Quiz: welke opera past bij jou?

Je wilt het heus weleens proberen, een opera. Maar hoe kies je de opera die bij je past? Beantwoord deze vijf vragen en ontdek hoe groot de verschillen zijn.

Vraag 1: Houd je van gezinsproblemen en familie-intriges?

Antwoord a: Ja. Ik ben dol op familiekwesties.

Guiseppe Verdi is je man. Beluister zijn Don Carlo, of anders RigolettoTrovatore of Otello. Familiebanden knellen overigens in veel meer opera’s. Janacek was er ook sterk in. Wagner, in zijn Ring. Of, actueler, ook Stockhausen in zijn Licht-cylus.

Antwoord b: Nee. Liever ware liefde, eindigend in de dood.

Dat kan. En opera loves duodood. Wagners Tristan und Isolde, Gounods Roméo et Juliette, Verdi’s Aida, Debussy’s Pelleas et Melisande en Moessorgski’s Chovantsjsijna zijn maar een paar van de opera’s met een fataal einde voor beide geliefden.

Antwoord c: Misschien. Maar overspel vind ik interessanter.

Aha! Overspel is hét thema in de opera. Juist door de mix van zang, orkest en tekst maakt dat verleiding ontdaan kan worden van zijn ordinaire kantjes, waardoor menselijke zwakte in een roze gloed komt te staan. Iconisch? Mozarts Don Giovanni, met de beroemde catalogus-aria waarin zijn vele honderden seksuele veroveringen worden opgesomd (en of die getrouwd zijn of niet interesseert hem niks).

Maar ook Mozarts Così fan tutte en Le nozze di Figaro drijven op lust en overspel. Andere fijne voorbeelden: Die Fledermaus van Johann Strauss, het zinsbegoochelend mooie Der Rosenkavalier van Richard Strauss (ook geschikt voor wie wel in echte liefde gelooft), Die lustige Witwe van Léhar (stap over de titel ‘het lustige weeuwtje’ heen ), Verdi’s Un ballo in maschera of – zonder huppelende rokkostuums en mét geweld en akelige afloop – Sjostakovitsj’ Lady Macbeth van Mtsensk. En Ravels L’heure Espagnol is ook mooi.

Vraag 2: Houd je van tragische vrouwen?

Antwoord a: Ja. Hoe tragischer hoe beter!

Niet voor niks luidt hét cliche over opera dat er altijd iemand dood moet. Tragische vrouwen zijn schering en inslag. Soms welt er net voor hun laatste adem dan nog een prachtaria op, zoals bij Mimi in La Bohème of Violetta in Verdi’s La traviata. De Tsjechische componist Janácek was bijzonder sterk in tragische vrouwen; zijn Jenufa en Kata Kabanova benemen je de adem. Veel meer dan Puccini’s Manon Lescaut, wier grilligheid en snobisme afdoen aan de tragiek van haar liefdesdood. Wel weer heel zielig: de harakiri van de Madama Butterfly. En een heleboel tragische vrouwen vind je in Poulencs nonnenopera Dialogues de Carmélites, die stuk voor stuk (zoeffff) eindigen onder de guillotine.

Antwoord b: Nee. Ik prefereer femmes fatales.

Beluister dan Puccini’s Tosca: zij steekt in koelen bloede de belager van haar geliefde dood. Of maak kennis met de leukste en sterkste (oké, én tragische) vrouw uit de opera: Emilia Marty, de onsterfelijke uit Janacéks Vec Makropoulos. Heerlijk, wat kan die verleiden en tieren. Meer sprookjesachtig fataal: Puccini’s prinses Turandot, in de strijd naar wier hand al veel kandidaten het loodje legden. In raffinement onovertroffen: Alban Bergs Lulu, al eindigt zij aan het mes van Jack the Ripper. Sterk ook: Strauss’ Salome, die als beloning voor haar sensuele sluierdans het hoofd van Johannes de Doper op een bord eist, omdat hij haar avances niet inwilligde. Met het hoofd en de dode lippen kan ze vervolgens lekker doen wat ze wil: eindeloos zoenen.

Vraag 3: Liever een sprookje dan tragiek?

Antwoord a: Ja. Graag een sprookje.

