Vrouw aan de muur

In de senaatskamer van de Universiteit Leiden zijn voor Internationale Vrouwendag alle portretten van mannen vervangen door vrouwen. Want daar hing, tussen 117 mannen, maar één vrouwelijke hoogleraar.

Normaal hangen hier alleen mannen, "want je moet een goede wetenschappelijke reputatie hebben, je moet dood zijn, en je moet door een redelijk goede schilder geportretteerd zijn", zegt Willem Otterspeer. Foto Roos Pierson

Als het gelukt was om álle 104 nog levende Leidse vrouwelijke hoogleraren op tijd gefotografeerd te krijgen, de zittende en degenen die al met emeritaat zijn, dan was dat dus nóg niet genoeg geweest. Niet genoeg om alle 117 geschilderde portretten van mannelijke wetenschappers en dat ene vrouwenportret in de senaatskamer van het Leidse academiegebouw te bedekken met foto’s van hedendaagse vrouwelijke wetenschappers. „Het is opvallend dat je het dan nog niet redt”, zegt Judi Mesman, hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Leiden. Nog geen kwart van de Leidse hoogleraren is vrouw (23 procent; landelijk is het 17 procent).

Dat er vrijwel alleen olieverfschilderijen van mannen in de senaatskamer hangen, is historisch zo gegroeid. „Het is een selectie, het puikje van onze professoren van vier eeuwen”, zegt Willem Otterspeer, hoogleraar universiteitsgeschiedenis aan de Universiteit Leiden en conservator van het Academisch Historisch Museum. Je moet aan een aantal criteria voldoen om in de senaatskamer te mogen hangen, vertelt hij: „Je moet een goede wetenschappelijke reputatie hebben, je moet dood zijn, en je moet door een redelijk goede schilder geportretteerd zijn.” Hieronymus van der Meij (1687–1761) schilderde vanaf 1735 de eerste portretten in de galerij. Er wordt regelmatig een portret vervangen, zo komt er ‘vers bloed’ in, maar er hangt nog steeds maar één vrouw: Sophia Antoniades, in 1929 de eerste Leidse vrouwelijke hoogleraar (Grieks). „We proberen het wel in te halen”, zegt Otterspeer. „Er zit een enorme vertragingsfactor in.” „De meeste van die schilderijen”, zegt Judi Mesman, „dateren uit de tijd dat vrouwen nog geen hoogleraar kónden worden.”

Hoe dan ook: de galerij van mannen is tijdelijk aan het zicht onttrokken. Op 8 maart, Internationale Vrouwendag, wordt een volledig getransformeerde senaatskamer onthuld met 99 foto’s van vrouwelijke hoogleraren. En op 19 plekken zijn de klassieke olieverfschilderijen bedekt met uitleg over het project en met afbeeldingen van lege stoelen met het woord ‘vacature’ erbij.

Tegen seksisme in de wetenschap

Het project, met de titel Ruimte voor Vrouwen!, is een initiatief van Eveline Crone, Naomi Ellemers, Judi Mesman en Ineke Sluiter, vier hoogleraren die zich onder de naam Athena’s Angels inzetten tegen seksisme in de wetenschap. Ellemers is sinds september universiteitshoogleraar in Utrecht, de andere drie zijn verbonden aan de Universiteit Leiden. Op hun website athenasangels.nl verzamelen ze nieuws, anekdotes en cijfermateriaal over genderdiscriminatie in de wetenschap. „Om te laten zien: kijk, er is echt wel wat aan de hand”, zegt Mesman.

Mannelijke wetenschappers verdienen bijvoorbeeld meer dan vrouwen voor hetzelfde werk, krijgen vaker subsidiegeld en bij elke stap hoger op de universitaire carrièreladder vallen meer vrouwen dan mannen af. Moeilijker te kwantificeren zijn de seksistische opmerkingen die vrouwelijke wetenschappers te verduren krijgen, zoals „bent u de secretaresse van de hoogleraar?”, „je bent slimmer dan je eruitziet” of (toen een vrouw haar zwangerschap meldde): „heb je niet van voorbehoedmiddelen gehoord?”.

Het is belangrijk om voortdurend aandacht te blijven vragen voor zulke ongelijkheden, zegt Mesman. „Zodat mensen niet denken dat het wel meevalt, maar misschien juist: hé, zo gaat het bij ons ook. Bij Nederlandse universiteiten, maar ook bij het ministerie van OCW, bij de Koninklijke Akademie van Wetenschappen, en bij [wetenschapsfinancier] NWO heb je talloze kamers en gangen waar alleen maar portretten van mannen hangen. Dat houdt de automatische associatie in stand dat dé wetenschapper een man is.”

Dat is een vorm van impliciet, ‘verborgen’ seksisme: niemand zegt hardop dat vrouwen niet goed genoeg zijn, maar er wordt toch aan hun motivatie en werkplezier geknaagd. Vrouwen voelen zich in zo’n omgeving minder thuis, zegt Mesman: ze hebben minder het idee dat ze erbij horen. „En ook mannen hebben dan minder het idee dat vrouwen erbij horen.”

De eerste actie van Athena’s Angels, nog voor ze zich zo noemden, was eind 2014, toen het ministerie van OCW één fotopagina met louter mannelijke wetenschappers had opgenomen in de Wetenschapsvisie 2025 – de vier maakten toen zelf een alternatieve fotocollage met louter vrouwen.

Het project in de Leidse senaatskamer is geïnspireerd op een Brits voorbeeld: anderhalf jaar geleden werden de portretten van ‘dode witte mannen’ in de grote zaal van Hertford College, Oxford, vervangen door vrouwen, om te markeren dat veertig jaar daarvoor, in 1974, de eerste vrouwelijke studenten waren toegelaten.

In oktober stelden Athena’s Angels voor om een vergelijkbaar project in de Leidse senaatskamer te herhalen. Het Leidse College van Bestuur (Carel Stolker, Simone van Buitendijk en Willem te Beest) reageerde enthousiast en hielp door coördinatie en faciliteiten te bieden. Fotograaf Angela Verdam portretteerde zoveel mogelijk Leidse vrouwelijke (oud-)hoogleraren. En prinses Beatrix, die in 2005 een eredoctoraat van de Universiteit Leiden kreeg, stemde toe om het oude portret van Willem van Oranje boven de schouw door een portret van haar te vervangen. Een print van het portret van de enige vrouw die normaal gesproken in de senaatskamer hangt, Sophia Antoniades, in 1929 de eerste Leidse vrouwelijke hoogleraar, is tijdelijk op een ereplaats gezet, want ook dat schilderij is bedekt.

De moderne vrouwenportretten blijven een maand hangen; daarna zoeken Athena’s Angels en de Universiteit Leiden er een andere, permanente plek voor, aldus Mesman.