Krakkemikkig Cuba

Carl De Keyzer legt vast wat een regime met een land doet. In Havana stort elke dag wel een huis in, dat zegt alles over Cuba.

El Capitolio in Havana. Voor de revolutie zetelde de regering in dit gebouw dat is geïnspireerd op het Amerikaanse Capitool in Washington D.C. Carl De Keyzer/Magnum Photos

‘Ik werd bijzonder rusteloos toen president Obama eind 2014 aankondigde dat Cuba en de VS hun betrekkingen zouden gaan herstellen. Ik wilde er meteen naartoe, maar moest nog wachten op mijn visum.” De onrust van de Belgische Magnumfotograaf Carl De Keyzer is verklaarbaar.

Al jaren fotografeert hij het verval van politieke systemen in verschillende landen. In 1989 kwam hij met Homo Sovieticus, een fotoboek over de Sovjet-Unie in de jaren voor perestrojka. Voor zijn ambitieuze fotoproject Trinity (2008) reisde hij zestien jaar de wereld rond, op zoek naar de invloed van politiek op de mens. In het fotoboek Congo (2009) toonde hij de overblijfselen van het Belgische koloniale verleden in het hedendaagse Congo.

De fotograaf had al eerder zijn zinnen op Cuba gezet, maar nu was dan het moment daar. Begin vorig jaar reisde hij, drie maanden lang, het eiland over en legde in de steden en dorpen de afbrokkelende macht van het communisme vast. Wat hij aantrof is vanaf volgende week te zien op de tentoonstelling Cuba, la lucha in de Roberto Polo Gallery in Brussel en in het gelijknamige boek dat eveneens volgende week verschijnt.

Hij legt uit dat de titel – ‘de strijd’ – terugslaat op de overlevingsstrijd van de Cubanen na de val van de muur in 1989. „Toen de Sovjet-Unie implodeerde, draaide Moskou de geldkraan dicht en liep Havana jaarlijks 6 miljard aan subsidies mis. Destijds verwachtte iedereen dat het land zou instorten, mensen hadden niks, iedereen had honger, toch wisten de Cubanen zich erdoorheen te worstelen. Pas na 1998, toen Hugo Chávez president van Venezuela werd en Castro opnieuw economische hulp ontving, werd de situatie minder nijpend.”

Toch refereert ‘la lucha’ niet alleen aan die strijd. „Het heeft nóg een betekenis’’, zegt De Keyzer. „Het is ook de naam van een doe-het-zelf keten in Cuba waar mensen op zoek gaan naar allerlei materialen om hun huis nog een beetje bijeen te houden.’’

Vooral dat ‘bijeenhouden’ – de wijze waarop de verloedering van het Cubaanse politieke systeem zijn sporen heeft nagelaten in de architectuur – heeft De Keyzer in beeld willen brengen. „Ik heb geen reisboek gemaakt vol palmbomen en mooie, oude auto’s, ik wilde het land op een kritische manier benaderen. Alles draait nog steeds op de pesos-economie. Mensen verdienen weinig, in Havana wordt alles gestut. Iedere dag stort daar ergens wel een huis in.”

Een bureau met drie poten

De Keyzer fotografeerde de afgebladderde, krakkemikkige gebouwen, de troosteloze winkels en stuitte op communistische praktijken die hij herkende uit zijn periode in de Sovjet-Unie. Als voorbeeld noemt hij de Comités de Defensa de la Revolución (CDR). „Van die kleine kantoortjes van waaruit men erop moet toezien dat iedereen in de pas loopt. Je merkt dat de Cubanen zich nog steeds niet vrij voelen om over bepaalde dingen te praten. Als ik kritiek uitte op Castro of Che Guevara sloeg men de ogen neer.”

Toch gebeurde er maar weinig bij die comités. „Meestal zitten er een paar oude dametjes achter een bureau met drie poten. Iedereen zit gelaten te wachten op verandering. Het grote vuur is er allang niet meer.”

En die veranderingen gaan inderdaad snel. „Er zijn meer kleine restaurantjes, mensen mogen toeristen in hun huis laten slapen. Dat soort economische vrijheden nemen toe. Maar ondertussen moet je voor een radio of een fles shampoo nog altijd dollars neertellen.”

Dat een Amerikaanse president het eiland – voor het eerst sinds 1928 – op 21 maart zal bezoeken en The Rolling Stones er eind deze maand voor het eerst optreden, zijn ook grote gebeurtenissen. „Toch vrees ik dat, als het handelsembargo echt wordt opgeheven, er een enorme kloof tussen arm en rijk ontstaat. Het is nu al duidelijk dat er een hoop zakendeals zijn beklonken met Cubaans-Amerikaanse ondernemers. Op de stranden worden grote hotelketens neergepoot. In de haven van Varadero zijn ze bezig om 12.000 aanlegplekken te maken voor jachten.”

Ook al ziet hij het niet als zijn taak om over de situatie in Cuba te oordelen, blij wordt hij er niet van. „Het is eigenlijk bizar dat het communisme ooit is ingevoerd op zo’n paradijselijk eiland. Maar ik vrees ook voor de toekomst.”

Als fotograaf blijft hij vooral toeschouwer. „Ik ben geen diplomaat of politicus, ik maak beelden waarin verschillende lagen te ontwaren zijn. Je ziet de geschiedenis en de actualiteit en hopelijk vertelt dat iets over dit land.”

    • Rosan Hollak