NL is klein in idealen voorbij de eigen beurs

Lang geleden werd ik door een studentenvereniging gevraagd om te debatteren over de Armeense Genocide. Ik weigerde om dezelfde reden dat ik ook nooit zal debatteren over de vraag of de Holocaust heeft plaatsgevonden: het legitimeert de ontkenning van grote gruweldaden uit de menselijke geschiedenis.

Een handjevol historici ontkent die gruweldaden. Er zijn ook wetenschappers die beweren dat de aarde plat is. Wil dat zeggen dat ze een legitiem standpunt hebben? Natuurlijk niet, want er zijn een hoop dingen die via wetenschappelijke consensus zijn vastgesteld. Ook al zal altijd een groepje in de marge het tegendeel beweren.

Daarom begrijp ik onze houding over een andere wetenschappelijke consensus niet: klimaatverandering. De overweldigende meerderheid van de klimaatwetenschappers is het erover eens dat de mensheid via CO2-uitstoot het mondiale klimaat ingrijpend verandert, met desastreuse gevolgen. Het wetenschappelijke debat gaat over de vraag of het al te laat is om het tij te keren.

Als we het politieke debat moeten geloven is het nog onduidelijk of klimaatverandering door mensen komt. Zo lijkt GroenLinks de enige grote partij die de feiten erkent vanuit een principieel standpunt: ‘We moeten voorkomen dat het klimaat op hol slaat (...) geen verspillende en vervuilende economie, maar een economie die duurzaam is.’ En dat zegt vooral iets over de overige partijen.

Daar lijnrecht tegenover staat bijvoorbeeld de PVV die het heeft over ‘de klimaathysterie’ die ‘gestopt’ moet worden. In het programma van de VVD is het woord klimaat na goed zoeken wel te vinden, maar dan in de term ‘ondernemingsklimaat’. De PvdA erkent gelukkig wel dat ‘klimaatverandering de bestaanszekerheid van toekomstige generaties bedreigt’, maar de oplossing van de sociaaldemocraten is gemotiveerd door ‘kansen op innovatie, nieuwe groei, nieuwe banen’. Alsof het tegengaan van klimaatverandering de moeite niet waard is als het geen geld oplevert. Ons land loopt vanwege deze houding enorm achter. Volgens cijfers van Eurostat behoort Nederland tot de hekkensluiters van Europa in duurzame energie. Dat gaat nu misschien veranderen. Een klimaatrapport van De Nederlandsche Bank (DNB) opende afgelopen vrijdag: ‘Veranderingen in het energiesysteem hebben in potentie belangrijke gevolgen voor de economie en de financiële stabiliteit.’

Mooi is dat. Terwijl de wetenschap debatteert over de vraag of het allang te laat is, beginnen onze hoge heren langzaam de zaak te verkennen omdat klimaatverandering misschien centen gaat kosten. DNB stelt zelfs dat we niet te snel moeten overschakelen naar een schone economie want dat ‘kan de economische groei schaden en de financiële stabiliteit raken via afschrijvingen op bestaande activa’. Het is bijna een parodie die doet denken aan Mr. Burns uit The Simpsons: de krenterige regent die geen idealen heeft voorbij de eigen beurs. Door dit gebrek aan urgentie heb ik besloten het heft in eigen hand te nemen. Vorige week verscheen ook een Oxford-onderzoek waaruit blijkt dat vegetariërs de helft van de CO2-uitstoot veroorzaken ten opzichte van ‘zware vleeseters’. Daarom ga ik vanaf vandaag mijn best doen om de vegetarische wereldverbeteraar die ik altijd verafschuwde bij te benen. De geitenwollensokken laat ik nog even liggen. Gaat mijn overstap onze planeet redden? Waarschijnlijk niet. Ga ik weleens zondigen? Zeker wel. Maar mijn eigen geweten sussen is ook wat waard. In meer begrijpelijke taal voor onze machthebbers: mijn voornemen verhoogt het rendement van mijn bestaande immateriële activa.