‘Tefaf moet nodig afgestoft’

De Tefaf is bezig met een professionaliseringsslag. Dat is hard nodig, vinden sommige handelaren.

Het opbouwen van de Tefaf, de kunst- en antiekbeurs in Maastricht. foto katrijn van giel

Niets dan lof oogstte The European Fine Art Fair in Maastricht altijd. Vol zelfvertrouwen afficheert Tefaf zich dan ook als „’s werelds belangrijkste kunstbeurs, die de standaard zet voor uitmuntendheid”. Des te verrassender is het om te horen hoe genuanceerd deelnemende handelaren over de beurs oordelen.

Deze krant vroeg vijftien handelaren die veelvuldig aan de kunst- en antiekbeurs hebben deelgenomen naar de huidige status van de beurs. Naast deelnemers die spreken over „de Olympische Spelen van de kunstmarkt”, zijn er ook handelaren die zeggen: „Tefaf moet nodig afgestoft.” Of: „De sleet zit er duidelijk op. De beurs is in de vorige eeuw blijven hangen.”

Zelfs handelaren die hoog opgeven van het evenement, oordelen dat de organisatie de kwaliteit van het deelnemersveld het afgelopen decennium „misschien scherper had moeten bewaken”. Een paar klachten: „In Maastricht staan te veel handelaren met tinnen potjes en pannetjes en middelmatige moderne kunst.” En: „Je hebt zwakke broeders die niet altijd topkwaliteit brengen en saaie stands maken.”

Het beursbestuur, met negen handelaren aan boord, lijkt doordrongen van de noodzaak tot vernieuwing. Onder de nieuwe voorzitter Willem van Roijen waren vorig jaar al opvallend veel wijzigingen zichtbaar. Het nieuwe en met afstand jongste bestuurslid Hidde van Seggelen (43), een in Londen gevestigde galeriehouder, mocht een grote verkooptentoonstelling met hedendaagse kunst organiseren. Het selfservicerestaurant met sandwiches en soep was vervangen door kreeften- en oesterbars en ook de indeling had een upgrade ondergaan.

Die lijn van innoveren is doorgetrokken. Vorige maand werd bekend dat Tefaf in New York twee satellietbeurzen begint. Een initiatief waarvoor het eigen vermogen van de stichting is aangesproken, want om een plek in de New Yorkse kunstagenda te bemachtigen, zijn twee bestaande beurzen uitgekocht.

Voor de deelnemende handelaren in Maastricht kwam die aankondiging als een verrassing. Dat de beurs onder voorzitter Willem van Roijen en de in mei aangetreden directeur Patrick van Maris een actievere koers vaart, is evident. Zo kregen de handelaren in oktober een nieuw deelnamecontract in de bus. Geen eenvoudig contractje meer, zoals in het verleden, maar een elf pagina’s tellend document met vele verboden en verplichtingen, en de boodschap dat aan eerdere deelname, „hoe vaak ook”, geen enkel recht kan worden ontleend.

Een boze deelnemer van het eerste uur stuurde het contract naar de krant. Zijn toelichting: „Ik lees dit als een eerste stap om de beurs uit te dunnen. Volgens mijn advocaat was dat met het oude contract juridisch moeilijk.”

Schoon schip

Dat heeft hij goed aangevoeld, blijkt uit een vraaggesprek met Van Roijen in het deze week verschenen kunsttijdschrift Collect. Daarin zegt de voorzitter dat de beursorganisatie zich al tijden ergert „aan handelaren die niet meer op Tefaf-niveau presteren”. Van Roijen: „Tot voor kort hadden we weinig wapens om daar schoon schip mee te maken. Dit jaar hebben we nog niemand geweigerd. Maar de kentering is ingezet, we gaan harder optreden.”

Meer deelnemers verbaasden zich over de nieuwe verbintenis. Een Nederlandse deelnemer rept van een „wurgcontract”. En de Londense handelaar in oude meesters Peter Matthiesen, die als een van de weinige handelaren on the record vragen wil beantwoorden: „Ik vond de strengere deelnamevoorwaarden een beetje ongepast ten opzichte van oudgedienden.”

Door het geringe verloop onder de deelnemers is Tefaf sinds de eerste editie in 1987 geleidelijk vergrijsd. Er is meer vernieuwing nodig dan de Showcase, de ministands voor jonge handelaren die acht jaar geleden in het leven werden geroepen, vinden diverse handelaren.

Matthiessen: „De beurs is voor bezoekers te groot en te vermoeiend geworden.” Ook anderen pleiten voor een kleinere, korter durende en meer gespecialiseerde beurs, welbeschouwd het concept dat Tefaf in New York gaat uitrollen.

„Opschonen, eenderde kleiner, met alleen de allerbeste handelaren”, zegt een oudgediende vanuit het buitenland. „Vijf beursdagen en een paar previews is ook zat, zeker voor handelaren in tweedimensionale kunst.”

Verhuizing

Een verhuizing zou de beurs goed doen, oppert een handelaar: „Tefaf is Maastricht ontgroeid. We moeten naar een stad met voldoende goede hotels en restaurants, met een culturele omgeving en een luchthaven waar rijke klanten zonder problemen hun vliegtuig kwijt kunnen. Mijn advies: verhuis de beurs naar Amsterdam, een stad waarvan alle bezoekers de naam kunnen uitspreken.” Ruim de helft van de deelnemers zou direct instemmen met zo’n verhuizing, voorspelt deze handelaar. Een Belgische collega reageert dat Brussel een veel betere optie is.

Een Nederlandse deelnemer meent dat Maastricht juist het geheim is van de beurs. „Bijna alle bezoekers moeten een pelgrimstocht maken om in het walhalla van de kunst te geraken. Die focus is uniek, en zorgt dat ze niet uit Maastricht vertrekken zonder aandenken.”

Dit jaar haakten veertien oudgedienden af, meer dan afgelopen jaren. Onder hen grote namen, zoals Graff Diamonds en Littleton & Hennessy, de handelaar in Chinese en Japanse kunst. Sommige afhakers laten desgevraagd weten dat hun omzet in Maastricht sterk was teruggelopen. Antiquair Peter Kraus, van Ursus Books in New York: „Boeken hebben nauwelijks nog aantrekkingskracht. De moderne bezoeker koopt liever dan dat hij verzamelt.” En twaalfvoudig deelnemer Marco Grassi, de New Yorkse handelaar in oude meesters: „De belangstelling van zowel particuliere als institutionele kopers is de laatste jaren fors afgenomen.”

Een Nederlandse antiquair moet lachen om de laatste klacht. De tijd is voorbij, zegt hij, dat handelaren in oude meesters de beurs domineerden. Niet alleen is een antieke Chinese schaal nu soms duurder dan veel oude meesters, ook wat betreft presentatie en verkooptechnieken hebben handelaren in driedimensionale kunst de schilderijenverkopers ingehaald. „De stands van handelaren in oude meesters zijn vaak saai. Je kunt niet meer twintig jaar vasthouden aan een presentatieconcept. Om de drie, vier jaar moet je innoveren, je stand weer swingend maken.”

Beursvoorzitter Willem van Roijen lijkt zich daarbij aan te sluiten. In Collect zegt hij dat de tijd voorbij is dat oude meesters de kern van de beurs vormen. „Je moet als kunst- en antiekbeurs souplesse tonen, en aanvoelen wat je publiek wil. Het was hoog tijd dat er verandering kwam. Ook voor de bezoekers: die raken anders verveeld.”