Vrouw vaker parttimer omdat ze zich druk voelt

Man en vrouw zijn even druk, maar zij geniet minder van haar vrije tijd.

Hoe komt het dat in Nederland zo veel vrouwen in deeltijd werken? Over die vraag buigen onderzoekers zich al jaren. Een deel van het antwoord, blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), is dat ze in hun vrije tijd minder ontspannen dan mannen. Ze voelen zich meer gejaagd door een voortdurend verantwoordelijkheidsgevoel voor het gezin en het huishouden, maar hun vrije tijd is ook meer versnipperd dan die van mannen.

Opvallend is dat dit geldt voor alle vrouwen. Als ze geen kinderen hebben, of oudere kinderen, werken ze ook niet meer uren.

Als de kwaliteit van hun vrije tijd beter was, zouden volgens de onderzoekers (meer) vrouwen meer werken. Daardoor zou ook de economische zelfstandigheid van vrouwen groter kunnen worden.

Het SCP deed onderzoek in opdracht van de overheid, die meer vrouwen aan het werk wil krijgen. Driekwart van de Nederlandse vrouwen met een baan werkt in deeltijd, gemiddeld zo’n 26 uur per week. Slechts de helft van de vrouwelijke beroepsbevolking verdient meer dan 900 euro per maand en is daarmee economisch zelfstandig. Uit CBS-onderzoek dat deze dinsdag wordt gepubliceerd, blijkt dat ook bij de groep vrouwen die het meest werkt – hoog opgeleide dertigers – in 2015 slechts 37 procent een voltijdbaan had. Bij de mannen is dat 87 procent.

Opgeteld zijn vrouwen evenveel tijd kwijt aan betaald en onbetaald werk (huishouden en zorg voor kinderen) als mannen. Maar hun vrije tijd is meer versnipperd. Ook doen ze vaker huishoudelijke klusjes tijdens het ontspannen en brengen ze een groter deel van hun vrije tijd in gezelschap van hun kinderen door. Vrije tijd en werk lopen, kortom, bij vrouwen meer door elkaar dan bij mannen.

Mogelijk willen vrouwen, nadat ze al hun hele werkende leven het gevoel hebben in een spitsuur te verkeren, eindelijk meer tijd voor zichzelf. Het kan ook zijn, zegt SCP-onderzoeker Wil Portegijs, dat hun werkgever ze niet meer uren wil geven, of dat de ontwikkeling allang uit hun loopbaan is. „Of dat ze de zorg voor hun kinderen, als ze die hebben, vervangen door mantelzorg voor hun ouders.”