Een mooie parketvloer, maar niet in originele staat

Deze rubriek belicht kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: een parketvloer en het dienstverband van prostituees.

Foto istock

De discussie over de parketvloer liep hoog op. De belastinginspecteur vond hem niet authentiek genoeg en de isolatie eronder kon al helemaal zijn goedkeuring niet wegdragen. Het rijksmonument was niet in oorspronkelijke staat hersteld. En dus kon de parketvloer van 10.000 euro niet als aftrekpost worden opgevoerd.

De eigenares had het vervallen appartement net samen met haar man gekocht en juist gerekend op wat financiële steun bij het opknappen en weer bewoonbaar maken van het monument. Het was 44 jaar bewoond geweest door één familie en had daarna drie jaar leeggestaan. Alles was aan vervanging toe. Op de vloer lag oud, beschadigd parket zonder isolatie – geen overbodige luxe in een appartementencomplex met houten vloeren.

Volgens de vrouw was de nieuwe vloer nodig om in het appartement te kunnen wonen en alleen al om die reden aftrekbaar, maar de Belastingdienst hield vol dat de vloer niet in de oorspronkelijke staat was teruggebracht. De kosten waren gemaakt voor de inrichting en daarmee niet aftrekbaar.

De rechtbank Den Haag oordeelt dat het niet gaat om de oorspronkelijke staat maar om de bewoonbaarheid van het pand. Onder de onderhoudskosten van een monument vallen alle (redelijke) kosten die zijn gemaakt om het pand in bruikbare staat te herstellen. Dat de vrouw onder de vloer isolatie heeft aangebracht, is volgens de rechter niet relevant omdat ze de kosten daarvan niet als onderhoudskosten heeft opgevoerd. Het nieuwe parket wordt toegestaan als aftrekpost.