Opinie

    • Maarten Schinkel

Wie draait op voor de schuldenberg?

‘Er zijn weinig onderwerpen belangrijker voor de toekomst van onze economie, en die van elk ander land, dan de mate van productiviteitsgroei.” Oké, dit was een zin om onmiddellijk bij af te haken, maar wacht even. Die zin is namelijk heel erg waar. En heel erg opwindend. Hij werd afgelopen weekend uitgesproken door Stanley Fisher, een bestuurslid van de Amerikaanse centrale bank.

Productiviteit staat in wezen gelijk aan de mate van welvaart. Een productiviteitsstijging staat daarmee gelijk aan een welvaartsstijging. En omdat die productiviteitsstijging nu al decennialang naar beneden helt, is het zoeken naar de oorzaak daarvan in volle gang. Want hoe moet het verder met de samenleving als onze welvaart nog maar mondjesmaat toeneemt? Misschien is het huidige tijdperk van lage groei en lage inflatie inderdaad structureel. En worden, als de koek niet langer groeit, verdelingsvraagstukken, sociale mobiliteit en ongelijkheid zichtbaarder.

Claudio Borrio, de hoofdeconoom van de Bank voor Internationale Betalingen, stelde zondag in het nieuwe kwartaalbericht van de bank dat de opbouw van schulden in de afgelopen decennia, en dan vooral aan de vooravond van 2007, een van de boosdoeners is. Er is, door de financiële zeepbel, te veel geld verkeerd geïnvesteerd, in sectoren waar de productiviteit achterbleef of non-existent bleek. Bijvoorbeeld vastgoed of financiële waarden.

Anderen, zoals de Amerikaanse econoom Robert Gordon, hameren er al jaren op dat we wel dénken dat er allerlei nieuwe uitvindingen zijn, maar dat die eigenlijk nog steeds voortborduren op een vorige innovatiegolf in de elektronica waarvan het effect al vrijwel is uitgewerkt. En er is geen nieuwe golf van innovaties voor in de plaats gekomen. Zie Gordons nieuwe boek The Rise and Fall of American Growth.

Daarop aansluitend is er de theorie, bijvoorbeeld uitgewerkt in Between Debt and the Devil van Adair Turner, dat we steeds hogere schulden nodig hadden om de welvaartsgroei kunstmatig vol te houden, terwijl daar in de reële economie al lang geen aanleiding meer voor was.

Afnemende productiviteit werd verdoezeld met hogere schulden en speculatie, en die leidden tot onevenwichtige verdeling van kapitaal waardoor de productiviteit weer verder afnam. Wie weet. Productiviteit, de moderne Heilige Graal van de economie, is nog niet afdoende verhoord als hoofdverdachte van de crisis.

Maar intussen neemt als gevolg van de afnemende groei de kloof tussen jongere en oudere generaties toe, waarbij de eersten bovenproportioneel dreigen op te draaien voor de verworvenheden van de laatsten. De Britse krant The Guardian deed deze week onderzoek (helaas niet voor Nederland) naar de inkomenskloof tussen de generaties, en met name de achterblijvende ‘Millennials’. De resultaten zijn niet mals.

Er is niet veel fantasie voor nodig om te concluderen dat jongeren veel meebetalen aan ouderen, en tegelijkertijd langer financieel afhankelijk van hen blijven. En die afhankelijkheid geeft de oudere generaties dan weer de macht terug die zij hún ouders nog wisten te ontfutselen in de jaren zestig. Jong zijn is niet makkelijk als de economische spiraal naar beneden wijst.

    • Maarten Schinkel