‘Je kunt ook thuis in de badkamer overlijden’

Maurice Mommen (43) is altijd op zoek naar poedersneeuw en waarschuwt voor de gevaren. ‘Mensen geloven wel dat ze de Staatsloterij kunnen winnen, maar houden geen rekening met de kleine kans dat ze in een lawine terecht kunnen komen.’

Foto Andreas Terlaak

‘Er komt weer wat verse sneeuw in het noordwesten. Dat levert woensdag een poederdagje op in Wallis, en vooral de Haute Savoie. Koude lucht popt op en laat een deken van fluffy pow op een bestaand sneeuwdek vallen.” Freeriders hebben na zo’n weerbericht hun spullen al in de auto liggen. Poedersneeuw is de heilige graal voor freeriders: skiërs en snowboaders die de pistes links laat liggen, en ongeprepareerde sneeuw in de vrije natuur verkiezen.

Dat weerbericht van gister is geschreven door freerider Maurice Mommen (43), medeoprichter van freeriders-community WePowder en daar beter bekend als ‘Meteo Morris’. De site, onlangs uitgebreid naar het Frans, Duits en Engels, trekt 400.000 bezoekers per maand in Nederland, en trok de afgelopen twee maanden een miljoen unieke bezoekers internationaal. Mommen vertelt in een strandtent in Scheveningen – waar het sneeuwt – dat hij net terug is van een heliboard-trip in Canada. Daar werd hij met een helikopter afgezet op de mooiste afgelegen bergtoppen met de beste sneeuw. „De gids was een beetje beducht. Die dacht, zo’n Nederlander, wat kan die? Maar we kwamen op een groot veld met poeder, en die gast zegt: het kan, geen gevaar. Ga maar. Nou, ja, dan ga je. Zo fantastisch. Zulke perfecte sneeuw, adrenaline pur sang. En niks kon gaan schuiven.”

Dat de sneeuw soms wel kan gaan schuiven beseft Mommen als geen ander. Met WePowder ontwikkelde hij de Safety Academy, een veiligheidscursus, speciaal voor freeriders. Mommen kent de verhalen waarbij het misgaat, en hij houdt het aantal doden door lawines in de Alpen bij. 44 tot nu toe dit seizoen.

De eerste reactie op off-piste ongelukken is vaak: eigen schuld. Snap je dat?

„Ja. Het is ook eigen schuld. Alleen, wat ik vervelend vind is de ondertoon. Die is vaak dat iemand die zo’n ongeluk krijgt dom is geweest, en dat weet je helemaal niet. Veel mensen denken dat een lawine zo, hup, uit het niets op je neervalt en je je er niet op kunt voorbereiden. Dat is niet zo. Maar soms weten mensen net te weinig en maken ze een foutje. We maken in het verkeer ook wel eens een foutje. Om dan te reageren, van ‘eigen schuld’, dat vind ik goedkoop. Makkelijk. Weet je wat het ergste is van leven? Je gaat er dood aan. Maar hoe ga je daar mee om? Je kan wel thuisblijven, maar je kunt ook in de badkamer overlijden.”

De meeste Nederlandse wintersporters blijven op de piste. Die weten wat er met prins Friso en Michael Schümacher is gebeurd, en verklaren freeriders voor gek.

„Ik denk ook dat het verstandig is, want off-piste hebben ze niets te zoeken als ze niet goed kunnen omgaan met de risico’s. Op de pistes zie ik trouwens vaak veel gevaarlijkere situaties. Mensen zijn bewegende objecten die ineens rare bochten maken, superlink. Off-piste draag ik niet altijd een helm, zodat ik m’n maatje goed kan horen, op de piste heb ik ’m altijd op. Maar ik zou het gewoon wel tof vinden als mensen anderen niet zo snel veroordelen. Als je vooroordelen blijft houden, dan kun je er niks van leren. Vraag je eerst af, waarom doet iemand het?”

Oké, waarom doet iemand het?

„Freeriden is alsof je op lucht zweeft. Sneeuw is voor 80, 90 procent lucht en de rest is een beetje gestold water. In poedervorm geeft het een heel fijne weerstand, een zachte druk tegen je board die in een bocht een bepaalde dynamiek geeft waardoor je vanzelf verder gaat. En dat zorgt voor een heleboel neurotransmitters in m’n hoofd. Anderen nemen psychedelica in het weekend, ik zoek altijd naar die ene, ultieme bocht.”

Hoe begon het voor jou? Wintersport met je ouders?

„Ja, maar het begon echt toen ik een jaar of 18 was, en ik een baantje had in een wintersportwinkel. Daar kwamen toen de eerste snowboards. Ik ben toen meteen de piste afgegaan. Dat was zoveel makkelijker dan met ski’s, want dat waren toen nog van die lange spaghettislierten. Snowboarden voelde veel natuurlijker.”

Wist je wat je deed?

„Nee, ik deed maar wat. Ik wist nog helemaal niks, ik heb me pas later verdiept in lawinekunde. Een keer ging het bijna mis. Ik zag in een filmpje zo’n gast door een lawine heen boarden. Ik dacht, dat kan ik ook wel. Ik ging bovenin een grote geul in, waar ’s zomers water doorheen stroomt. De sluff, losse sneeuw, kwam naar beneden. Dat is in zo’n geul in de regel niet zo heel gevaarlijk, maar ik werd meegetrokken en kwam helemaal vast te zitten. Tot m’n nek. Het was een totale verrassing, ik kon helemaal niks meer, ik moest eruit gered worden. Daarna kreeg ik aan de bar van een van de jongens een glas whisky. Die vloog zo uit het glas omdat ik zo stond te trillen. Het was echt een eyeopener.”

