Column

House of Cards braver dan Trumps optreden

De verslaafden keken er lang naar uit. Sinds eind vorige week is het zo ver: het vierde seizoen van House of Cards. Vol actuele verwijzingen naar de presidentsverkiezingen biedt het een portret van een cynisch, wreed en machtsbelust Washington waar nauwelijks iemand schone handen heeft. Waar de eerdere serie The West Wing (1999-2006) een geïdealiseerde versie liet zien van hoe the administration werkt, waarbij uiteindelijk zoveel mogelijk de morele bakens werden hooggehouden, is The House of Cards (2013-2016) een klassiek drama waar het kwaad winnende is, en oprechtheid wordt gestraft, zelfs met de dood. West leidde er zelfs toe dat er een halfserieuze discussie ontstond over de voor- en nadelen van ‘Bartlet for President’, alsof die zachtmoedige, min of meer fatsoenlijke president een alternatief zou kunnen zijn voor de politieke impasse. De Underwoods, het presidentiële koppel van House of Cards, dat letterlijk over lijken gaat, kan uiteraard niet een dergelijk letterlijk rolmodel vormen. Toch is het verleidelijk om te denken dat die verschuiving in moraliteit ook de groeiende verharding van de Amerikaanse samenleving weerspiegelt. Onverbloemde megalomanie, emotieloze berekening: zo beschouwen wij in Europa deze verkiezingsstrijd waarin bijna alles geoorloofd lijkt. Er is zelfs geen pretentie meer dat ideeën een rol moeten spelen. Waarom nog een beroep doen op het denken van de kiezer als zwartmakerij effectiever is? Het verschil in succes tussen de kandidaten berust niet op ideologie maar op emotionele resonantie. Frank Underwood veracht trouwens het verweekte, ambitieloze en ineffectieve Europa en is voorstander van VK-uittreding.

Het is onmogelijk om niet af en toe aan Donald Trump te denken, al lijkt de briljant acterende Kevin Spacey fysiek totaal niet op de blonde zakenman. Ook de kille, perfect geklede Claire Underwood die de rivaliteit met haar man ten volle uitbuit, roept associaties op met Hillary Clinton. „De weg naar de macht is geplaveid met hypocrisie en slachtoffers”, „Als je niet rijk wordt door met politici om te gaan, is er iets mis met je”, „Wat de verliezers onderscheidt van de winnaars is hoe een mens reageert op een nieuwe ontwikkeling van het lot”: het verschil tussen Underwood en Trump is niet altijd zo groot (de laatste twee citaten zijn van Trump). In cynisme zijn Underwood en Trump elkaars gelijke. Trump is echter een onvervalst racist en xenofoob. Hoe ironisch dat dat laatste in een televisieserie onacceptabel is, maar in het echt blijkbaar ongestraft getolereerd wordt. Soms lijken werkelijkheid en fictie stuivertje te verwisselen.

Langzaam begint het de Amerikanen, en de wereld, te dagen dat Trump niet weggezet kan worden als een vulgaire schreeuwer. En langzamerhand begint het Trump te dagen dat als hij een kans wil maken op het presidentschap, hij dat niet langer als een snelle zakelijke deal kan beschouwen waarbij de machtigste partij de voorwaarden dicteert. Langzamerhand en onopvallend komt Trump terug op een aantal van zijn uitspraken, zoals over de verplichting van de VS om internationale verdragen te respecteren. Juist in die verschuiving schuilt het gevaar. Schijnbare kennis van zaken en redelijkheid, hoe oppervlakkig ook, is de eerste stap naar respectabiliteit. De kans dat Clinton wint, is groot. Maar laten we niet naief zijn: het succes van Trump én Underwood illustreren en de alom aanwezige fascinatie voor brute macht. „De kwaliteit van een goede leugenaar is dat hij mensen kan doen geloven dat hij geen talent voor liegen heeft.” Dixit Underwood.