Dromen van een rol in een musical - maar jammer van de praktijk

Veel jongeren dromen van een baan bij ‘de musical’. Maar er zijn tegenwoordig meer opleidingen en minder producties. 

Eva (links) en Carlie van het duo 'Zij en ik". Op de vleugel Robin de Weert. Foto Andreas Terlaak

Zij volgen hun droom...

Eva Opperman (22) en Carlie Spruijt (22) vormen het duo ‘Zij en Ik’. Een jaar geleden studeerden ze af aan de Dutch Academy of Performing Arts (DAPA) in Den Haag, waar ze de opleiding tot musicalartiest volgden. ‘Zij en Ik’ zijn onder meer te boeken voor feesten, waar ze „een unieke tekst op een door jou gekozen nummer” verzorgen. Vorig jaar deden ze mee aan het Groninger Studenten Cabaret Festival. In mei is de première van hun eerste avondvullende kleinkunstvoorstelling, In alle eerlijkheid.

Eva: „We hebben allebei eerst de vooropleiding gedaan, dat was op zaterdag.”

Carlie: „Jij wist toen al wat je wilde, ik zag een auditie-oproep en dacht: leuk. Geen idee dat het professioneel was.”

Eva: „Ik was altijd al bezig met muziek. En toen zei mijn gitaarleraar: waarom ga je niet zingen?”

Carlie: „Op de middelbare school ben je een loser als je zegt dat je culturele en kunstzinnige vorming leuk vindt. Of dat je muziek maakt.”

Eva: „Daar trek je je ook best wat van aan, dat ze zeggen: die suffe met die gitaar. Dus je moet wel sterk zijn.”

Carlie: „Niet dat ik werd gepest, hoor.”

Eva: „Maar de vooropleiding was dus wel een warm bad.”

Carlie: „Je kreeg meteen van alles. Koorles, privé-zangles, solfège, dramales, dansles.”

Eva: „Je wist, dit is mijn toekomst.”

Carlie: „Musical.”

Eva: „Ja, musical.”

Carlie. „Dus dat kozen we.”

Eva: „De meesten kozen dat. Musical is alles: muziek, dans, drama. Als je het ziet, denk je: dat wil ik ook allemaal.”

Carlie: „Je denkt ook dat daar het meeste werk in is.”

Eva: „En het is glamorous, natuurlijk.”

Carlie: „Je werkt in een groep, je bent altijd met z’n allen.”

Eva: „Maar dan kom je erachter: er is meer dan musical alleen.”

Carlie: „Je merkt ook dat het vlak is. Als er emotie bij komt kijken, wordt er muziek ingezet, een lied, een dans. Kleinkunst heeft meer lagen.”

Eva: „Het biedt meer qua emotionele schakelingen.”

Carlie: „Maar het is fantastisch hè, musical.”

Eva: „We doen ook nog altijd auditie.”

Carlie: „Alleen ben je dan dus wel nummer drieduizendachtenzestig.”

Eva: „Daarom zeggen ze op de opleiding: doe auditie, maar creëer ook je eigen kansen.”

Carlie: „Nu spelen we op kleine festivals, we geven huiskamerconcerten, maken een lied voor een bruidspaar of voor een bedrijfsfeest.”

Eva: „En we zijn bezig een avondvullend programma samen te stellen. De première is in mei. En dan hoop je dat een impresariaat dat ziet en zegt: kom maar bij ons, meisjes.”

Carlie: „We moeten kilometers maken, nu. We hebben ook een eigen bedrijfje. We staamn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.”

Eva: „We kunnen er nog niet van leven. Maar als het zo doorgaat, hebben we wel vertrouwen in onze toekomst.”

Carlie: „Je wilt later kunnen zeggen dat je alles hebt geprobeerd.”

 

Robin de Weert (19) zit in het tweede jaar van DAPA. Toen hij een jaar of tien, elf was, zag hij Ciske de Rat. Ik dacht: dat wil ik ook. Ik zocht op waar audities waren en ik meldde me aan voor Tarzan. Toen belden ze mijn ouders: ik had het formulier niet helemaal goed ingevuld. Mijn ouders waren stomverbaasd, ik had niks tegen hen gezegd. Maar ze gingen wel met me mee naar de auditie.

En ik werd toegelaten. Dat was best raar, ik had geen vooropleiding gedaan, geen zang, geen dans. Ik heb enorm geluk gehad. Ik mocht optreden in het Circustheater. Liedjes zingen, dansen, ik deed wat alle kleine Tarzans deden. Daarna heb ik op zaterdag de vooropleidingen van DAPA gevolgd: kids in training, kids on tour, de junioracademie. En nu zit ik in het tweede jaar van de opleiding. Ik wil het podium op, het liefst in musicals. Op een podium staan is magisch, dat je merkt dat je het publiek boeit, dat je ze kunt pakken. Een keer moest ik ze laten huilen, het lukte me om zelf ook te huilen. Dat gaf zoveel power, hoe je mensen kunt meenemen in een verhaal.

Maar er zijn dus maar weinig musicalproducties. En je moet maar net het type zijn dat ze zoeken. Daar zitten we allemaal mee: je wilt het, maar het is onzeker of het lukt. In mijn klas heeft iemand nu een rol gekregen in Soldaat van Oranje. We zijn allemaal blij voor haar. De droom is van ons samen.

Ik heb nu wel een backup-plan, ik ga straks nog de pabo doen. Voor de klas staan is ook een soort acteren.

Ik werk trouwens weer in het Circustheater. Bij de gastenontvangst. Dan ben je toch weer een beetje waar de magie is.”

Maar dit is de praktijk...

