Veel meer orang-oetans op Sumatra

Na een nieuwe telling is het aantal Sumatraanse orang-oetans flink naar boven bijgesteld. Het zijn er geen 6.600 of 7.300 zoals eerder geschat werd, maar ongeveer 14.600.

Een team van Europese en Indonesische onderzoekers meldde dat vrijdag in Science Advances. De populatie van de ernstig met uitsterven bedreigde Sumatraanse orang-oetan (Pongo abelii) groeit desondanks niet. Door natuurvernietiging, met name voor de aanleg van palmolieplantages en wegen, zal het aantal orang-oetans blijven afnemen, verwachten de biologen.

Er bestaan twee soorten orang-oetans. De Sumatraanse orang-oetan leeft in een gebied dat minder dan half zo groot is als Nederland, op Sumatra. Hij geldt als „ernstig bedreigd” omdat de populatie in 75 jaar met 80 procent is geslonken. Op het eiland Borneo leeft de Borneose orang-oetan (Pongo pygmaeus). Die wordt ook bedreigd door boskap, maar van deze aap zijn er enkele tienduizenden.

De hogere aantallen van de Sumatraanse orang-oetan zijn wel „goed nieuws”, omdat de apen blijken te leven in gebieden die ongeschikt werden geacht: bossen waarin gekapt is, en berghellingen tot 1.500 meter. Dat vergroot hun leefgebied behoorlijk.

De meeste apen leven echter in de veenmoerasbossen in het laagland, zoals al bekend was. Juist die bossen worden gekapt om plaats te maken voor palmolieplantages. De onderzoekers berekenden dat de soort hierdoor tot 2030 met 2.000 à 5.000 dieren zal slinken.

Het onderzoeksteam stond onder leiding van Serge Wich, die hoogleraar is in Liverpool en aan de Universiteit van Amsterdam.