Brazilië: deprimerend déjà vu

De Olympische Spelen, gepland voor deze zomer in Rio de Janeiro, moesten de kroon worden op het Braziliaanse wonder. Het pakt anders uit. Politieke verlamming door corruptieschandalen en een recordkrimp van de economie hebben het land in een diepe crisis gestort. Nog even afgezien van de zika-epidemie, die angst en verdriet brengt onder jonge Brazilianen en toeristen afschrikt.

De goede jaren begonnen een jaar of tien geleden, met de ontdekking van nieuwe olievoorraden op zee en de Chinese honger naar Braziliaanse grondstoffen zoals ijzererts, en landbouwproducten zoals soja, suikerriet en vlees. Met de andere zogeheten BRIC-landen – Rusland, India en China – kwam Brazilië blakend van zelfvertrouwen de economische wereldorde opschudden. In eigen land kon het riant investeren in stedenbouw, wegen en de nieuwe stadions voor het WK-voetbal. Er was werk en en je kon een hypotheek krijgen. São Paulo en Rio swingden harder dan ooit.

Maar de deviezen en buitenlandse investeringen droogden op, met de dalende export naar China. De olieprijzen zijn ingestort. De werkloosheid stijgt. Zo’n zes miljoen Brazilianen – drie procent van de bevolking – hebben de laatste twee jaar hun pas verworven middenklassestatus weer moeten inleveren en zijn teruggegleden in armoede. De inflatie, het oude Braziliaanse spook, stijgt onrustbarend. Deze week toonden officiële cijfers dat de economie vorig jaar met bijna vier procent is gekrompen, de sterkste daling sinds 25 jaar. En het eind van de recessie is niet in zicht.

De economische cijfers komen bovenop de escalerende politieke crisis. Tegen de onpopulaire president Dilma Rousseff loopt al een afzettingsprocedure omdat ze gaten in de begroting heimelijk zou hebben afgestopt met geld van staatsbanken. Een tweede kwestie, een immens corruptieschandaal rond staatsoliebedrijf Petrobras, gaat een nieuwe ronde in met een aanklacht tegen oud-president Lula da Silva, haar voorganger. Rousseff, tijdens Lula’s presidentschap chef van Petrobras, ontkent geweten te hebben dat managers en politici in die tijd smeergeld toucheerden. Maar de crisis komt gevaarlijk dichtbij en haar regering lijkt vleugellam.

Het is de vraag of Brazilië nog kan ontsnappen aan het bekende patroon: een meevaller, de neiging om vervolgens boven je stand te leven, waarna onvermijdelijk de rekening volgt – de cyclus van boom and bust die in Latijns-Amerika zo’n deprimerend déjà vu is.

Hoe dan ook moet nu eerst de politieke stabiliteit terugkeren, als voorwaarde voor het herstel van vertrouwen, zowel onder Brazilianen als van het buitenland. 2015 was een rampjaar, maar als er niets gebeurt wordt het olympische jaar 2016 nog erger.