Leuk, zo’n navigatie-app zonder Palestijnse steden erop

Zonder goede wegeninformatie raakte ik op weg naar Ramallah verdwaald in het Qalandia-vluchtelingenkamp.

Daar ga je dan, als beginnend correspondent in Israël en Palestina: de eerste keer door het beruchte Qalandia-checkpoint, op weg naar Ramallah. Meer dan op de intimiderende aanwezigheid van soldaten met hun M16’s waren mijn gedachten gericht op een buitengewoon praktisch vraagstuk: welke route moet ik nemen?

Begin maart belandden twee Israëlische soldaten per ongeluk in het Palestijnse Qalandia-vluchtelingenkamp, doordat Waze – een Israëlische, in 2013 voor 1,2 miljard euro door Google aangekochte navigatie-app – hen de verkeerde kant had opgestuurd. Hun aanwezigheid in het kamp werd niet zo op prijs gesteld. Om hen terug te halen viel het Israëlische leger met geweld het kamp binnen. Bij de daaropvolgende clashes tussen de kampbewoners en het leger viel een Palestijnse dode.

De soldaten gebruikten Waze niet toevallig. Wat deze app zo aantrekkelijk maakt, is dat de actuele wegsituatie van gebruikers wordt meegenomen in de reisadviezen. Hoe meer mensen de app hebben aanstaan en hun gegevens uploaden, hoe nauwkeuriger die adviezen worden. Onmisbaar voor wie heeft ervaren hoe de Ayalon-snelweg bij Tel Aviv genadeloos kan dichtslibben.

Sluipweggetje

Binnen Israël werkt Waze én ook Google Maps feilloos. Ik ken intussen elk sluipweggetje rond Tel Aviv en West-Jeruzalem. Mij maken ze niet meer gek in dit land waar de avondspits al aan het begin van de middag kan beginnen.

Op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever is het een ander verhaal. Waar de apps prima de weg weten naar Joodse nederzettingen, heeft de firma Google tot op heden verzuimd Palestijnse dorpen en steden in het systeem op te nemen. Het stratenpatroon is zichtbaar, maar van geen enkele weg is de naam bekend, laat staan van bedrijven, instituten of openbare gebouwen.

Je kunt wel navigeren, maar dan kiest hij gewoon de kortste weg, en hij weet bijvoorbeeld niet waar het eenrichtingsverkeer is. Daar komt bij dat het internetbereik in Palestina veel slechter is dan in Israël en dat er geen snelwegen zijn. Met een beetje pech rijd je zo een uur rond op eendere weggetjes in Ramallah of Nablus, op zoek naar de uitgang.

Dat wist ik allemaal nog niet, die eerste keer op weg naar Ramallah op de Westelijke Jordaanoever. Met veel moeite had ik uitgeplozen waar ik moest zijn, en zowaar wist Google waar dat was. Alleen de weg ernaartoe bleek nogal lastig. Mijn pragmatische checkpointzorgen bleken gegrond: de hoofdweg naar Ramallah was onvindbaar.

Zo kon het gebeuren dat ook ik verzeild raakte in het Qalandia-vluchtelingenkamp, dat er overigens uitziet als een vervallen stadje, met stenen huizen. Zoals ook op andere plaatsen op de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook, Libanon, Syrië en Jordanië wonen hier (afstammelingen van) Palestijnen die in 1948, tijdens de Arabisch-Israëlische oorlog, uit het tegenwoordige Israël zijn gevlucht of verdreven.

De situatie van het Qalandia-kamp is bijzonder, omdat het officieel deel uitmaakt van de gemeente Jeruzalem, ook al ligt het achter de afscheidingsmuur. Gevolg is dat onder meer de riolen en autowegen niet goed onderhouden worden.

Mij viel vooral op dat er straatjes waren die zowat loodrecht omhoog liepen. Gevaarlijk was het verder niet. Ook al rijd ik rond met een Israëlische nummerplaat, mijn aanwezigheid is minder provocerend dan die van een legerjeep. Pas na diverse schietgebedjes van mijn medepassagier – het was immers steeds maar de vraag of we de hellinkjes op kwamen – bereikte ik de hoofdweg naar Ramallah.

Intussen zijn de navigatie-apps nog altijd zeer bruikbaar in Israël en Palestina. Als je hun bevelen maar niet te letterlijk opvat.