Kalmte, moed en wijsheid

Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd van Amsterdam naar Princeton, in de VS. Ze schrijft wekelijks over wat haar daar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

‘God, verleen ons de kalmte om de dingen te aanvaarden die niet veranderd kunnen worden, de moed om de dingen te veranderen die veranderd moeten worden, en de wijsheid om het ene van het andere te onderscheiden.”

Dit beroemde Serenity Prayer schreef de Amerikaanse theoloog en predikant Reinhold Niebuhr in de jaren dertig. Het heeft zich sindsdien onstuitbaar over de wereld verspreid. Vrijwel iedereen kent het in een of andere variant of taal. Het wordt in kerken voorgelezen, in grafstenen gekerfd, op mokken gedrukt. Zowel president Clinton als Obama heeft gezegd hoeveel steun ze bij dit gebed vinden.

Zelf herinner ik het me van een poster bij een vriendin boven de keukentafel. Geschreven in zwierig schuinschrift met op de achtergrond een zonsopgang.

Ik vraag mijn buurvrouw, uitgeefster Elisabeth Sifton, dochter van Reinhold Niebuhr, of ze deze populariteit kan verklaren. Ze haalt een hand door haar grijze haar. „Het begon als een gebed dat mijn vader in zijn kerk voorlas. Op een dag woonde een bevriende dominee de dienst bij en werd erdoor geraakt. Hij vroeg of het leger de tekst mocht opnemen in een gebedenboek dat naar Amerikaanse soldaten in Europa werd gestuurd.”

Ze loopt naar haar bureau om een smoezelig boekje te pakken. Haar bescheiden huis is sober ingericht. Weinig meubels, overal boeken. Op tafel liggen de verzamelde werken van haar vader. „Later werd hij benaderd door de Alcoholics Anonymous, een wereldwijde organisatie die mensen helpt van de drank af te komen. Ze namen het, in aangepaste vorm, als hun credo op.”

„Langzaamaan vergat men dat mijn vader het gebed geschreven heeft. Zo beweren katholieken dat het van Sint-Augustinus is. Mijn vader maakte zich daar niet zo druk om. Maar vlak voor hij stierf, in 1971, hoorden we dat een Duitser, nota bene een met nazisympathieën, beweerde dat hij het gebed had geschreven. Dat voelde als groot onrecht jegens mijn vader, een man die zijn leven lang tegen het nazisme gestreden heeft.”

Ze vervolgt: „Nu mijn ouders niet meer leven, voel ik me de hoeder van het gebed. In mijn boek, The Serenity Prayer, Geloof en politiek ten tijde van vrede en oorlog, ga ik in op de ontstaansgeschiedenis.”

„Raakt het gebed u nog steeds?”, vraag ik. Ze glimlacht. „Ik heb moeite met de kitsch eromheen”, zegt ze. „Hallmark is ermee aan de haal gegaan. Je kunt weinig dingen bedenken waar het gebed niet op gedrukt staat. Ansichtkaarten, armbanden, kerstballen. En geloof het of niet, er lopen nogal wat mensen rond met een tattoo van het gebed.”

Ze pakt haar computer en er verschijnt voor mijn ogen een verzameling mensen met tatoeages. „Kijk”, zegt ze, „deze man heeft de hele lap tekst op zijn rug staan, met rode roosjes eromheen. Zie je die ontstoken randjes naast de inkt?”

„En dit”, zegt ze. We zien een meisje dat haar hoofd optilt om haar hals te laten zien. Daarnaast een tengere enkel, waar boven een wit sokje het gebed staat.

Ze klapt de computer met een ferme beweging dicht. „Maar gelukkig hebben de woorden van mijn vader niets aan kracht ingeboet. Kalmte, moed en wijsheid. Het blijft relevant.”

„Nu meer dan ooit?”, vraag ik, met een half oog op The New York Times waar Trump weer eens op de voorkant prijkt. Ze schudt haar hoofd. „Helaas is er nooit een tijd geweest waar Amerika geen behoefte heeft gehad aan kalmte, moed en wijsheid.”