Verrassingsalbum Kendrick Lamar is een spirituele reis

Wellicht aangevuurd door zijn Grammy voor beste rapalbum, voor To Pimp A Butterfly (2015), en de lof die hij kreeg voor het dramatische optreden tijdens het bijbehorende prijzengala, heeft de Amerikaanse rapper Kendrick Lamar afgelopen donderdagnacht zonder aankondiging vooraf een compleet nieuw album uitgebracht.

Dat wil zeggen: helemaal nieuw zijn de nummers niet, want zoals blijkt uit hun cryptische titels (untitled 04 08.14.2014) zijn de tracks opgenomen tijdens de sessies voor To Pimp A Butterfly. En zo klinken ze ook, als acht nummers die de eindlijst van To Pimp A Butterfly net niet haalden, maar daar in kwaliteit niet voor onderdoen.

Volgens velen werd de muziekwereld het afgelopen jaar verrast door een hiphoprenaissance. Er was een gevierde film, Straight Outta Compton over raplegendes N.W.A; er was aandacht voor undergroundhelden als A$AP Rocky en J. Cole, en er was de hernieuwde glorie voor Kanye West en zijn nieuwe album The Life Of Pablo.

Maar nu de rook is opgetrokken, blijkt de renaissance voornamelijk te worden gedragen door één man, en dat is de 28-jarige Lamar. Want Lamar, afkomstig uit een slechte buurt van Los Angeles, is de enige rapper die zich in verschillende subculturen beweegt: zowel die van het grote publiek als die van de fijnproevers, van zowel de politiek geëngageerde luisteraar als de doorwrochte muziekliefhebber. Lamar is aantrekkelijk omdat hij uitnodigt in plaats van buitensluit.

Luisteren: dit is het nieuwe onaangekondigde album van Kendrick Lamar

Hij frappeert de rockliefhebber, omdat hij gitaar een vanzelfsprekend aandeel geeft; de jazzliefhebber, omdat hij hoogwaardige jazzelementen (schuifelende ritmes, saxofoonsolo’s) in zijn nummers vlecht. De rapliefhebber omdat hij, als zoon van de gewelddadige voorstad Compton, soepel de hiphopmores incorporeert: van straattaal tot G-funk. En, verrassender, de hitparadeluisteraar, omdat hij een paar gesmeerde singles maakte (King Kunta, Bitch Don’t Kill My Vibe).

Hoogtepunt van de acht ‘nieuwe’ nummers is untitled 06, waarin hij de glijerige sensualiteit van Marvin Gaye combineert met een onderkoeld jazzritme en suspense-achtige strijkers. Lamars woorden verleiden als onbetrouwbare minnaars, waarna de falset van CeeLo Green oprecht mag klinken in het prachtige refrein („I’m bizarre, avant-garde/ both sides of me are evenly odd”). Het album begint niet al te opzienbarend met een adequaat verend 01 en 02, en komt op gang met de onderhuidse dreiging van 03.

07 is een alle kanten op schietende, spirituele reis („Levitate, levitate”) van acht minuten, die eindigt in gelach en geklets in de studio. Uiteindelijk krijgt 07 een profaan antwoord in 08. Dit feestelijke slotakkoord heeft een overtuigende discobeat, deinende koortjes, en brengt de beste momenten van rapcrew Outkast in herinnering.