....maar de prijs is nu al hoog

Terwijl de Turkse premier Davutoglu zijn Europese collega’s in Brussel voorhield dat vrijheid van meningsuiting ‘een gedeelde waarde’ is, maakte president Erdogan nog eens duidelijk wat hij onder persvrijheid verstaat. Nadat de krant Zaman, een van de laatste nieuwsmedia die niet aan zijn leiband lopen, werd gemuilkorfd, was het gisteren de beurt aan Cihan, een persbureau. Op last van een rechtbank werden daar dezelfde bewindvoerders aangesteld.

Zaman en Cihan maken deel uit van de Feza Media-groep, die banden heeft met Fethulla Gulen, een voormalige medestander van Erdogan die nu in ballingschap in de Verenigde Staten leeft.

Zaman was de grootste krant van het land, en ooit regeringsgezind. Er is een Engelstalige website en een Nederlandse editie. Sinds een paar jaar schrijft Zaman wat Recep Tayyip Erdogan niet wil horen. Dat hij in de Syrische crisis slimmer had kunnen optreden, bijvoorbeeld. En dat het neerhalen van een Russisch vliegtuig, een reactie op een provocatie, te vermijden was geweest. Het is ook de krant die in 2013 meldde dat tientallen aan Erdogans AK-partij gelieerde functionarissen miljoenen verdienden aan het ontduiken van het handelsembargo met Iran. Zij gaan vrijuit.

Na het sluiten van een reeks onwelgevallige kranten en tv-stations heeft Turkije nauwelijks nog een vrije pers. Andere nieuwsmedia doen aan zelfcensuur. Het OM vervolgt op last van de regering journalisten. Toen de hoogste rechtbank twee van hen in vrijheid stelde, zei Erdogan dit besluit niet te zullen erkennen. In Erdogans Turkije lijkt de scheiding der machten opgeheven.

De internationale reactie op de gelijkschakeling van Zaman was pijnlijk mat. EU-buitenlandcommissaris Mogherini liet slechts weten dat Turkije „hoge democratische standaarden en praktijken dient na te leven en uit te dragen, waaronder vrijheid voor de media”. Het heeft er alle schijn van dat Europa zijn kritiek afzwakt uit vrees een akkoord over de vluchtelingencrisis mis te lopen.

Het is waar dat de Europese Unie pragmatisch moet opereren. Maar dat kan niet betekenen dat het de openlijke minachting van de waarden waarop de Unie is gebaseerd dient te accepteren. Een Unie waartoe Turkije bovendien zegt te willen toetreden en waarover nu versnelde onderhandelingen zullen beginnen.

Op korte termijn hoopt Erdogan uit de relatie met Europa winst te kloppen, zoals toestemming voor Turkse toeristen om zonder visum naar Europa te reizen. Dat geeft de EU een diplomatieke hefboom. Erdogan dwingen zijn antidemocratische instincten te beteugelen vraagt politieke moed. Maar vooral een visie op de relatie met Turkije op langere termijn, voorbij de vluchtelingencrisis.