Festival gaat verder zonder Janine

Janine Jansen neemt afscheid van haar Kamermuziekfestival in Utrecht. Celliste Harriet Krijgh neemt haar plaats in.

Harriet Krijgh (links) werd doorJanine Jansen gevraagd om haar opvolger te worden bij het Kamermuziekfestival. Foto Lars van den Brink

TivoliVredenburg, burgemeester Jan van Zanen – Utrecht was woensdag even in mineur. Violiste Janine Jansen maakte bekend dat ze stopt met haar kamermuziekfestival, dat in 13 jaar uitgroeide tot een evenement met tienduizend bezoekers. „Juist daarom is de tijd rijp het stokje over te dragen”, zegt ze. „Het voelt nu goed plaats te maken voor een nieuw gezicht, met een nieuwe koers.”

Dat nieuwe gezicht is de nu nog in Wenen gevestigde Nederlandse celliste Harriet Krijgh (24), nu net zo jong als Jansen toen ze met het festival begon. Jansen droeg haar zelf voor. Het festival moest door, vond ze.

Harriet Krijgh was zelf bij de eerste editie, dertien jaar geleden. Toen was ze elf. „Ik herinner me nog een concert met het Octet van Schubert en ballonnen”, zegt ze. „Sowieso was Janine altijd een enorme inspiratiebron voor me. Dus dat ze mij vroeg… Ik ga me voor honderdduizend procent inzetten om het festival op een goede manier verder te ontwikkelen.”

Janine Jansen: „Ik had Harriet natuurlijk ook al een tijd gevolgd…”

Krijgh: „Nu loop ik liever even weg.”

Jansen: „...en het voelde precies goed. Zij heeft banden met Utrecht, maar vooropstond dat ze een geweldige en enthousiaste musicus is, met ideeën en energie en een carrière die internationaal ook echt van de grond aan het komen is. Al houd ik er eigenlijk niet van te denken in termen van carrière.”

Wat gaat u doen met de tijd die u overhoudt?

Jansen: „Meer tijd voor mezelf was een motief. Maar niet primair. De tijd was gewoon rijp om de leiding over te dragen. Maar ik kom nog met plezier terug op het festival, als gastspeler. Als Harriet dat wil, haha.”

Krijgh: „Ja, natuurlijk.”

Een festival met 50 evenementen is een puzzel. Welke taken wogen het zwaarst?

Jansen: „In Utrecht is een soort kerngroep van deelnemende musici ontstaan. Wie bij wie paste – dat klopte altijd wel. Maar de logistiek! Het repetitieschema! Dat was soms een enorm frustrerende taak. Want er gaan maar zoveel uren in een dag. En soms past iets gewoon niet. Maar ik wil ook altijd wel echt te veel, en heb een beetje moeten leren hoe ver je kunt gaan om ervoor te zorgen dat de musici na vier dagen nog…”

Krijgh: „Leven? Voor jezelf denk je: een week niet slapen is prima, want er staat zoveel tegenover. Maar van anderen kun je zulke compromisloosheid misschien niet verlangen.”

Jansen: „Het is een verantwoordelijkheid. Ik voel me een soort moeder. Bemoei me met alles. Zelfs met wat er wordt gegeten. En op basis van die warmte en collectieve inzet kan er eigenlijk altijd heel veel. Juist omdat je onder vrienden bent en doet wat je het allerliefst doet.”

Krijgh: „Dat is ook het unieke aan een kamermuziekfestival, denk ik. De intimiteit. Je speelt een aantal dagen intensief samen, leert mensen kennen. Iedereen speelt daardoor vaak ook nog op zijn best.”

Jansen: „Er is vertrouwen. Je hoeft niet beleefd te zijn. Heerlijk.”

Had niet iemand anders het zware regelwerk kunnen overnemen?

Jansen: „Zo’n opzet heb ik nooit gewild. Daar zit dan toch mijn ego in de weg. Het is míjn festival. Maar ik heb wel geleerd dat je niet alle concerten zelf mee moet willen spelen. En dat er ook een kantoor is vol zeer capabele mensen.”

Wat tekent een goed festival?

Jansen. „De sfeer. En de programmering. Maar in Utrecht kan veel. Alles eigenlijk.”

Krijgh: „Ja?”

Jansen: „Het publiek kan veel meer uitdaging aan dan vaak wordt gedacht. Als je maar gelooft in de stukken die je brengt, en dat overbrengt.”

Krijgh: „Ik ben iemand van brede en extreme ideeën, dus die zullen straks vast opborrelen. Die opnieuw gevulde singelgracht naast Tivoli bijvoorbeeld, zou het niet leuk zijn daar een soort grachtenconcert te geven? En ik zou graag interdisciplinair programmeren. Een beetje buiten de gebaande paden treden. Dat vind ik leuk. Maar de muziek zelf blijft altijd het belangrijkste. Dat er op het allerhoogste niveau en met passie wordt gespeeld.”

Zijn de voetsporen van Janine Jansen – internationaal vermaard én Bekende Nederlander – lastig om in te treden?

Krijgh: „Nou ja, haha, ze vroeg mij. Ik ervaar de druk dus meer in positieve zin: er wordt een verantwoordelijkheid aan me overgedragen en dat vind ik geweldig, ontroerend, en dat neem ik zeer serieus op. Maar het kan niet de bedoeling zijn dat ik in Janines voetsporen treed. Er is maar één Janine op deze wereld.”

Wat maakt het voor uw koers straks uit dat u celliste bent?

Krijgh: „Weinig, denk ik. Net als de viool is ook de cello in de kamermuziek heel actief. Alle grote werken hebben een cello in het hart van de bezetting.”

Gaat u door met de huidige poule musici?

Krijgh: „Ik breng zeker ook zelf jonge musici in, omdat het belangrijk is de jonge uitstraling van het festival te consolideren. Maar het zal een mix zijn. Ik speel ook graag met oudere mensen samen. Die zijn ervaren, en in het uiten van emoties vaak stabieler. Maar uiteindelijk draait muziek om individuen, niet om leeftijd.”