Vrouwendag, de morning after

Mensen hebben niet zo maar behoefte aan vrije tijd. Ze hebben vooral ook behoefte aan betere vrije tijd. Vrouwen hebben dan wel net zoveel vrije tijd als mannen, in Nederland, maar ze kunnen er niet van genieten omdat ze zich meer dan mannen altijd opgejaagd voelen. Dat staat althans in het rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) met de gestresste titel Lekker vrij!? dat minister Jet Bussemaker (Emancipatiezaken, PvdA) dinsdag kreeg voor Wereldvrouwendag.

Het rapport beschrijft de relatie tussen vrije tijd, tijdsdruk en arbeidsparticipatie. Bussemaker was opdrachtgever van dit onderzoek. En ze is allang groot voorstander van het afschaffen van de in Nederland heersende cultuur van het deeltijdwerken door vrouwen. Dat leidde al bij de presentatie van haar Emancipatienota, in mei 2013, tot opwinding. Vrouwen voelden zich aangevallen toen Bussemaker het destijds waagde vast te stellen dat vrouwen weliswaar steeds hoger zijn opgeleid, maar vervolgens lang niet altijd carrière maken omdat ze kiezen voor deeltijdarbeid.

Het resultaat is dat in Nederland het ‘anderhalfverdieners-model’ – zoals het SCP het noemt wanneer de man voltijds en de vrouw drie dagen of minder werk – gemeengoed is. Bussemaker wil daar om emancipatorische redenen vanaf: wanneer de kostwinner door echtscheiding of andere rampspoed wegvalt, kan de vrouw niet rondkomen van haar 24-urige werkweek.

Het rapport komt met de voor de minister heugelijke uitkomst dat de arbeidsdeelname en economische zelfstandigheid van vrouwen zonder jonge kinderen (het merendeel van de vrouwelijke potentiële beroepsbevolking) inderdaad zou kunnen worden verhoogd. Maar dat kan alleen als die vrouwen in hun vrije tijd „wat meer zouden kunnen ontspannen”. Dat is een conclusie uit de categorie zegt-u-dat-wel-buurvrouw. Het rapport constateert zelf dat het de vraag is of betere kwaliteit van vrije tijd door beleid kan worden gerealiseerd. Ook wordt onderkend dat er geen empirisch bewijs is voor de relatie tussen ‘slechtere’ vrije tijd en gevoelde werkdruk. Op basis van gesprekken in focusgroepen over gevoelens, stigmatiseert het SCP werkende vrouwen als stresskippen.

Daarom is de reactie van minister Bussemaker misplaatst. Ze accepteert het geschetste beeld van de opgejaagde deeltijdvrouw. Als een verre echo op de roep om ‘onthaasting’ van haar partijgenoot oud-minister Margreeth de Boer (VROM), concludeert Bussemaker dat mannen óók meer in deeltijd zouden moeten werken. Een dergelijke beleidsconclusie op basis van dit SCP-rapport gaat te ver. Beter beleidsonderzoek zou wel een goed idee zijn.