Luipaardmotief is een grote trend in Parijs

Tijdens de Parijse modeweek waren historische invloeden een trend. Show van de week: het debuut van Demna Gvasalia bij Balenciaga.

Links Comme des Garcons, Rechts Balanciaga, boven Givenchy

Twee jaar geleden wist bijna niemand wie hij was. Nu is Demna Gvasalia (34) een van de grote namen van de internationale modewereld. Gvasalia – geboren in Georgië, opgeleid in Antwerpen – werkte voor Maison Martin Margiela en voor Louis Vuitton. Omdat hij gefrustreerd raakte over het feit dat hij de ontwerpen die hij maakte voor Louis Vuitton wel op de catwalk maar niet op straat terugzag, startte hij drie jaar geleden met een paar vrienden modelabel Vetements, aanvankelijk als weekendproject. Vetements, dat ‘gewone’ kleren (bomberjacks, sweatshirts, bloemetjesjurken) brengt waaraan een ongewone, conceptuele draai is gegeven, zie je inderdaad wel op straat, in elk geval tijdens de Parijse modeweek. Met name de jeans met ongelijke, onafgewerkte zomen die zijn gemaakt van oude 501’s, zijn een hit onder het modepubliek.

Afgelopen oktober werd bekend dat Gvasalia benoemd was tot nieuwe hoofdontwerper van Balenciaga. Dat modehuis, dat onder leiding van Nicolas Ghesquière een van de opwindendste van dit millennium werd, was de laatste jaren, met de Amerikaan Alexander Wang er aan het roer, een beetje ingedut.

Zondag, twee dagen na de pas vierde show van Vetements (jasjes met zeer hoog opgetrokken schouders, oversized overhemden, ultrakorte plooirokken, een sweatshirt met de tekst You fuck’n asshole) liet Gvasalia zijn eerste collectie zien voor het huis. Het mantelpak waarmee de show opende was een verwijzing naar de gebeeldhouwde stijl van oprichter Cristóbal Balenciaga, al stonden de schouders van het jasje enigszins naar voren, zodat het leek of het model een klein beetje in elkaar gedoken was. De collectie zat vol met zulke vondsten: windjacks met dramatische couturekragen en, op z’n Gaastra’s, een merknaam in de nek; sculpturale truien en trenchcoats; gebloemde jurken met dito laarzen; rokken met volumineuze plooien voorop; grote ‘boodschappentassen’. Het soort elegante, bruikbare maar eigenzinnige mode waarvan er op het moment te weinig is.

De collectie van Givenchy viel op door de veelzijdigheid: er waren chique jassen van slangenleer en met een luipaardmotief (een grote trend in de Parijs), bomberjacks en korte jasjes die deden denken aan antieke legerkleding, elegante zwarte jurkjes met bont en korte jurken met motieven gebaseerd op de Egyptische oudheid.

Givenchy-ontwerper Riccardo Tisci was niet de enige in Parijs die in het verre verleden gedoken was voor inspiratie voor zijn vrouwencollectie voor najaar 2016. Veronique Branquinho’s molensteenkragen en lange fluwelen jurken waren ontleend aan de Vlaamse meesters (hoodies en parka’s zorgden ervoor dat de collectie van de straat bleef). Rei Kawakubo van Comme des Garçons had zich voorgesteld hoe een acttiende-eeuwse punk zich zou kleden: in bouwsels van roze kunstleer of gebloemde jacquards. Totaal niet draagbaar natuurlijk, maar Kawakubo vindt dat allang geen criterium meer voor haar catwalkontwerpen. De commerciële vertalingen die in haar showroom hangen – jacquard jassen en jurken, met ronde kragen en punkaccenten – vinden hun weg toch wel.