Meer comazuipers door ‘zoete troep’

Het aantal jonge comazuipers steeg in 2015 met bijna 20 procent. Een tegenvaller na de nieuwe Drank- en horecawet.

De afdeling eerste hulp van het Jeroen Bosch Ziekenhuis tijdens een carnavalsnacht in 2010, waar ook veel jongeren met alcoholvergiftiging terechtkwamen. foto arie kievit

Het aantal zogenoemde ‘comazuipers’ dat in 2015 in het ziekenhuis belandde is fors toegenomen. Terwijl in 2014 783 kinderen door overmatige alcoholconsumptie in het ziekenhuis terechtkwamen, waren dat er in 2015 931. Dat is een stijging van bijna 20 procent. Het merendeel van de kinderen – ongeveer evenveel jongens als meisjes – werd opgenomen met een alcoholvergiftiging. Dit blijkt uit cijfers van het ziekenhuis Reinier de Graaf, de Universiteit Twente en het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP die dinsdag bekend werden gemaakt.

De gegevens van het onderzoek zijn verzameld door het Nederlands Signaleringscentrum Kindergeneeskunde (NSCK). Iedere maand stuurt het NSCK vragenlijsten naar alle Nederlandse kinderartsen en naar de academische ziekenhuizen. Het onderzoek toont alleen de kinderen die met een hoog alcoholpromillage bij de kinderarts terechtkwamen.

„Het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk veel hoger”, zegt Nico van der Lely, kinderarts in het Reinier de Graafziekenhuis en oprichter van de alcoholpoli voor jonge comazuipers. Een duidelijke verklaring voor de toename heeft hij niet. Volgens Van der Lely zijn vooral de mierzoete alcoholhoudende dranken een probleem: „Het gaat mis bij die zoete troep. Goldstrike, bijvoorbeeld, een drankje met goudglitters. Dat vindt de jeugd superstoer. Ze drinken het op een lege maag en na een paar glazen vallen ze om.”

Groter risico korsakov en kanker

De gemiddelde leeftijd van een kind dat terechtkomt op een alcoholpoli is 15,4 jaar. Van der Lely: „De hersenen van die kinderen zijn nog volop in groei.” De kinderen die op jonge leeftijd met overmatig drankgebruik in het ziekenhuis belanden lopen een groter risico op korsakov en verschillende vormen van kanker, volgens Van der Lely.

De cijfers zijn ruim twee jaar na invoering van de Drank- en horecawet, die verkoop van alcoholhoudende dranken aan jongeren onder de achttien strafbaar stelt, „een tegenvaller”. Van der Lely: „Soms voelt het alsof ik water naar de zee draag. Ik doe echt mijn stinkende best om alcoholgebruik onder minderjarigen terug te dringen. Ik reis het hele land af. Maar als James Bond in Spectre een uur lang met een Heineken in zijn hand staat, kun je daar echt niet tegen op.”

Betere controle gemeente nodig

Om het aantal alcoholintoxicaties onder minderjarigen terug te dringen is het noodzakelijk, zegt Van der Lely, dat de leeftijdsgrens door verstrekkers beter wordt nageleefd en dat gemeenten meer controleren.

Wim van Dalen, directeur van het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP, heeft er een hard hoofd in. Het alcoholprobleem wordt niet structureel aangepakt, zegt hij. „Ik kom langzamerhand tot de conclusie dat de decentralisatie op dit terrein een miskleun is. Het lukt gemeenten niet om hun horeca te controleren. Ze vinden het moeilijk een boete van 1.300 euro op te leggen. Daar worstelen ze echt mee.”

Toch staan er ook positieve trends in het rapport. Zo neemt het aantal problematische alcoholdrinkers van onder de vijftien af mede doordat ouders strenger zijn geworden. Vroeger vond driekwart van de ouders het prima dat hun kind dronk, zegt Van der Lely, nu denkt tweederde van de ouders daar heel anders over. „In de toekomst zullen ouders andere ouders opbellen met de vraag: ‘Wat is het alcoholbeleid op het feestje van jouw dochter?’”

Staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) noemt de toename „absoluut niet goed”. Van Rijn: „Alcoholmisbruik moeten we op alle fronten aanpakken. Te beginnen bij ouders en jongeren die hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Maar gemeenten moeten meer werk maken van controles en verstrekkers moeten de wet naleven. In de evaluatie van de Drank- en Horecawet die ik dit jaar laat uitvoeren, nemen we deze cijfers mee. Eventuele maatregelen zullen hieruit volgen.”

    • Martin Kuiper