Naar Raqqa neem je gewoon de bus

Vijftig dollar kost een enkeltje met de bus van Beiroet naar IS-hoofdstad Raqqa. Maar neem wel wat extra smeergeld mee.

Foto Gert van Langendonck

Syrië is in Libanon nooit ver weg: het land telt officieel 1,1 miljoen Syrische vluchtelingen, officieus wellicht 2 miljoen. Maar nergens is Syrië dichterbij dan in het Charles Helou-busstation, waar taxichauffeurs ‘Sham’ (Damascus) roepen naar elke voorbijganger, en waar ondanks de oorlog ook nog gewoon reguliere bussen naar Syrië gaan. Zelfs naar Raqqa, de hoofdstad van Islamitische Staat.

Charles Helou ligt op een steenworp van het chique centrum van Beiroet, en van de hipsterwijk Mar Mikhael. Het is een monsterlijk overblijfsel uit de jaren zeventig: twee betonnen verdiepingen met de snelweg naar het noorden als dak. Het is er donker, en er hangt altijd een doordringende urinegeur. Het is een uitstekende locatie voor een zombiefilm.

De passagiers die hier op een doordeweekse avond verzamelen bij de bus naar Raqqa zijn niet praatziek. Ze zijn achterdochtig, of ze begrijpen niet wat er zo bijzonder is aan een busrit naar IS-gebied.

„Hoe kan een man nu wegblijven van zijn huis en zijn grond”, zegt de vader van een grote familie, waartoe het gros van de passagiers behoort.

„Ja, het is daar gevaarlijk, maar hier in Libanon kunnen we ook niet blijven.”

Je moet goud kopen

Een andere passagier, een 40-jarige bouwvakker, wil evenmin zijn naam geven. Hij is een jaar geleden uit Raqqa naar Libanon gekomen om te werken, zegt hij.

Het was de bedoeling dat zijn gezin zou volgen, maar Libanon heeft vorig jaar de regels verscherpt: Syriërs moeten nu een visum aanvragen.

„Ik heb er lang over nagedacht”, zegt de bouwvakker, „maar er is geen enkele reden om te denken dat de oorlog snel gaat ophouden. Het is tijd om terug te gaan, om bij mijn gezin te zijn.”

Het vooruitzicht onder IS te leven schrikt hem niet bijzonder af.

„Raqqa leeft nu al twee jaar met IS, en de mensen hebben begrepen dat je met rust gelaten worden zolang je je aan hun regels houdt. In die zin is het niet anders dan onder het regime: die komen je ook halen als je niet doet wat zij willen. En ik heb nooit gerookt, dus dat is een zorg minder.”

De chauffeurs die drie keer per week de reis maken, van Beiroet naar Raqqa en terug, roken wel. Ze profiteren van hun oponthoud in Beiroet om de ene sigaret na de andere op te steken.

„Wanneer we IS-gebied binnenrijden, gooien we al onze sigaretten weg en spuiten we parfum door de bus”, zegt de 29-jarige Firas. „Wie betrapt wordt met sigaretten moet 20 dollar per slof betalen. En IS aanvaardt geen contant geld: je moet goud kopen.”

Vrouwelijke passagiers, dat spreekt voor zich, moeten bij het binnenrijden van IS-gebied een gezichtsbedekkende nikab aan. Ze moeten ook achteraan de bus gaan zitten, achter de mannen.

Gevaarlijk? Ja, dat zal wel

Voor de oorlog duurde de rit van Beiroet naar Raqqa vijf uur, nu is dat vijftien uur. Die extra tien uur gaat voor het grootste deel op aan wachten bij checkpoints. Maar de weg is ook langer.

"We nemen liever de route waar we alleen checkpoints van het regime en IS tegenkomen, in plaats van door oppositiegebied, waar je om de haverklap een checkpoint van een of andere rebellengroep tegenkomt", zegt Firas.

Of het gevaarlijk is? „Dat zal wel”, zegt de 30-jarige Khaled, die net is aangekomen uit Raqqa.

„Toen IS pas Raqqa had veroverd heb ik eens 300 afgehakte hoofden op spiesen gezien.”

Nu het staakt-het-vuren, waarover onlangs een akkoord werd bereikt, min of meer standhoudt is de route betrekkelijk veilig. Maar in het verleden is wel eens een bus beschoten. En af en toe worden de passagiers bestolen. De rit kost zo’n 50 dollar maar de passagiers wordt aangeraden om evenveel mee te nemen voor smeergeld. Onlangs werden de ruiten van één bus weggeblazen toen vlakbij een bom viel.

Bang is hij niet, zegt Khaled.

„Wij hebben geen angst meer omdat wij het in Raqqa zo gewoon zijn om veroverd te worden: van het regime naar het Vrije Syrische Leger naar Jabhat al-Nusra en nu IS. Allemaal hebben ze op hun manier geweld uitgeoefend op de bevolking.”

Menselijk schild

Op de terugweg is de bus meestal leeg: IS laat burgers niet zomaar vertrekken. „Ze hebben hen nu nodig als menselijk schild”, zegt Khaled. Een maand geleden zat op de bus van Firas terug naar Beiroet wel de familie van Khaled.

„IS laat je alleen gaan als je een goede reden hebt, een medische ingreep bijvoorbeeld. Mijn vrouw heeft nierdialyse nodig, en in Raqqa kan dat niet”, zegt Khaled.

IS maakt wel een voorbehoud: als je niet binnen de vijftien dagen terugkeert, worden je huis en al je bezittingen in beslag genomen.

„Maar ik heb toch niks, dus wat kan mij dat schelen”, zegt Khaled.

„En bovendien: al mijn neven zijn bij IS gegaan. Wij helpen elkaar.”

Het moment van vertrek is gekomen. Zonder veel gedoe gaan de passagiers aan boord. De bus rijdt zich meteen vast in de avondspits van Beiroet.