Theater Utrecht wordt open huis

Na een moeilijke tijd kan Theater Utrecht weer vooruitkijken. ‘Frankenstein’ wordt de komende periode het klapstuk.

Artistiek leider Thibaud Delpeut. Foto Jenneke Boeijink

Toen Thibaud Delpeut (37) in 2013 aantrad als nieuwe artistiek leider van, toen nog, De Utrechtse Spelen, stond hij voor een grote uitdaging. Hij moest een schuld van bijna een miljoen van zijn voorganger Jos Thie inlopen, en een inhaalslag in de door de subsidieverstrekker geëiste prestaties maken. Inmiddels is het tekort volledig weggewerkt en kan het gezelschap na 2017 weer dromen van artistieke uitbreiding en vernieuwing. De aanvragen voor landelijke en gemeentelijke subsidies voor die periode zijn nu de deur uit, en Delpeut licht de plannen toe. „Maakbaarheid, van de mens en de samenleving, staat in onze plannen centraal.”

Opvallend is de komst van Casper Vandeputte (30) als vaste huisregisseur. Bij Theater Utrecht gaat hij drie voorstellingen maken, waaronder Nietzsche, een monoloog voor Vincent van der Valk in de grote zaal, en het locatieproject De eeuw van mijn grootvader, over de internering van zijn opa in Kamp Amersfoort.

Samen met Delpeut neemt hij de programmering van de Paardenkathedraal op zich, de kleine zaal van het gezelschap. Het gebouw was bezit van Theater Utrecht, dat het als gevolg van de schuld moest verkopen, maar het nu dankzij een huurconstructie weer kan bespelen. Hier ontstaat straks, in een zaal voor 200 man, ruimte voor verdiepingsprogramma’s als Wild Horses, voor reflectie en debat, en Major Tom, waarbij theatermakers samenwerken met musici.

Delpeuts doel is om er in 2020 honderd avonden per jaar open te zijn. „Het moet een open huis worden, waar kunstenaars en publiek elkaar ontmoeten. Toeschouwers kunnen repetities bijwonen en aanschuiven bij het eten.”

In de Paardenkathedraal wordt in de regie van Vandeputte ook een feuilleton gepresenteerd, gebaseerd op Lodewijk de Boers theatervierluik The Family uit begin jaren zeventig, waarvan elke twee weken een nieuw deel in première gaat. Delpeut: „Dat is een heel erg goed stuk, dat in Nederland veel te weinig gespeeld wordt. We vinden het interessant om in deze tijd aandacht te besteden aan die krakersscene. Wat is er over van het toenmalige idealisme?”

Delpeut studeerde klinische psychologie voordat hij regisseur werd, en kiest zijn repertoire (Kane, Camus, Norén) nadrukkelijk voor een theatrale sectie op de menselijke ziel. De afgelopen jaren verdiepte hij zich intensief in het inktzwarte universum van de Britse toneelschrijver Sarah Kane. Hij bracht drie van haar stukken en sluit dat onderzoek in de periode 2017-2020 af met de enscenering van haar gruwelijkste stuk, Cleansed.

Na Kane volgt een focus op toneelschrijver Bernard-Marie Koltès, die zich meer richt op de rafelranden van de maatschappij. Delpeut regisseert het stuk Westkaai (1985), over een groep ontheemden in een hangar aan een rivieroever. Die maatschappelijke materie diept hij verder uit met Personencirkel 3.1 van Lars Norén, over de wereld van zwervers, junks, en dolenden. „De overheid kleedt de zorg uit, de opvang verdwijnt, en we krijgen er een nieuwe onderklasse bij met zijn eigen – ook psychische – problemen. De verwarde persoon komt terug in het straatbeeld. Daar wil ik voorstellingen over maken.”

Klapstuk in de nieuwe periode wordt Delpeuts regie van Mary Shelleys gruwelklassieker Frankenstein (1831). Die roman past, aldus Delpeut, naadloos binnen een eigentijds filosofisch vraagstuk: „Stel, we konden de mens opnieuw uitvinden, hoe zou die eruitzien?” Frankenstein verbeeldt ook goed het dolen van de moderne mens. „We zijn allemaal op zoek naar een schepper: iemand die richting geeft, en die we ter verantwoording kunnen roepen.” De roman is een logische volgende stap in zijn oeuvre, zegt Delpeut. „Ik heb op toneel steeds geprobeerd de mens te ontleden. Met Frankenstein maak ik een omgekeerde beweging: nu zet ik een nieuwe mens in elkaar.”