‘Onze muziek leidt de nacht in’

Duoband Haty Haty is het nieuwe project van Blaudzun en producer David Douglas. Op hun eerste album ‘High as the Sun’ klinkt hun liefde voor indie en elektronica.

Haty Haty: zanger Blaudzun (links) en producerDavid Douglas. Foto Isabelle Renate la Poutré

‘Het leek ons aanvankelijk wel leuk om een beetje in het midden te laten wie achter Haty Haty zitten”, zegt Johannes Sigmond, beter bekend als de artiest Blaudzun. „Zodat de mensen het gaandeweg pas zouden ontdekken, misschien aan de hand van mijn stem.” Dat verrassingseffect is helaas mislukt. Met de eerste muziek werden direct de namen gepubliceerd van de nieuwe duoband Haty Haty, met daarin zanger en muzikant Blaudzun en de Utrechtse producer David Douglas. Niet zomaar een bijprojectje voor Blaudzun, die met zijn gelauwerde studioalbums Heavy Flowers en Promises Of No Man’s Land naam maakte als volstrekt authentieke indie-artiest. Hij noemt zich „echt trots op deze plaat”.

Vrijdag komt Haty Haty’s debuut High as the Sun uit. Het is een album dat meer lonkt naar alternatieve dance dan pop. Zoals ook in de rijke indierockmuziek van Blaudzuns eigen band, gaat het om melodieuze, meanderende structuren. Mystieke klankkleuren bedwelmen, beats met slagkracht lokken mee. De ingebedde zang van Blaudzun tilt met zijn dramatische accenten op, maar kan ook compleet opgaan in fraai stuwende dancepatronen.

De in Amersfoort woonachtige producer David Douglas bracht in 2014 het organische elektronica-album Moon Observations uit. Die deed het met zijn op ‘maanwaarneming’ geïnspireerde ambient sfeer „vooral ’s nachts goed”. Het loom groovende Higher – ‘gloeiend’ volgens het toonaangevende Amerikaanse muzieksite Pitchfork destijds – was het meest opgepikte nummer. In het nummer White Heat Blood zijn de vocalen van goede vriend Blaudzun te horen.

Haty Haty is hoorbaar een vruchtbare samenwerking. Het was onvermijdelijk, zeggen de musici, ze zijn al lang bevriend. „De klik over muziek, films en kunst is er altijd direct.” Dit jaar vonden ze de tijd om hun gezamenlijke liefde voor indie en elektronica bij elkaar te brengen. „We hadden ineens elk drie weken vrij in onze schema’s”, vertelt Blaudzun. „Die kans grepen we. We zouden gewoon gaan spelen en wel zien. Na een week belde ik mijn management al: ik denk dat het een album wordt. Er kwam zoveel uit.”

Analoge synthesizers

In de studio van David Douglas was de sfeer vrijblijvend, vertellen ze. Constant ging de opnameknop aan en werd voor de vuist weg gespeeld. Omgeven door analoge synthesizers greep Blaudzun vaak naar een basgitaar („stiekem voel ik mij altijd bassist”). Douglas sleutelde aan beats. „Ik weet hoe lastig het kan zijn om iets te zoeken en niet te vinden. Dit was het tegenovergestelde: een creatieve explosie. We zaten helemaal op dezelfde golflengte, het was een stroom aan ideeën.”

De een komt uit de rock, de andere uit de dance. Muzikale chemie is geen vast gegeven, weten ze. Maar „ondanks dat we allebei eigenwijze klootzakken zijn”, was er vertrouwen. In een jamsfeer vond de zanger in eerste instantie klanken. „Soms werden die vanzelf woorden. In andere gevallen ben ik echt gaan zitten om ambachtelijk teksten te maken op de gevormde melodie.”

Douglas, bekend om zijn gelaagde soundscapes, diepte de ontdekkingen van overdag vaak nog ’s avonds uit. „Zo zijn de tracks later nog aangevuld met extra effecten en violen. De volgende dag was er soms iets heel anders ontstaan.”

In het Maleis betekent ‘hati-hati’ zoiets als ‘voorzichtig. En ‘bewaar je hart’. Hati is tevens een wolf uit de Noorse mythologie, die ’s nachts achter de maan aan jaagt om op te eten. Hun muziek ziet Douglas dan ook als „een goede inleiding van de nacht. Eerst het concert en dan een stevige clubnacht.”

Dat was goed merkbaar bij hun nachtelijke optreden op het festival Noorderslag in januari. Aangezet door een stemmige lichtshow maakten ze veel indruk. Vrijdag is de releaseshow in TivoliVredenburg, daarna volgt een reeks festivals als Paaspop en Welcome to the Village. Douglas tracht zijn studioaanpak naar het podium te vertalen. De vocalen van Blaudzun bewerkt hij via mengpanelen en mixers; ze worden vertraagd of verlengd met wat echotijd. Het is nogal wat gesjouw met alle apparatuur naar optredens, grijnst hij. Blaudzun, inmiddels gewend aan grote shows met vrachtwagens vol apparatuur, is nu enkel op pad met laptop, synthesizer en microfoon. „Dat voelt bijna als een avondje uit”, lacht hij.

Sessiezanger

In zijn eigen band is hij de frontman, de liedjesschrijver. Op het podium is hij de aanvoerder, richting band én publiek. Dat laat hij hier nu los, zegt hij. „Ik laat me nu veel meer leiden. Ik voel me meer in dienst van het geheel en zie mijzelf meer als een soort sessiezanger. David bepaalt het meest waar we live heengaan. Dat kleur ik in met mijn stem, percussie en mijn synths. Ik kijk de hele tijd naar hem.”

Haty Haty stoeit nu vooral met de dansbaarheid van hun liedjes. Een paar liedjes heeft een duidelijke popstructuur, zoals Parakeet. Andere banen zich een weg tussen betrekkelijk complexe soundscapes. Zeker live, knikken ze. Dan wordt alles losgelaten en laten ze alle improvisaties toe.

Bewust zijn ze zich ervan dat een deel van het publiek komt om enkel te luisteren. Het andere deel verlangt juist nummers waarop bewogen kan worden. Hoe later het optreden, hoe anders de verwachting. En: er zijn geen hits. „Dat laatste is ook wel eens lekker”, merkt Blaudzun lachend op. „Dat klinkt vrij belachelijk, want je kunt verlangen naar hits. Maar als niemand wácht op bepaalde nummers, geeft dat onbenoembaar grote vrijheid in het concert.”