Bewoners KNSM-eiland willen geen megaschepen

Stank, vervuiling en een verpest uitzicht. Daarvoor vrezen KNSM-eilandbewoners bij de komst van drie nieuwe steigers.

Beeld van de nieuwe situatie. Rechts in geel de 14 meter breedte van het woonblok; links hoeveel maal 14 meter de boten. Beeld uit pamflet actievoerders

In café Kanis en Meiland is het leven goed. Uit de speakers klinkt Nina Simone, de eerste lentezon schijnt voorzichtig op het terras aan het water. Maar, een poster op de deur verraadt het al, there is trouble in paradise. De architectuurtekening toont een onheilspellend toekomstbeeld van het KNSM-eiland, als de plannen voor de aanleg van drie steigers voor megaschepen doorgaan.

„Ik kwam hier wonen voor de schone lucht. Nu voel ik me verraden”, zegt buurtbewoner Eric Petzinger. Samen met ruim 560 anderen tekende hij een online petitie tegen de plannen. „Straks is hier een parkeerplaats voor mammoetschepen, terwijl deze buurt een woonfunctie heeft.”

Want dit is er aan de hand: eind 2015 kreeg het Havenbedrijf Amsterdam een vergunning van stadsdeel Oost om drie aanlegsteigers te bouwen aan de IJ-kant van het eiland, dat uitkijkt op Noord. Hier zouden twaalf megaschepen à 135 meter lang dwars op de kade kunnen aanleggen. En dat is, zeg maar, iets anders dan een sloepje voor de deur. „Straks zie je hier alleen nog grijs, zwart staal”, zegt buurtbewoner Menno Meijer, die met Petzinger en tien andere omwonenden in het actiecomité zit.

Waarom wil het Havenbedrijf dat de steigers juist hier komen? Een woordvoerder laat weten dat er „geen alternatief” is, omdat dit de enige plekken in de omgeving zijn waar vrachtschepen volgens het bestemmingsplan mogen aanmeren. Dat gebeurde tot nu toe alleen nog parallel aan de Surinamekade. Dat de schepen straks dwars komen te liggen, als een vloot Titanics, is „om de veiligheid te verbeteren”, aldus de woordvoerder.

„De rotzooi van boten en schepen die er nu zijn is mooi, en hoort bij de buurt. Maar de industrialisering van woongebied vind ik raar”, zegt Meijer. Tegenstanders van de steigers vrezen overlast op het gebied van lawaai, lichthinder, stank en uitstoot. „Eén zo’n schip staat gelijk aan een aantal flinke vrachtwagens”, zegt Meijer. Volgens de woordvoerder van het Havenbedrijf komt „door de wijze van afmeren de machinekamer en uitlaat op ten minste 110 meter van de kade te liggen.”

Daarbij zijn volgens Meijer de omwonenden onvoldoende geïnformeerd. „De vergunning is stilletjes aangevraagd. Ik ben enorm geschrokken toen ik voor het eerst van de plannen hoorde.” De woordvoerder van het Havenbedrijf verwijst naar twee informatieavonden in december en april, die plaatsvonden na de vergunningtoewijzing.

Petzinger en Meijer verlaten het café om te laten zien waar het nou om gaat. Op straat is het onderwerp het gesprek van de dag: onderweg komen ze buurvrouw Carmen Salvador tegen, die de plannen „absurd” noemt. „Ik word nu al regelmatig wakker van brullende scheepsmotoren en dieseldampen.” „Kijk”, zegt Petzinger, en hij wijst over het water. „Dit is het laatste stukje open IJ. Dit is een uniek deel van Amsterdam.”

Een woordvoerder van stadsdeel Oost laat weten dat een onafhankelijke commissie momenteel de bezwaarprocedure van de tegenstanders beoordeelt. „Overigens waren er ook bewoners op de informatieavond die de plannen geweldig vonden. Die zeiden: ‘Hiervoor zijn we aan het water komen wonen’.” Het actiecomité is niet overtuigd: 23 maart organiseren ze een bijeenkomst.