat ook.

Activist Janhuib Blans kwam de prins vijf jaar later tegen op een dag van de ontwikkelingshulporganisatie NCO, waarvan Claus voorzitter was. „Ik zei: ‘À propos, ik ben de gast die op je huwelijksdag pamfletten in je boot gooide.’ Hij reageerde ontspannen, tutoyeerde me. ‘Ik vind dat we gelijk hadden met ons standpunt tegen de monarchie, maar ik heb je verkeerd ingeschat.’ Hij tikte me op de linker schouder en zei: ‘Andere tijden’.”

De man van de Westerkerk heb ik niet teruggevonden, wel opvallend veel mildheid. Ze hebben de volkswoede achter zich gelaten en zijn in meer of mindere mate van gedachte veranderd. Overtuigd door de feiten. Dat biedt hoop voor alle boze burgers van nu.

    • Jutta Chorus