Er zijn veel lekkere, leuke operasprookjes. Rossini’s Cenerentola (Assepoester) bijvoorbeeld. Of Humperdincks Hänsel und Gretl, met zijn doodenge Knusperhexe („Nun, Jüngelchen,ergötze dein Züngelchen!”). Ook heerlijk: Dvoráks Rusalka. En, aardig, Henzes Pollicino. Of (eigenlijk meer een volksverhaal) Bartóks griezelige Blauwbaards Burcht. Zeer de moeite ook zijn Prokofjevs L’Amour des trois oranges, Glinka’s Roeslan en Loedmila en Ravels L’Enfant et les sortilèges. Niet helemaal een sprookje maar wel deels en hoe dan ook onmisbaar om de muziek: Webers Freischütz en Mozarts Zauberflöte.

Antwoord b: Nee. Ik houd meer van mythes.

Die passie je deel je met veel operacomponisten. Voor de Griekse mythologie met name (al mag Wagners Der Ring des Nibelungen met zijn schatplichtigheid aan de Duitse en Scandinavische mythologie niet onvermeld blijven). Dat begon al bij Monteverdi, met zijn Orfeo, of niet te verwarren met Glucks Orfeo ed Euridice.

Antwoord c: Nee. Doe mij maar science fiction.

Dat is binnen het operagenre een beetje een ondergewaarde subniche, maar de opera’s After Life en Sunken Garden van de Nederlandse componist Michel van der Aa vormen een goed begin: goede muziek, wonderlijke verhalen en een fascinerende interactie met film.

Antwoord d: Nee. Liever iets realistisch.

Die voorkeur deel je met een hele groep componisten in de negentiende eeuw. Mascagni, Leoncavallo: zij kozen voor rauwe teksten, uit het leven gegrepen onderwerpen, felle muziek. Het gewone leven van de straat, maar dan als opera.

Vraag 4: Houd je van groot, groter, grootsts?

Antwoord a: Nee. Dat is precies wat ik altijd op opera heb tegen gehad.

Die onnatuurlijke galmstemmen, die bigger than life thema’s. Houd het klein. Kleine opera’s zijn er ook. Stap in met Monteverdi’s Orfeo bijvoorbeeld, waarbij dramatiek hand in hand gaat met een zekere mate van intimiteit. Ook barokopera kun je proberen. Zoals Händels Giulio Cesare, een meesterwerk vol uitbundige en verstilde prachtaria’s. Vlieg je het liever aan vanuit het nu? Beluister dan Thomas Ades kameropera Powder her face, in de instrumentatie met lekker trekkerige blazers en een naar Buenos Aires knipogende bandoneon schatplichtig aan Kurt Weill en de tango, maar onmiskenbaar van nu (overigens was Ades 23 toen hij de opera schreef). En met de eerste blow job-scène uit de operageschiedenis, waarin zingen langzaam overgaat in neuriën….

Antwoord b: Ja! Toeters en bellen, alles erop en eraan!

Probeer eens een echte Grand Opéra. Dat negentiende-eeuwse subgenre draaide om grootse historische plots, een lange duur (vijf bedrijven, circa vier uur), special effects, overdadige kostuums, enzovoorts. De Nationale Opera doet ze niet vaak, maar op cd en dvd kun je je hart ophalen aan Meyerbeer (Les Huguenots), Halevy (La Juive) et cetera. Houd je wel van historische plots maar dan liever in een wat actueler jasje? Writing to Vermeer van componist Louis Andriessen was spectaculair en zijn nieuwe (eveneens historisch geïnspireerde) opera Theatre of the World wordt dat waarschijnlijk ook.

Vraag 5: Heb je een hekel aan oude meuk?

Antwoord a: Ja. Zijn er geen actuelere thema’s?

Groots en eigentijds: de opera Anna Nicole (2011) van Mark-Anthony Turnage, over de gelijknamige playmate die op haar 26ste een 89-jarige miljardair trouwde. Of Nixon in China van John Adams – ook een echt eigentijdse opera over contemporaine geschiedenis.

Antwoord b: Nee.

Tips zat, bij vraag 1 tot en met 4.

De vetgedrukte opera’s zijn de komende tijd te zien. Bijna allemaal bij De Nationale Opera, de andere bij Opera Zuid (La Bohème) en Reisopera (Così fan Tutte, Madame Butterfly). Zie: operaballet.nl, operazuid.nl, reisopera.nl