144 paarden voor Willem-Alexander

Het koninklijk paar bezoekt Parijs om de goede relatie met Frankrijk te bevestigen. Gedoe met die Rembrandts? Dat is alweer vergeten.

Een van de Rembrandts waar Frankrijk en Nederland om streden. Foto ANP/BART MAAT

In het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken in Parijs hangt sinds 5 januari prominent een Nederlands schilderij: een doek van Pieter Gerardus van Os met daarop een leeuw uit de menagerie van de Hollandse koning Lodewijk Napoleon. Het komt uit de collectie van het Rijksmuseum en hing eerder in de Parijse woning van Nederlands ambassadeur Ed Kronenburg. Bij de aftrap van het EU-voorzitterschap werd het op initiatief van de ambassadeur verplaatst naar het ministerie.

Het schilderij van de „lion franco-néerlandais” staat „symbool voor de goede Frans-Nederlandse relaties”, zei Kronenburg bij de presentatie tegen (de nu vertrokken) minister Laurent Fabius. Die zei dat Frankrijk „zeer gevoelig voor dit gebaar” was.

Kort voor het eerste staatsbezoek van een Nederlands staatshoofd aan Frankrijk in 25 jaar heeft de ambassadeur enig recht van spreken. De Franse president Hollande bezocht Nederland in 2014, en deze woensdagavond arriveren koning Willem-Alexander en koningin Máxima voor een tegenbezoek in Parijs. De met veel ceremonieel omklede ontvangst – zoals een escorte van 144 paarden op een met Nederlandse vlaggen versierde Champs-Élysées – illustreert de steeds hechtere samenwerking op politiek (EU, politie en justitie), militair (Mali) en vooral economisch vlak.

Diplomatiek ongemak

Het in bruikleen geven van een werk van het Rijksmuseum moest de lucht klaren na het Frans-Nederlandse getouwtrek om Rembrandts huwelijksportretten, waarbij juist het Rijks in Franse ogen een dubieuze rol speelde. Dat was een „snoeihard machtsspel”, kopte De Telegraaf in een stuk over de „liefde” voor Frankrijk die „al tientallen jaren koel en moeizaam” zou zijn. Van oud-vicepremier Jorritsma, die Jacques Chirac een „engerd” noemde, tot de vermeende greep in de KLM-kas door Air France: alle rimpelingen en stereotypen kwamen aan bod. Op de ambassades in Den Haag en Parijs liep na jaren diplomatiek kneedwerk het ongemak op.

„In elke hechte familie is wel eens strijd over het erfgoed”, lacht Bérengère Poletti, voorzitter van de Frans-Nederlandse vriendschapsgroep in het Franse parlement. Ze betreurde het gedoe om de Rembrandts, maar ze benadrukt hoeveel intensiever de banden de laatste jaren geworden zijn: ministersbezoeken over en weer en sinds 2013 is er ook weer vaker contact tussen parlementariërs.

Frankrijk, zegt ze, kan leren van de Nederlandse handelsgeest, die tot haar verbazing zelfs regelmatig tot de deftige ambassadeurswoning doordringt. In het kielzog van het koninklijk paar reist ook deze week een forse bedrijvenmissie mee. Ze hoopt dat de socialisten van Hollande ook voor economische hervormingen wat vaker naar Nederland kijken.

„We zitten in een tamelijk goede periode nu”, vindt ook Pierre Ménat, tot 2014 Frans ambassadeur in Den Haag. „Er is op alle fronten intensief overleg. Dat is wel eens anders geweest”, zegt hij. Er zijn „natuurlijk grote culturele verschillen”, waardoor het Nederlandse buitenlands beleid eerder naar Duitsland of het Verenigd Koninkrijk helt. „Maar we hebben meer gemeen dan we denken. Beide landen stonden aan de basis van de EU en kampen nu met vergelijkbare kritiek. Het is goed daarover te spreken.”

En wat de Rembrandts betreft: „Tout est bien qui finit bien”, vindt Poletti’s Nederlandse evenknie Ton Elias (VVD). Die zijn, zoals de Fransen wilden, uiteindelijk gezamenlijk aangekocht. Donderdag zullen de koning en president Hollande de doeken in het Louvre bezichtigen. „Het is allemaal opgelost en vergeten”, meent Elias. „Ondanks hun economische malaise beginnen we hier in Nederland eindelijk in te zien dat Frankrijk zowel economisch als politiek een verdraaid belangrijk land is. Daar kan ik alleen maar blij mee zijn.”