Een opera over loslaten

De Amerikaan Peter Sellars combineerde twee oude Japanse toneelstukken voor ‘Only the sound remains’.

„Het muzikale materiaal vertelt ons wat te doen.”

Vraag de Amerikaanse regisseur Peter Sellars naar zijn uitleg van het begrip Zen, en met zijn fluisterende stem en twinkelende ogen brengt hij je prompt in een zenstemming: „Zen gaat over aanwezigheid en bewustwording. Je kunt je bewust zijn van de aanwezigheid van een ander. Of van de aanwezigheid van een klein briesje. Een moment van licht in de lucht. Een stukje afval op straat, haha! Maar serieus: je bewust zijn van wie je bent, waar je bent, en je realiseren dat het een wonder is dat je bestaat. Dat je wordt omringd door wonderen op elk moment van de dag. En ook: dat je in staat kunt zijn om de zaken los te laten.”

Precies die les, het leren loslaten, wordt geleerd in het Japanse Nôh-spel Feather Mantle, als deel van een nieuwe opera die Sellars bij De Nationale Opera regisseert. Een visser vindt een mantel van veren, die aan een engel blijkt te behoren. De visser zegt hem: je krijgt de mantel, maar alleen als je voor me danst. De engel stemt in, maar wil eerst de mantel terug. „Hoe kan ik je vertrouwen?”, vraagt de visser. „Twijfel is voor stervelingen”, antwoordt de engel.

Feather Mantle is onderdeel van het tweeluik Only the sound remains, de nieuwe opera van de gerenommeerde Finse componiste Kaija Saariaho. Eerst klinkt het tragischer Nôh-spel Always strong, waarin de geest wordt opgeroepen van een man die door geweld om het leven kwam.

De duisternis van dit eerste deel onderstreept Saariaho met real time elektronische verdubbeling: de zangstem van de geest krijgt een elektronische schaduw, met tonen die de diepte in trekken. In Feather Mantle wordt de zangstem van de engel juist omgeven door een elektronisch aureool, dat als een toverpoeder ver boven de hoofden van de luisteraars wordt uitgestrooid.

Rijke boodschap

Saariaho werkte eerder met Peter Sellars in haar opera L’amour de loin. „Peter stelde voor om met deze twee oude Japanse toneelstukken een nieuwe voorstelling te maken. Ik zag veel muzikale mogelijkheden. Het Nôh-theater heeft simpele verhalen met archetypische personages en een rijke boodschap. Er is weinig tekst, die je met muziek kunt verrijken.”

Ze koos voor een geheel nieuwe aanpak. Haar eerdere opera’s waren weelderige aangelegenheden, waarin het symfonieorkest regelmatig een verblindende hoeveelheid kleuren voortbrengt. In Only the sound remains zijn de middelen bescheiden: een strijkkwartet, slagwerker, twee solozangers en een becommentariërend minikoortje. En er is een prominente rol voor de kantele, een soort citer. „De kantele is in Finland zeer populair”, vertelt Saariaho. „De met de handen getokkelde snaren geven een prachtige resonantie. Twee nieuwe modellen met een bijzondere kleur zijn speciaal voor deze opera gebouwd.”

Ook nieuw in haar oeuvre is de solorol voor countertenor: Philippe Jaroussky zingt zowel de geest in deel 1 als de engel in deel 2. Zijn beroemde hoge falset, meer sopraan dan alt, glijdt tijdens een repetitie moeiteloos door de hoogste regionen van de partituur. De totaalklank is betoverend: aangestreken vibrafoontoetsen, glissandi in het strijkkwartet, duizelingwekkende tokkelingen van de kantele, een koortje dat zingt over ‘een regen van bloemen met vreemde geuren’, en een engelachtige countertenor wiens zang ook nog wordt uitgebeeld door een danseres.

De Franse sterzanger toont zich na afloop verguld. „Meestal voel ik ten diepste de beperkingen van mijn stem. Veel operarollen in de barok zijn oorspronkelijk voor castraat gecomponeerd. De titelrol van Händels Orlando bijvoorbeeld is mij te dramatisch. Saariaho’s opera daarentegen is op mijn stembanden geschreven. Hoog, maar niet virtuoos, eerder dromerig. Over twee jaar word ik veertig, mijn stem verandert, minder acrobatisch maar rijker van timbre. Ik ga me richten op Bach.”

Zijn barokfans van het eerste uur zullen misschien niet allemaal gecharmeerd zijn van Jaroussky’s uitstap naar moderne opera, vermoedt hij. „Maar ik wil mijn publiek graag met nieuwe ervaringen in aanraking brengen. En de regie is niet shockerend of eenduidig politiek. Het wordt een eenvoudige en hypnotische voorstelling. Peter geeft ons het vertrouwen in de mensheid terug, een beetje. Hij is absoluut niet cynisch.”

Knuffel

Integendeel. Sellars creëert een feestelijke sfeer. Na afloop van de repetitie krijgt iedereen een knuffel. Niet dat de regisseur naïef is. „De wereld is op dit moment zo ontzettend lelijk. En de media rennen voortdurend ademloos van de ene naar de andere controverse. Maar is het niet geweldig om daarom een voorstelling te maken die vervuld is van schoonheid, licht en beweging?”

Peter Sellars: „Ik bereid bijna niets voor, tijdens de repetities ontstaat er als vanzelf iets prachtigs. We gaan geen bewegingen uit het Nôh-spel nadoen. Daartoe zijn we niet gekwalificeerd, dat zou een jarenlange voorbereiding vragen. Maar het muzikale materiaal vertelt ons wat te doen. Het cliché luidt: opera is te groot, te kunstmatig. Maar deze productie is klein en intiem, ieders individuele bijdrage weegt zwaar mee. We openen onze oren, en nodigen iedereen uit voor het feest.”