Op de open avond van de Dutch Academy of Performing Arts van ROC Mondriaan in Den Haag liggen A4’tjes klaar met ‘auditietips’. Voor dans bijvoorbeeld: Zorg voor goed ingelopen dansschoenen (geen straatschoenen). Drink veel water en zorg dat je goed gegeten hebt.

En voor zang: Kies een lied dat je comfortabel kunt zingen; Zorg er bij losse bladmuziek voor dat de blaadjes met plakband aan elkaar geplakt zijn.

De tips zijn samengesteld door studenten van de school, ze eindigen met ‘Bij voorbaat veel succes met je auditie!’

Om toegelaten te worden tot de opleiding moet je in twee rondes auditeren. De tips voor die audities worden deze avond meegenomen door zo’n vijftig belangstellenden, meestal meisjes.

Er was al eerder een open dag, ook toen was er veel belangstelling. Uiteindelijk werden dertig kandidaten aangenomen. In de loop van de tijd zal eenderde een andere opleiding gaan volgen.

Wie bij de musical wil werken, kan op veel opleidingen terecht, zowel op MBO-niveau, zoals DAPA, als op hogescholen. Toen Piek van der Kaaden (25) zich zeven jaar geleden meldde bij Fontys Hogeschool in Tilburg „waren er zo’n 700 aanmeldingen”. Er werden 24 studenten aangenomen, 16 haalden een diploma. Winny Rolfes (31) studeerde tien jaar geleden af aan de Theaterschool in Amsterdam. „Er waren nog niet zoveel opleidingen. Je had meer kans op werk.”

Want al is de droom van glamour en roem hetzelfde gebleven, in de praktijk is er de afgelopen jaren nogal wat veranderd. Er kwamen meer opleidingen en het aantal afgestudeerden nam toe, strenge selectie of niet. Winny Rolfes: „Ik ben Aziatisch. Toen ik begon, werden mensen met een getinte huidskleur nog ingezet voor ‘donkere’ rollen. Nu niet meer.” Piek van der Kaaden:

Van de 16 mensen uit mijn jaar zijn er 6 of 7 bij de musical terechtgekomen.

Tegelijk met de toename van het aantal afgestudeerden kwamen er minder producties, die vaak ook nog eens korter duurden: het gevolg van de economische crisis. Piek van der Kaaden: „Je ziet minder mensen in de zaal zitten.”

In 2015 fuseerden de twee grootste theaterbedrijven van Nederland, Joop van den Ende Theaterproducties en Albert Verlinde Entertainment. Winny Rolfes: „Voor die tijd kon je switchen van de een naar de ander, zodat ze je niet na een paar jaar verplicht in dienst hoefden te nemen. Dat kan nu niet meer.”

Winny Rolfes:

Opleidingen spelen in op de veranderde omstandigheden. Bij DAPA word je ‘uitvoerend artiest’, hoor je op de open avond: „Als all-rounder heb je straks meer kans.” Je leert er „een eigen werkveld creëren” als zzp’er en je krijgt didactiek, „zodat je bijvoorbeeld danslessen kunt gaan geven”. Doorliep iedere student tot vorig jaar nog het profiel musical, straks kiezen ze pas halverwege de opleiding tussen dans, drama en musical.

Wat door de jaren heen hetzelfde is gebleven: werken bij de musical is altijd tijdelijk. Piek van der Kaaden: „Ik werd nog tijdens mijn stage aangenomen voor het ensemble van De Jantjes. De tour werd verlengd met extra voorstellingen, het werden er uiteindelijk meer dan honderd. Maar terwijl je dat doet, ga je ook alweer auditeren.” Winny Rolfes: „Je stuurt je cv, eventueel krijg je een uitnodiging. En als je mag komen, kijken ze eerst of je wel het type bent dat ze zoeken.”

Piek van der Kaaden:

Het is een onzeker bestaan, zeggen ze allebei, „maar dat is ook het spannende”. En het wordt makkelijker als je meer hebt gedaan. Winny Rolfes: „Ik kreeg in het begin veel afwijzingen. Maar nadat ik bij Van den Ende in Dirty Dancing had gestaan, kreeg ik sneller te horen dat ergens audities waren. Toen kwam Mary Poppins. En daarna ook nog Miss Saigon.” Piek van der Kaaden speelde na De Jantjes twee jaar lang in Soldaat van Oranje als ‘swing’, wat betekende dat ze alle vrouwelijke posities moest kunnen dekken. Daarbij speelde ze, als ‘understudy’, regelmatig de vrouwelijke hoofdrol.

Wat ook is gebleven: het harde werken. Wie in een musical staat, heeft alleen op maandag vrij, alle andere dagen zijn er voorstellingen. Ook op feestdagen, ook op verjaardagen. Piek van der Kaaden:

Maar als je dan vrij bent, geniet je er ook van. Ik ga nu een paar weken met vakantie, voor het eerst in drie jaar.

Wat zegt ze als iemand haar vraagt of je in deze tijd nog een musicalopleiding moet willen volgen? „Het is heel mooi werk, de vrolijke en ontroerde gezichten in de zaal zijn steeds een cadeautje. Maar je moet er wel veel voor willen laten, en elke dag weer je helemaal geven.”

Winny Rolfes speelde tot 2012. Sinds dien gaf ze les, werkte ze in de horeca en stond ze in een kledingwinkel. Vorige week heeft ze haar eigen bedrijf opgericht, evenementenbureau Bambu Events. Wat zou zij zeggen tegen iemand die bij de musical wil? „Het is pittig, je moet er helemaal voor gaan. Maar als iemand zijn hart volgt, zou ik het nooit afraden.”