Een bejaarde kus op jonge lippen

Kunst concurreert. Joke Tjalsma. Hail, Caesar! House of Cards-4.

Hail, Caesar!

Laatst werd ik uitgescholden. Dat verbaasde me op zichzelf niet, maar wel waar de anoniemerd me voor uitmaakte. Voor „#bejaarde”. Huh? Bejaarde? Is dat een scheldwoord?

Nou, dan ga ik in Museum Van Loon aan de Keizersgracht in Amsterdam maar eens schuldig genieten van de historische japonnen die de dames Van Loon sinds twee eeuwen kochten, van Parijs tot Londen. Ouwe jurken. En wat zijn ze geweldig. Ik kijk naar een fluwelen wespetaillegeval van Worth, uit 1883. Naar een sluik gouden charlestondingetje met een sleepje. Ooit om- en onthulden ze een warm lichaam, nu zijn ze warm kloppende kunstwerkjes.

Ik zie een toneelstuk van Rik van den Bosch en Maurits van den Berg. Uitermate subversief besef ik, want het heet Een coming of age voor bejaarden en bezingt zomaar de liefde van een oude vrouw. En dan hebben we het niet over de heilige veilige moederliefde, maar over hunkering en hartstocht en het lekkere van een man in je armen. Joke Tjalsma (zit zij ergens in, dan ga ik kijken) speelt deze alzheimerpatiënte. Ze herkent haar echtgenoot niet meer, maar haar geheugen koestert de jonge man die hij eens was. Kijk, daar staat hij, een verlegen dertiger. De bejaarde vrouw kust hem. Hartstochtelijk. Lang. Mooi en choquerend. Ze laat hem los. En wij moeten aanzien hoe zij zich realiseert dat ze zelfs de herinnering aan die kus verliest.

De film Hail, Caesar! gaat over de gouden jaren 30 van Hollywood. De makers, de broers Joel en Ethan Coen, veronderstellen van alles bekend. Dat valt tegen, vandaar dat er in de zaal krampachtig gelachen wordt, want men verwachtte een komedie en dat is Hail, Caesar! niet. Het is meer een reenactment van de tijd dat een ster nog een ster was (met recht op wangedrag), een studiodirecteur een ‘mogul’ en menige film een gooi deed naar fantastische waanzin. Want de Coens overdrijven niet, Hollywood was echt zo hysterisch als deze film laat zien, daar valt niet tegenop te verzinnen.

De werkelijkheid is een geduchte concurrent van de verbeelding. Neem House of Cards. Die serie heb ik altijd weerstaan, maar nu duik ik er maar eens in. Reeks 4 alweer. Eerlijk is eerlijk, ik ken de BBC-serie waar dit een remake van is. Vandaar dat ik huiverig was. Britse politici zijn een slag kleurrijker – in de VS komen machtsarrogantelingen te pas via een saai whatsapp-fotootje met hun lul uit hun broek; in het Verenigd Koninkrijk worden ze wurgseksend betrapt, of minstens met jarretelles om hun harige dijen. Voor de andere enkeling die House of Cards tot nu toe oversloeg: het verhaal draait om een geslepen proleet die zich heeft opgewurmd tot president van de VS en zijn chic geboren vrouw.

Ik zie klassenstrijd en rivaliteit. Ik zie de battle of the sexes. Ik zie machtsverslaving, op smaak gebracht met politiek – Shakespeare deed het vier eeuwen geleden ook zo. Ik concentreer me op de kern: twee verdoemde mensen. De president en zijn vrouw zullen heel diep vallen, maar voorlopig gaan ze ver genoeg om aan de macht te blijven. Idioot ver zelfs. En toch legt House of Cards het af tegen de werkelijkheid. Want daar woeden de verkiezingscampagnes van de Amerikaanse presidentskandidaten, aangevuurd door Donald Trump. En daar kunnen scenarioschrijvers een puntje aan zuigen.