Wij van de kauwgom adviseren: kauwgom

Een stukje kauwgom kan bacteriën wegvangen uit het speeksel, maar het bewijs dat dit gunstig is voor het gebit is erg mager.

Kauwgom is een bacterievanger in de mond. Al in de eerste minuten raken wel honderd miljoen eencellige mondbewoners verstrikt in het kauwgompje. Dat is naar schatting tien procent van het totaal aantal bacteriën in het speeksel, schrijft Stefan Wessel in zijn proefschrift waarop hij morgen in Groningen promoveert.

Het onderzoek van Wessel is gesponsord door de Amerikaanse kauwgomfabrikant Wrigley. De promotoren, Henny van der Mei en Henk Busscher, zijn beiden verbonden aan het consultancybedrijfje SASA dat onder meer kauwgomfabrikanten adviseert. Die mogelijke belangenverstrengeling wordt gemeld.

Het proefschrift valt gunstig uit voor kauwgom, maar het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd, verzekert Wessel aan de telefoon. „Wrigley was betrokken bij de proefopzet en leverde de materialen, maar bemoeide zich niet met de conclusies.”

Toch rijst de vraag hoe betrouwbaar dit onderzoek is. Hoogleraar biostatistiek van het LUMC in Leiden Jelle Goeman, zelf niet bij het onderzoek betrokken, vindt het opvallend dat er zo weinig proefpersonen zijn gebruikt: niet meer dan tien en soms zelfs maar vijf. „Dat zie je wel eens in studies naar zeldzame ziekten, en als er dan grote verschillen zijn tussen twee behandelingen, kun je die toch aantonen. Maar bij subtiele effecten kom je er niet met zo weinig deelnemers.”

Wessel probeerde verschillen aan te tonen tussen twee kauwgoms met een antibacteriële toevoeging (magnoliaschorsextract en natriumhexametafosfaat). Maar na vier weken vond hij geen afname van het aantal bacteriën in de tandplak van de proefpersonen. Wel was de diversiteit van de bacteriën toegenomen, wat Wessel opvatte als een verschuiving in een „gezondere richting.”

Wessel licht toe dat bij ontsteking in de mond bepaalde bacteriesoorten gaan overheersen en de samenstelling eenzijdiger wordt. „Meer diversiteit zegt meer over de gezondheid van het gebit dan het aantal bacteriën.”

Wessel zegt dat zijn onderzoek uit noodzaak kleinschalig was, omdat hij de proeven grotendeels alleen uitvoerde. „Het was een pilot, meer deelnemers was beter geweest.”

Maar nu geeft het onderzoek geen uitsluitsel, zegt Goeman: „Met zo’n beperkte studie is heel moeilijk vast te stellen of er verschil was.”

In een proef die vorig jaar is gepubliceerd in PLOS One (20 januari 2015) moet Wessel veel aannames doen om tot een conclusie te komen. In plaats van zelf te meten haalde hij getallen over de concentratie mondbacteriën uit de literatuur. Zo berekende hij dat kauwgom eentiende van de mondbacteriën wegvangt.

Goeman zet er kantekeningen bij: „Als je een waarde uit de literatuur als een soort natuurconstante gaat gebruiken, moet je natuurlijk ook de statistische onzekerheid van dat getal meenemen. Zeker met – zoals in dit geval – slechts vijf proefpersonen, moet je rekenen met een grote betrouwbaarheidsmarge.”

De promovendus werkt inmiddels aan een ander project, als postdoc bij dezelfde vakgroep Biomaterialen in Groningen. „Ik hoop dat het kauwgomonderzoek nog door een ander wordt voortgezet. Het blijft een mooi idee om met suikervrije kauwgom slechte bacteriën uit de mond te verwijderen.”