Bizarre eugenetische nachtmerrie

Four (Theo James), het liefje van heldin Tris, en de tienerrrebellen van The Divergent Series: Allegiant

Het is niet zo’n fenomeen gebleken als The Hunger Games, de boeken- en filmserie die het postapocalyptische genre bij de jeugd populair maakte en door z’n vrouwelijke heldin van een nieuwe doelgroep voorzag. Maar het voorlaatste deel in de Divergent-reeks was gisteren in diverse bioscopen al wel aanleiding tot een marathonvertoning, met als kers op de taart het nieuwstee deel Allegiant. Net als eerder bij Harry Potter en The Hunger Games is het slotdeel om commerciële redenen in tweeën geknipt, wat tot zoveel malle plotwendingen leidt dat het spannend wordt hoe ze zich daar in juni 2017 bij het eindspel Ascendant uit redden.

Wat in de eerste twee delen nog een sociologisch experiment in Matrix-stijl was, ontaardt in Allegiant in zo’n bizarre eugenetische nachtmerrie dat het raadselachtig wordt welke ideologische boodschap de jonge christelijke schrijfster van de serie, Veronica Roth, daar nu mee wil uitdragen. Hoewel de films zwelgen in green screen-stunts en special effects, lijkt de moraal vooral technofoob en anti-wetenschappelijk.

Hoe zat het ook alweer? Voor de groepjes meisjes en jongens die zich gisteren in de Utrechtse Rembrandtbioscoop verzamelden, is het een feest van herkenning. In dystopisch Chicago leven tussen halfingestorte wolkenkrabbers vijf ‘facties’: vredige boeren, eerlijke juristen, roekeloze krijgers, eenkennige wetenschappers, onbaatzuchtige helpers. Tris, geboren als helper, geneigd tot krijger, past niet in één vakje. Als factieloze wordt zij spil van een revolutie.

In Allegiant is dictator Jeanine verslagen en geruisloos vervangen door de moeder van Tris’ grote liefde Four, die het ‘factieloze’ rebellenleger aanvoert en in een competentiestrijd verwikkeld met opperboerin Johanna. Gelukkig komt er ook nog een op macht beluste, vuil glimlachende man om de hoek, anders zou je denken dat de actieheldin het louter tegen lastige schoonmoeders moet opnemen.

De vorige films leken nog een metafoor voor groeipijn en tienerleed: wetten, regels en sociale druk kunnen immers aanvoelen als totalitaire systemen. In Allegiant mikt het verhaal evenwel op nog grotere ideeën over het illusoire karakter van onze werkelijkheid, surveillancetechnologie en het leven als videogame. Er worden zoveel elementen uit andere en betere films op een hoopje gegooid dat je het alleen maar frappant kan vinden hoe snel dat clichés zijn geworden. Dystopie, apocalyps, uitverkoren tieners die door volwassenen in de steek worden gelaten en zich met hightech wapentuig naar het volgende deel schieten: het wordt al bijna oubollig.