Muse imponeert met verpletterend technisch vernuft

Muse in de Ziggo Dome foto ANP/ KIPPA Paul Bergen

Met een twee uur durende show, een reusachtig podium en een verpletterend vertoon van technisch vernuft, bewees de Britse band Muse gisteravond dat het fenomeen live-concert nog altijd nieuwe mogelijkheden heeft. En hoewel Muse een symfonisch soort rock speelt en visueel geen middel onbenut liet, werden bombast en pathos vermeden.

Nog voor er een muzikant verscheen, was de sfeer in de zaal al betoverd. Begeleid door het instrumentale Drones zweefden vanaf het plafond twaalf manhoge, transparante bollen boven de hoofden van het publiek: synchroon wiegend en draaiend als een luchtballet. Het was de poëtische interpretatie van het onderwerp van hun meest recente, apocalyptische album, Drones, dat gaat over de steriele methodes van de moderne oorlogsvoering.

De podiumopstelling was ongewoon: een drietal kleinere podia over de lengteas van de zaal, waar het publiek omheen staat en zit. Iedereen had zicht op de bandleden, want het middelste podium kon draaien als een uitvergrote platenspeler, en bassist Chris Wolstenholme en zanger/gitarist Matt Bellamy zwierven uit over de andere verhogingen.

Muse, opgericht in 1994, speelt technocratische rock waarin Bellamy’s gierende stem een duivelse opwinding veroorzaakt. De muziek zit vol arpeggio’s en melodische uitweidingen van galmende gitaar of keyboard, alles omlijst door strak afgepaste ritmiek.

De eerste liedjes van het concert van gisteravond, de eerste van drie uitverkochte optredens in de Ziggo Dome, lieten Muse nog horen als doorsnee rocktrio. Maar vanaf Dead Inside bloeiden de nummers open. Een keyboardspeler verscheen tot aan zijn middel in het ronde podium. En er rees een vleugel op uit een van de kleinere podia, waarop Bellamy zijn barokke partijen speelde om vervolgens met vleugel en al te worden verzwolgen. De ‘industriële’ kant van Muse kreeg ruimte, bijvoorbeeld in het keiharde geluid als van een klepperende nietmachine dat dienst doet als ritme in Resistance. En een frivolere Bellamy zong met discofalset in Supermassive Black Hole.

Dat Muse zich niet laat ringeloren door de eigen techniek, blijkt uit het feit dat de groep niet iedere avond dezelfde nummers speelt - ongewoon voor een band op deze schaal. Ze gebruiken de technische mogelijkheden - de drones, de bijzondere projectieschermen - niet meer dan nodig. Het beeld van drie in het zwart geklede muzikanten die ronddwalen over de podia omringd door ragfijne schermen waarop waterdruppels en ruimtebeelden getoond worden, was indrukwekkend. Als pioniers op een nieuwe, misschien betere, planeet.

Muse staat dit jaar op Lowlands, dat maakte festivaldirecteur Eric van Eerdenburg maandag bekend in de radioshow van Giel Beelen op 3FM.