Blinde loting voor populaire scholen is een goed idee

Dat iedereen gelijke kansen heeft op toelating tot populaire scholen is eerlijk. Dat de dubbele achternamen uit Kralingen het niet prettig vinden, is pech, zegt Michelle van Dijk

Harry Mulisch beklaagde zich ruim tien jaar geleden over het toelatingsbeleid van een gymnasium: voor zijn zoon was geen plaats op de school vanwege het postcodebeleid. Een tikje elitair, nietwaar? In Rotterdam gaan we nu loten in drie rondes en de VVD steigert zoals Mulisch deed. Maar zo slecht is het nieuwe systeem niet.

Achtste groepers schrijven zich in bij de school van hun eerste keus. Als die school vol is – dat gaat snel bij gymnasia, maar ook bij kleinschalige mavo-scholen – vindt een loting plaats. Ben je uitgeloot? Dan schrijf je je in ronde 2 in bij een andere school en dat kan nog één ronde, tot eind mei. Scholen kunnen enkele leerlingen al direct een voorrangsplaats geven, bijvoorbeeld broers en zussen, verder is het een blinde loting.

En dat is er zo mooi aan: je kans op een gymnasiumplaats is niet groter omdat je een dubbele, Nederlandse achternaam hebt en/of in Kralingen woont. Gebeurde dat dan? Men zegt van wel. Tot vorig jaar mochten scholen zelf bepalen op basis waarvan zij leerlingen toelieten of afwezen: geen loting, maar een schifting.

„De leerling is een nummer geworden”, schrijven Maarten van de Donk en Jurjen de Klerk nu op de Rotterdamse VVD-site. En ja, dat klopt: de school kent de leerling nog niet bij de blinde loting. De school kiest de leerling niet. Die keuze zou namelijk altijd pervers zijn: kiezen we op postcode, achternaam, opleidingsniveau van de ouders? Het alternatief van de VVD luidt dan: „Het is logischer om flexibel met de capaciteit van een school om te gaan.” Een school die groeit of krimpt, moet ook in personeel en locatie groeien en krimpen. De lumpsum (het geld dat een school krijgt) wordt op het aantal leerlingen gebaseerd en kan dus fluctueren. Het kan een enorme strop zijn als je een halve klas groter wordt; want dan geef je jarenlang met volwaardig betaalde docenten les aan een halve groep.

Een school heeft bovendien ook nog een eigen visie op onderwijs. Misschien wil een school kleinschalig blijven, misschien horen deze docenten en dit gebouw echt bij deze school – schuif je dus met docenten, klassen en locaties, dan morrel je aan wat een school eigen maakt, en dat is precies waarom leerlingen en ouders die school op nummer 1 hadden.

Een prima systeem dus, alleen jammer voor de Mulischiaanse elitetroepen die dachten met hun achternaam binnen te kunnen komen. Het enige minpunt: er is pas eind mei zekerheid over de nieuwe eerste klassen. Laat de inschrijvingen iets eerder beginnen en iets sneller afgerond zijn. Dat geeft rust en ruimte. Zorg voor goede voorlichting over de aanmelding (je moet nu een hele studie doen om de procedure te begrijpen). Tot slot VVD, kies je woorden iets preciezer: een populaire school is niet per definitie een goede school en leerlingen zijn geen klanten. Zelfs Mulisch zou daar afgehaakt zijn.