Stamcellen repareren ooglenzen

Twaalf Chinese peuters met aangeboren staar in hun ogen zien een jaar later weer redelijk, door een stamceltherapie. Dat schrijven onderzoekers in het tijdschrift Nature. Voordat ze de kinderen behandelden deden ze experimenten met konijnen en jonge Java-apen.

Staar is vooral een kwaal van oude mensen. Jaarlijks worden ongeveer 150.000 mensen in Nederland aan staar geopereerd. Via een klein sneetje in het hoornvlies haalt de oogarts de troebel geworden ooglens weg en plaatst een vervangende kunststoflens.

Maar ongeveer 1 op de 10.000 baby’s – in Nederland jaarlijks tegen de 200 – wordt geboren met staar. Dat kan genetisch bepaald zijn, maar ook een groeiafwijking. Kinderstaar is wereldwijd een belangrijke oorzaak van blindheid.

De ooglens ligt achter de oogiris. Er zitten rondom spiertjes aan vast die ervoor zorgen dat we op verschillende afstanden scherp kunnen zien (accommoderen). De stamcellen die de groei van die lens verzorgen, liggen verspreid over de voorkant van de lens, maar zijn veel actiever bij kinderen van 8 maanden dan bij volwassenen van 30 of 40 jaar. Dat zagen de Chinese en Amerikaanse onderzoekers in ogen van overleden donoren.

Bij de gebruikelijke staaroperaties verdwijnt ook het stamcellaagje. De onderzoekers ontwikkelden een nieuwe operatietechniek die de stamcellen spaart.

De kinderen hadden na 8 maanden een gezichtsscherpte van 50%, wat even goed is als de standaardoperatie. Maar die laatste heeft als nadeel dat er vaak bijwerkingen optreden die bij de kinderen tot nu toe uitbleven.