Kom je zelf nog wel eens op een plek waar je eigenlijk niet moet zijn?

„Ja, elke winter wel een keer. Zo raakte ik vorig seizoen met vrienden in een discussie of we een helling wel of niet moesten nemen. Ik vond het te link en nam met een deel van de groep een andere route. Anderen namen die helling wel. We hielden ze wel in de gaten natuurlijk, en het ging ook goed, maar ja. Het gaat 99 van de honderd keer goed, maar als het die ene keer fout gaat dan… Als het wel goed gaat denk je: zie je wel, het kon prima.”

Gewone wintersporters die een weekje per jaar naar de sneeuw gaan, komen ook steeds vaker buiten de piste, wat zeg je tegen hen?

„Ik vind het belangrijk om te benadrukken dat off-piste begint waar de piste eindigt. Het meest dramatische verhaal dat ik ken, is van een gezin in Zwitserland, een paar jaar terug. De piste maakt een bocht, en de ouders en hun zoontje snijden die af. Daar komt de boel ineens los en het zoontje wordt bedolven. Ze krijgen hem niet op tijd uit de sneeuw. Dit was zo makkelijk te voorkomen geweest. Buiten de piste is off-piste. Iedereen bagatelliseert dat. Mensen geloven wel dat ze de Staatsloterij kunnen winnen, maar houden geen rekening met de kleine kans dat ze in een lawine terecht kunnen komen. Dit was een shortcut van niks, pak ’m beet twintig hoogtemeters, meer niet. Poef. Dood.”

Je hebt twee zoons, van negen en elf jaar, neem je die mee naar de bergen?

„Die gaan mee naar de sneeuw, ja. De jongste nog niet naar de poeder, maar hem leg ik al wel uit wat een lawinepieper is. De oudste neem ik mee, maar alleen waar het niet steiler is dan 30 graden en waar er niks steilers boven hem zit. Op steile hellingen is het lawinegevaar veel groter. En dan leg ik uit wat ik doe.”

Hamer je dan alleen op veiligheid, of is het ook nog leuk om met jou pad te gaan?

„Dat ís leuk, want ik spring van rotsjes af, kies de goede lijnen uit en dan zegt hij: dat wil ik ook. Nou, dan gaan we dat doen, en ondertussen leg ik uit waarom we kiezen daar te gaan staan en niet daar. Kijk, je kunt alle plezier kapot praten met veiligheid. Online predik ik dat wel, omdat ik hoop dat je op de berg denkt, o ja dit is ooit een keer tegen me gezegd, hier moet ik opletten. Maar als ik zelf in de sneeuw sta, gaat het om de fun. Als je goed voorbereid bent, kan dat, omdat je weet: ik ben nu ergens waar het risico minimaal is.”

Voel je je ook een verantwoordelijk voor de lezers van WePowder? Jij vertelt ze wat veilig is en wat niet.

„Wij wijzen mensen op beslismethodes, waar ze zelf mee aan de slag moeten. Een paar jaar geleden kwamen twee jongens uit onze community om in een lawine. Een van hen kende ik echt heel goed. Ik besefte dat niet alles wat ik zeg bij iedereen aankomt. De gidsen zeiden tegen me, ga jij je nou niks verwijten. Behalve jou was er niemand die aandacht vroeg voor lawineveiligheid.”

Gaf je jezelf de schuld?

„Ik stelde mezelf wel vragen. Tuurlijk. Had ik het kunnen voorkomen? Had ik ook in die situatie kunnen komen, wat had ik dan gedaan? Maar niet alles in het leven is te controleren. Dat moet je ook niet willen, dat is ook de schoonheid van onze sport. Juist ook door dit soort ongelukken gaan mensen nog eens kritisch naar zichzelf kijken. Het is een waarschuwing. Dit is het leven, niks is gegarandeerd.”

Heb je veel vrienden of kennissen verloren aan lawines?

„Het valt wel mee. Omdat WePowder zo groot is geworden hoor je wel eens van een vriend van een vriend van een vriend die het overkomen is. Het doet me iedere keer wat. Ik voel altijd een beetje de pijn van zijn of haar naasten.”

Probeer je dan te reconstrueren wat er precies is misgegaan?

„Ik wil wel weten wat er misging, en die kennis dan delen. Maar neem wat er laatst in Frankrijk gebeurde met die twee pubers en die docent. [in Les Deux Alpes kwam een schoolklas in een lawine op een gesloten piste die toch werd gebruikt, red.]. Dat is vreselijk. Maar in de Franse cultuur lijkt het bordje ‘piste gesloten’ soms wel een trigger om juist te gaan. Zeker als er al tig sporen staan.”

Die docent wordt dood door schuld ten laste gelegd.

„Ik was er niet bij, ik weet niet waarom hij het heeft gedaan. Maar ik weet wel dat als er heel veel sporen staan, je wel heel sterk in je schoenen moet staan om nee te zeggen.”