Aanhoudende crisis: wat kan de Europese Centrale Bank nu nog doen?

Groeivertraging, deflatie, onrust op de markten: de Europese Centrale Bank staat donderdag voor een zeer lastige opgave.

Mario Draghi. Foto Vincent Kessler

Het bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) komt donderdag bijeen in een sfeer van economische somberte. De ene na de andere prognose toont een donker beeld. Het ondernemersvertrouwen voor de muntunie staat op de laagste stand in twaalf maanden. Het Centraal Planbureau verlaagde de raming van de groei van de Nederlandse economie in 2016 naar 1,8 procent. In september was dit nog 2,4 procent.

Zorgwekkender nog voor het ECB-bestuur zijn de cijfers over inflatie. In februari stegen de prijzen in de eurozone niet meer, ze daalden vergeleken met een jaar eerder met 0,2 procent. Het officiële inflatiedoel van de ECB, vlak onder de 2 procent, raakt almaar verder uit zicht. Dat doel is belangrijk omdat inflatie van net onder de 2 procent als optimaal geldt: de economie kan gezond groeien zonder dat de prijzen de pan uitrijzen.

Bovenop het inzakken van groei- en inflatieverwachtingen komt ook nog onrust op de financiële markten – nog een kopzorg voor ‘Frankfurt’. De aandelenkoersen hebben sinds begin dit jaar hevige schommelingen laten zien.

Wat kan de ECB nu doen? Deze vergadering belooft een zeer lastige te worden voor de club bestuurders, bestaande uit zes directieleden en negentien nationale bankgouverneurs.

Aan de ene kant groeit de druk op ECB-president Mario Draghi om méér te doen. Zijn belangrijkste maatregelen tot dusver – een reeks renteverlagingen en een groot opkoopprogramma van obligaties – sorteren te weinig effect.

Aan de andere kant: hebben extra maatregelen wel zin? 2016 kan eigenlijk nu al het jaar genoemd worden waarin het geloof in het kunnen van de ECB en andere centrale banken wegebde. Na de recente beurscrisis vragen beleggers zich steeds vaker af of centrale bankiers de problemen nog wel de baas zijn. En zelfs of zij de problemen met hun lage rentebeleid niet juist verergeren.

Dit zijn drie dilemma’s voor Draghi:

1. Extra obligaties kopen betekent verdeeldheid in ECB-bestuur

Draghi kan aandringen op uitbreiding van het opkoopprogramma van overheidsobligaties van de ECB. Maar zo’n stap zal leiden tot nieuwe, waarschijnlijk forse spanningen binnen het bestuur.

In elk geval tot en met maart 2017 koopt de ECB maandelijks 60 miljard euro aan schuldpapier op (‘kwantitatieve verruiming’).

De ‘duiven’ binnen het bestuur, die een actieve rol van de ECB in de economie voorstaan, verwachten veel van dit beleid. Het idee is dat de rentes op obligaties dalen en, in het kielzog daarvan, ook andere marktrentes. Zo moet meer geld in de economie stromen.

De ECB kan besluiten meer obligaties per maand te kopen, de einddatum te verlengen of nieuwe typen obligaties in te slaan, zoals bedrijfsobligaties.

Maar Draghi en andere duiven vinden de ‘haviken’ op hun weg. Dat zijn onder anderen Klaas Knot, de baas van De Nederlandsche Bank, en Jens Weidmann, zijn Duitse collega. Zij verzetten zich al langer openlijk tegen kwantitatieve verruiming, een paardenmiddel waarvan ze niet alleen de effectiviteit in twijfel trekken, maar ook riskant vinden. Het zou financiële zeepbellen in de hand werken.

De belangrijkste duiven en haviken in het ECB-bestuur, en de grootte van hun invloed:

Sinds de jaarwisseling zijn er dingen gebeurd die beide kampen van munitie hebben voorzien. De inflatie valt terug, zullen de duiven benadrukken, dus we moeten meer doen. Maar ook de schommelingen op de markten nemen toe, zullen de haviken antwoorden. Dus laten we vooral voorzichtig blijven.

2.  Verdere renteverlaging betekent extra problemen voor banken

Het andere belangrijke instrument van Draghi om de inflatie op te stuwen: steeds lagere rentetarieven van de ECB. Dat was tot voor kort minder controversieel. Maar juist de voorbije weken zijn de zorgen over dit instrument toegenomen – zelfs onder de duiven. De reden: de kwetsbaarheid van de banken, die steeds meer last hebben van vooral de negatieve ECB-depositorente (minus 0,3 procent). Dat betekent dat banken effectief een boete betalen als ze hun overtollige reserves ‘parkeren’ in Frankfurt. Het minustarief is bedoeld om banken aan te sporen het geld uit te lenen aan burgers en bedrijven. Maar doordat er te weinig vraag is naar krediet, moeten de banken toch vaak bij de ECB aankloppen. En daar worden ze aangeslagen.

Als uitweg uit dit dilemma – negatieve rentes helpen de economie, maar schaden de banken – staat nu een getrapt model ter discussie, waarbij banken alleen voor een deel van hun tegoeden een boete betalen. Ook kan het bankwezen worden gecompenseerd met extra goedkope leningen door de ECB.

3. Markten tevreden stellen betekent doorgaan op onzeker pad

Op de achtergrond speelt een dieper dilemma. Niets doen, of te weinig doen, is voor Draghi geen optie: beleggers hebben een mix van bovenstaande maatregelen al ingecalculeerd. De ECB-topman wil koste wat kost een herhaling van de vergadering van december voorkomen. Toen deed het ECB-bestuur minder dan verwacht, waarna de koers van de euro omhoog schoot. En dat is slecht voor de economische groei (export wordt duurder) en voor de inflatie (import wordt goedkoper).

Maar doet Draghi weer meer van hetzelfde, dan negeert hij de kritiek op het lage rentebeleid van centrale banken, die steeds luider wordt. De Bank voor Internationale Betalingen (BIS), zeg maar de ‘bank van centrale banken’, stelde zondag in een rapport dat er „grote onzekerheid” bestaat over de effecten van nóg lagere rentes.

Ongetwijfeld hebben de 25 ECB-bestuursleden het rapport van deze gezaghebbende instelling gelezen.