Moord en intimidatie om blazoen islam schoon te houden

De Talibaan nam met een bomaanslag wraak voor de executie van een radicale moslim. Blasfemie is levensgevaarlijk, toch winnen liberalen langzaam terrein.

Foto AFP

„Jouw bloed zal een revolutie ontketenen”, zongen duizenden radicale Pakistaanse moslims vorige week bij de begrafenis van de net opgehangen Mumtaz Qadri in Islamabad. Voor hen was Qadri geen ordinaire moordenaar maar een voorbeeldige moslim, die de gouverneur die hij moest bewaken in 2011 doodschoot. De gouverneur, Salman Taseer, had namelijk durven zeggen dat het tijd werd Pakistans strenge blasfemiewetgeving te versoepelen.

Dinsdag dacht een van die radicale moslims een eerste stap naar zo’n revolutie te zetten. In de noordwestelijke plaats Shabqadar probeerde hij het gerechtsgebouw te betreden. Toen politieagenten hem tegenhielden, blies hij zichzelf op. Zeventien mensen vonden de dood, tientallen anderen raakten gewond. Even later mailde de groep Jamat ul-Ahrar, aangesloten bij de Pakistaanse Talibaan, dat de aanslag „speciaal was uitgevoerd als wraak voor het ophangen van Mumtaz Qadri”.

Het incident onderstreepte de sleutelrol die godslastering speelt in de ideologische strijd tussen moslimfundamentalisten en meer liberaal ingestelde Pakistanen. De fundamentalisten willen niet dat er ook maar een duimbreed wordt afgeweken van de huidige regels, die uit de jaren '80 dateren. De omstreden wet schrijft voor dat wie de Koran opzettelijk bezoedelt levenslange celstraf kan krijgen. Wie de naam van de profeet Mohammed beledigt, riskeert sinds 1986 zelfs de doodstraf.

Niemand is tot dusverre daadwerkelijk terechtgesteld wegens blasfemie, maar 17 mensen zijn al ter dood veroordeeld en wachten op voltrekking van hun vonnis. Vaak gaat het bij de veroordeelden om leden van religieuze minderheden of mensen die het bijvoorbeeld aan de stok hadden met andere dorpelingen. Geen makkelijker weg om van hen af te komen dan ze te beschuldigen van blasfemie. Soms laaien de gemoederen dan zo hoog op dat de opgewonden menigte de beschuldigde pardoes lyncht. Sinds 1990 zijn er ten minste 65 mensen vermoord, onder wie advocaten en rechters, in verband met blasfemiezaken.

De fundamentalisten zijn er zeer op gebrand zoveel mogelijk mensen die ook maar in de verte van blasfemie worden verdacht, veroordeeld te krijgen. Er is een speciale organisatie van enkele honderden streng-islamitische advocaten, de Khatm-e-Nubuwwat, die zich daar fanatiek voor inzet. Vanzelfsprekend verzorgden zij ook kosteloos de verdediging van Qadri.

Met tientallen tegelijk wonen ze blasfemiezaken bij en intimideren dan collega’s die verdachten van blasfemie bijstaan. „Ze zeiden met zoveel woorden: als je doodgeschoten wil worden, ga dan achter haar (de verdachte) zitten. En als je niet doodgeschoten wil worden, zorg dan dat je hier nooit meer wordt gezien”, vertelde een advocaat die het opnam voor een vrouw die van blasfemie was beschuldigd, aan persbureau Reuters.

Hoewel de fundamentalisten lange tijd de wind in de zeilen hebben gehad, zijn er aanwijzingen dat de liberalen de laatste maanden meer weerstand bieden. Alleen al het feit dat de autoriteiten Qadri's doodstraf durfden uit te voeren, wijst daarop.

Het past ook bij een veranderde opstelling van premier Nawaz Sharif. Sloofde hij zich in de jaren '90 nog uit om het islamitisch recht, de sharia, ingevoerd te krijgen in Pakistan, nu pakt zijn regering militante moslims hard aan. Ze heeft meer oog voor religieuze minderheden. Hindoes mogen sinds kort voor de wet trouwen. In de provincie Punjab, een bolwerk van Sharif, is een wet aangenomen die vrouwen moet beschermen tegen geweld.

Een omslagpunt voor Sharif maar ook voor velen in het machtige leger vormde de bloedige aanslag van de Pakistaanse Talibaan eind 2014 op een school met kinderen van militairen. Daarbij kwamen 132 kinderen om. Een golf van antipathie jegens de Talibaan ging toen door het land.

Reden voor de radicalen om zich nog vaster te bijten in de blasfemiekwestie, een zaak waarvan ze menen dat die de meeste Pakistanen na aan het hart ligt. De doden in Shabqadar zullen de laatsten niet zijn geweest.