Vijftig drijvende drones voor de haven

De Rotterdamse haven wil de slimste haven ter wereld zijn. Een wedstrijd voor start-ups moet goede ideeën leveren.

Foto John Gundlach/Flying Holland.

Qua kleding laat het team van Addnovation de concurrentie in ieder geval achter zich. De vier teamleden gaan identiek gekleed in donker pak en wit hemd, de drie mannen met dezelfde rode stropdas. Het maakt ze herkenbaar en ze stralen eenheid uit.

En de kracht van het team is een van de aspecten waar de start-ups die meedingen naar een plaats in PortXL, het eind vorig jaar opgerichte innovatieprogramma van de Rotterdamse haven, op worden beoordeeld. De jonge bedrijfjes moeten niet alleen een idee hebben, maar ook een financieringsplan, businessmodel, besef van de markt en de juiste mensen om het idee uit te voeren.

Dinsdag presenteerden 19 start-ups hun ideeën in een Rotterdamse toren bij de stadshavens. Eerst met een korte pitch voor de zaal, daarna in gesprekken van een half uur met mentoren. Sommigen kwamen van ver: Brazilië, Colombia, Zuid-Afrika, drie uit de Verenigde Staten.

Deelname aan de wedstrijd is aantrekkelijk voor de start-ups. Twaalf bedrijven werden dinsdag, de laatste selectiedag, uitgekozen om drie maanden lang intensief begeleid te worden. Ze worden gekoppeld aan mentoren uit het bedrijfsleven en investeerders en brengen zo hun plan een fase verder.

Gevestigde orde

PortXL, volgens Rotterdam de enige ‘port accelerator’ ter wereld, is ook aantrekkelijk voor de gevestigde orde. Haven gerelateerde bedrijven als Boskalis, Vopak en Damen doen mee, maar ook Heineken en Rabobank. EY-partner Jan-Peter Balkenende was bij de pitches aanwezig. De 150 mentoren krijgen geen vergoeding voor hun deelname. Niemand wil een goed idee mislopen.

De Rotterdammers van Addnovation hebben 1,7 miljoen euro nodig voor een vloot van vijftig drijvende drones. Samen zorgen die voor permanente en intelligente registratie van allerlei data in de haven: geluidsoverlast, lekkage van gevaarlijke stoffen, waterkwaliteit. Meten via de drones in het water is veiliger en betrouwbaarder dan de huidige meetsystemen op het land, volgens oprichter Marlon Drinkwaard. Als het rode stropdassenteam naar een volgende tafel gaat, bespreken de mentoren het idee. Ze zijn enthousiast.

Het bedrijf Seawind – in de presentatie gevestigd in Engeland, op de eigen website in Nederland – heeft een idee om windenergie op zee betaalbaar te maken. Met een flexibele tweebladige in plaats van een driebladige rotor en een andere installatietechniek van de turbines op zee, kunnen de kosten 50 procent omlaag.

Het grootste obstakel is de politiek, zegt topman Martin Jakubowski. „We moeten geloofwaardig worden voor regeringen, en daar hebben we de publieke opinie voor nodig.” Intern lijkt er ook een obstakel: gebrek aan teamgeest. Als Jakubowski zegt dat er al vijftig mensen bij Seawind werken, is zijn financiële man stomverbaasd. Dat weet hij niet omdat die mensen gratis werken, is de verklaring van de bestuursvoorzitter.

Concrete producten – een stapelsysteem voor containers, een drone om rotzooi in het water op te ruimen – zijn uitzonderingen. Veel ideeën zijn bescheiden. Vaak gaat het om software die communicatie efficiënter moet maken.

Zoals Rutapro uit Chili, die met een aangeklede app de logistiek tussen vrachtwagenchauffeurs en magazijnbeheerders wil verbeteren. Bedenker/directeur Freddy Cea is enthousiast genoeg, maar het idee lijkt voor Europa niet echt innovatief. Een van de mentoren, als Cea is opgestapt: „Heel sympathiek, maar met aardige mensen kun je de Maas vullen.”