‘Eerst was alles vuil en fijn’

(38) maakte een

feestfilm over de opkomst van muziekcafé Belgica. Zelf ziet hij het als een tragedie.

Eric Catarina / Allpix Press / Hollandse Hoogte

Elke toeschouwer ziet een film anders. Maar een verschil van blik tussen een toeschouwer en de filmregisseur, dat is natuurlijk ook mogelijk. Wat een mooie, optimistische film, zeg ik tegen de Vlaamse filmmaker Felix van Groeningen (38) over Belgica: boordevol goeie muziek, en hoewel je halverwege denkt dat het succesvolle danscafé in Gent ten onder zal gaan aan geweld, drugs en spanningen tussen de broers die de eigenaar zijn, nemen de zaken een gunstige wending – je zou onmiddellijk afreizen naar de Belgica, als het etablissement echt bestond.

„Ik vind het einde juist nogal triest”, zegt Van Groeningen aarzelend over zijn vijfde lange speelfilm. „De broers hebben toch een deel van hun idealen – de Belgica als zaak voor iedereen – moeten opgeven. Ze hebben een deel van hun onschuld verloren, en ze hebben elkaar deels verloren. Ik weet niet of dat een optimistisch eind is. Was het dat allemaal wel waard – dat is eerder de vraag.”

Belgica is in veel opzichten een sterk staaltje. Het is een film met veel personages, die toch niet uit de hand loopt. „Ik heb alles wel altijd via de broers verteld”, zegt Van Groeningen. Ook bijzonder: alle geluid is direct opgenomen, zonder nasynchronisatie dus, zelfs de muziek, het gejuich van de bezoekers en de vele scènes waarbij tot zestien mensen om een tafel zitten en grappen maken. „Wel complex, met die vele concerten”, zegt de regisseur. Op de montagetafel belandde 132 uur aan opnames – met twee camera’s tegelijkertijd, dat loopt aardig op. „Maar we konden het financieel doen.” Belgica kostte 3,5 miljoen euro, „veel voor een Vlaamse film”.

Belgica is, blijkt tijdens het gesprek in een Amsterdams hotel, voor zijn maker niet zomaar een film. Het is ook een episode uit het Gentse uitgaansleven die hij van dichtbij heeft meegemaakt en waarmee hij zich verbonden voelt. Zijn vader kocht in 1989 in Gent café Charlatan en verkocht het in 2000 door aan twee broers. Wat eerst een gemoedelijke tent voor iedereen was – oud en jong, bohémien of hip, rijk of arm, Vlaming of van elders – werd groter, en populairder. Het bleek niet eenvoudig het open karakter en de veelzijdige gezelligheid van een danscafé te behouden. De lotgevallen van de Belgica laten dat zien: om de problemen te bedwingen, lonkt de instelling van strenge portiers, videobewaking en hogere drankprijzen.

Dat is tragisch thema nummer één, volgens Van Groeningen: „Ik heb destijds meegemaakt hoe alles wat eerst spontaan, vuil en fijn was in Charlatan, plots heel kil werd. Bij het schrijven van het scenario heb ik gemerkt dat het eigenlijk moeilijk is om realiteit en fictie te vermengen. Ik wilde natuurlijk de vrijheid hebben om een verhaal te vertellen dat op zichzelf stond, en in een eerdere versie was de Belgica aan het eind veel killer. Maar toen dacht ik: dat kan ik niet maken, want het zou niet kloppen met wat Charlatan nu is. Ze zijn er daar in geslaagd te doen wat nodig was, zonder dat Charlatan volledig zijn ziel is kwijtgeraakt. Iedereen is er nog steeds welkom, niemand hoeft het gevoel te hebben dat, als je een kleurtje hebt, je niet binnen mag. Maar is het er nu netter dan in het begin? Absoluut.”

Tragiek nummer twee is de onderlinge verwijdering van de broers, waarvan er een niet opgewassen blijkt tegen de tucht die het runnen van een zaak vergt. „De man die zo graag cafébaas wil zijn, lukt het niet.” Is Van Groeningen na deze film nog goed met de broers van Charlatan? „Ja hoor, ze hebben ook nooit iets verboden. Ik heb veel met ze gecommuniceerd over wat ik deed.”

Van Gent naar Hollywood

Hoe Vlaams is de Belgica? „Ik denk dat veel Vlamingen zo’n café wel herkennen, maar als je mij vraagt bestaan er overal ter wereld zulke gelegenheden.” Waarom is de film voor een groot deel in West-Vlaams dialect? „Om de authenticiteit. Tom Vermeir, die broer Frank speelt, spreekt dat van huis uit. Voor Stef Aerts, die de andere broer speelt, moesten we alles fonetisch uitschrijven, zodat hij het uit zijn hoofd kon leren. Maar ik vond het kloppen. Er leven best veel West-Vlamingen in Gent.”

Van Groeningens volgende film is vermoedelijk een Amerikaanse. Amerika trekt aan hem: Belgica ging eind vorig jaar op het Sundance-festival in wereldpremière, werd daar bekroond voor beste regie en verkocht aan Netflix. Zijn vorige, The broken circle breakdown (2012), bracht het tot een Oscarnominatie. Twee jaar werkt hij al aan Beautiful Boy en binnenkort pendelt hij heen en weer naar Californië. „Ik heb geen haast: ik wil de filmwereld daar van binnen en buiten leren kennen.”