Opinie

    • Frits Abrahams

‘Pretty awful stuff’

Ooit had ik George Martin uitvoerig geïnterviewd – dichter bij The Beatles was ik nooit geweest. Wanneer was dat ook alweer? Ik moest diep in mijn slordige archief duiken, maar ik wist dat het de moeite zou lonen, want ik herinnerde me een sympathieke, openhartige man.

Ik vond een licht vergeelde pagina uit Vrij Nederland van 23 juni 1984. Martin, deze week op 90-jarige leeftijd overleden, was toen 58 jaar. Hij was naar Nederland gekomen om zijn boek Making Music te promoten. Er viel hem genoeg te vragen: hij was de man die als platenproducer The Beatles had grootgemaakt, en andersom.

The Beatles tekenden bij hem in 1962 hun eerste contract, daarom vroeg ik hem naar zijn eerste indruk van hen. Hij vond het jongens met charisma en humor.

„Maar in muzikaal opzicht waren ze toen niet goed. Eerlijk gezegd dacht ik dat ze zelf helemaal geen songs konden schrijven. Wat ze me lieten zien, was pretty awful stuff: liedjes als P.S. I love you en Love me do was het beste wat ze me konden aanbieden. Paul had me ook al een keer Please Please Me voorgespeeld, maar heel langzaam, als een soort ballad van Roy Orbison. Een vervelend nummer. Pas toen ze het versnelden, was ik er verrukt van. Ik weet nog dat ik na het beëindigen van de opname van Please Please Me – hun tweede single – tegen ze zei: „Heren, jullie hebben je eerste nummer één.”

Hij vertelde dat The Beatles bij zijn Parlophone-label maar één penny per verkochte plaat kregen. „Dat was laag, maar normaal voor de recordbusiness van 1962.” Martin ontsloeg drummer Pete Best na de eerste studiosessie, hij vond hem niet goed genoeg. Nam hij daarmee niet het risico dat de groep zou weglopen? „U staart u blind op hun latere grootheid”, zei hij, „maar u vergeet dat ze toen nog niemand waren.”

Enkele jaren later waren de rollen omgedraaid: zij kregen macht over Martin. „En vervolgens kwam – met het toenemen van hun rijkdom – een zekere arrogantie: ik werd meer de knaap die hen moest bedienen dan andersom.” Of dat moeilijk te aanvaarden was? „Alleen als ze irrationeel werden. We bleven goede vrienden.”

Hij vertelde over de grote spanningen in de groep. Lennon en McCartney waren altijd erg geïnteresseerd geweest in elkaars materiaal, maar bij het werken aan The White Album niet meer. „Toen moest je ze dwingen om de ander te helpen. Dan zei ik: ‘Kom op, John, kom gitaar spelen met Paul’. En dan zei John: ‘Allright, if you want’. Er was duidelijke onwil. Na de dood van Brian Epstein [hun manager] neigden ze ernaar om alleen aan hun eigen materiaal te werken. Ze werden enorm jaloers op elkaar. En George Harrison was erg terneergeslagen omdat niemand zich om zijn muziek bekommerde, ik ook niet.”

Een breuk was op den duur onvermijdelijk. „John en Paul gingen uit elkaar als een broer en een zus die ruzie hadden. Deep down they loved each other. Ondanks alle beledigingen. Maar geld en advocaten kwamen ertussen. En vrouwen: aan de ene kant Yoko Ono, aan de andere kant Linda Eastman.”

Lennon toonde zich later tegen Martin ontevreden over hun muziek: „Niets wat ik gedaan heb is zo goed als het had kunnen zijn.” Martin was er niet door gekwetst, wel verrast, „want ik geloof dat we samen een aantal prachtige nummers hebben gemaakt, zoals Strawberry Fields Forever en I Am The Walrus.”

Ja!

    • Frits Abrahams