Column

Naar 25 zetels

Met de nodige aarzeling, dat zal iedereen begrijpen, stelde ik mijn vrouw op de hoogte van het feit dat enkele ‘betrokken en bevlogen’ leden van haar geliefde PvdA een actie zijn begonnen om Diederik Samsom weg te krijgen.

Ze wilde me eerst niet geloven, zodat ik gedwongen was uit hun brief voor te lezen. Ze luisterde aandachtig en vouwde toen even haar vingers over haar ogen. „Ik wil hier liever niets over zeggen”, zei ze.

„Geen commentaar?”, vroeg ik.

Ze knikte.

„Dat kun je niet maken”, zei ik. „Je bent, met bijna alle respect, geen Camiel Eurlings of Wim Pijbes. Die kunnen jarenlang op positieve publiciteit geilen, maar hun snor drukken als het moeilijk wordt om iets uit te leggen.”

„Ik word er zo moe van”, zei ze. „Van al die mannetjes in de partij die zich belangrijk maken omdat ze zó bezorgd zijn. Neem zo’n praatjesmaker als Jacques Monasch, die altijd alleen maar aan zijn eigen belang heeft gedacht en voortdurend disloyaal is. In een boek de schuld van de mislukte verkiezingen van 2002 op anderen afschuiven terwijl hij prominent lid van het campagneteam was. Toen ze zo naïef waren hem toch een kans in de Tweede Kamer te geven, begon hij aan de stoelpoten van Cohen te zagen en nu doet hij hetzelfde bij Samsom.”

Ik wees haar erop dat de brief geschreven was door de PvdA-leden Sander Terphuis en Gerard Bosman. „Bosman ken ik niet”, zei ze, „en Terphuis vond ik altijd een erg opgewonden standje. Je kunt toch niet van me verwachten dat ik klakkeloos achter zulke mensen ga staan?”

„Hun initiatief heet ‘Linksom! In de PvdA’, dat moet jou aanspreken.”

„Niet als het beperkt blijft tot deze personen”, zei ze met een beslistheid die mij enigszins deed terugdeinzen. Ik besloot het over een andere boeg te gooien, zij het geen originele: ‘de peilingen’. Ik hoefde maar te volstaan met een cijfer: „Acht…”

„Nou én”, zei ze geprikkeld, „dacht je dat het opeens veel beter werd als Samsom zich nu zou terugtrekken? Ik heb al eerder gezegd: het is toch geen voetbaltrainer? Trouwens, jij zegt altijd dat het ook in de voetballerij zelden werkt.”

Dat kon ik niet ontkennen, maar ik voegde eraan toe dat ik al na de verkiezingsnederlaag van de PvdA in maart 2014 geschreven had dat Samsom beter kon vertrekken.

„Ik vond het toen te vroeg”, zei ze, „en ik vind het nu ook nog te vroeg. We zitten midden in een diepe vluchtelingencrisis die Europa bedreigt, er staat ook een belangrijk referendum op de agenda waarin de PvdA een leidende rol moet zien te spelen. Laat Samsom zelf bepalen of hij zich in oktober weer kandidaat wil stellen als lijsttrekker, laat hem eventueel de strijd aangaan met sterke tegenkandidaten.”

„Je dacht toch niet dat Asscher en Aboutaleb hem zullen uitdagen? Dan krijg je een interne strijd waar niemand wijzer van wordt, behalve de andere partijen.”

Ze zuchtte. „Waarom kan in Amerika Hillary Clinton wél in de clinch gaan met Bernie Sanders? Dat schept toch duidelijkheid over waar iemand staat? En het is nog spannend ook.”

„Akkoord”, zei ik, „we maken er een lijsttrekkersstrijd van tussen Samsom, Aboutaleb, Asscher en Timmermans.”

„Daarna komen we in de peilingen op 25 zetels”, zei ze zelfverzekerd.