Column

Hoe volkswoede een trucje wordt

Ik weet niet hoe het u vergaat – maar de meeste mensen die ik ontmoet zijn niet woedend. Ze hebben soms de pest in. Ze klagen. Ze kijken wel eens bozig. Maar woedend? Ik zie het ook niet als ik soms ’s avonds rondhang op de publieke tribune van de Kamer. Wat dan vooral opvalt, is de ijver waarmee mensen politiek volgen. Het maakt ze niet erg gelukkig. Er hangt vaak stille teleurstelling om ze heen.

Maar woede, echte woede, de vlammende reaguurderswoede van het internet, heb ik nog nooit bij ze aangetroffen.

Ook breng ik geregeld bezoekjes aan een wijk in Woerden, het Schilderskwartier, waar de verkiezingsuitslag in 2010 vrijwel overeenkwam met het landelijke beeld. Echt onheilspellend is dat je daar mensen hebt die voor buitenstaanders onbereikbaar zijn. Vermoedelijk zijn ze erg woedend, maar daar kom je niet achter: contact willen ze niet. Bij andere bewoners heb je volop ongenoegen. Vooral over vluchtelingen. En over veranderingen in het zorgstelsel en de pensioenen. Maar ik vertrek er nooit met het idee dat de woede hier de overhand krijgt.

Dus ik denk wel eens: zou het kunnen dat veel woede, de woede die zoveel politici in beweging brengt, een constructie is?

Woede is het effectiefste politieke communicatiemiddel geworden. Bankierswoede, Oekraïnewoede, PvdA-woede, vluchtelingenwoede – alle woede werkt. Politici belonen woede. Woede geeft aandacht, respons, debat. Woede is de win-winsituatie van de gewone man.

Ik wil niet zeggen dat woede altijd een trucje is. Wie een half jaar geen persoonsgebonden budget krijgt, heeft reden tot woede. Of iemand die slecht geholpen wordt door een bank die met belastinggeld is gered.

Het probleem lijkt me alleen dat te veel mensen nu de mechanismen kennen die woede oproept. Woede kost niets. En iedereen weet, zeker de kaste van professionele beïnvloeders, dat woede de beste basis voor invloed op politiek is: wie woede communiceert, zal gehoord worden. Ook als het nepwoede is.

Het ongemakkelijkste hieraan is de behandeling van mensen die bezorgd zijn, maar nooit woedend doen. De standpunten die zij innemen, en de wensen die zij hebben, bereiken zelden nog de politiek en het grote publiek. Hetzelfde heb je met redelijke activisten, redelijke bedrijven of redelijke lobbyisten. Zij krijgen alleen nog aandacht in hun eigen selfies.

Zij ervaren voor welke keuze dit klimaat ze stelt: gemarginaliseerd worden, of ook woedend doen.