Hoor je straks een econoom? Vraag eerst wat hij stemt

Nodig vandaag een rechtse econoom uit te praten over werkloosheidsbestrijding, morgen een linkse. Wedden dat ze totaal verschillende feiten op tafel leggen.

Foto ANP

Nederlandse economen zijn - dus toch - sterk verdeeld over cruciale vraagstukken als de bestrijding van een recessie en het nut van de euro. En: politieke voorkeuren hebben een sterke invloed op de uitspraken die deskundigen doen. Dat blijkt uit een enquête onder Nederlandse economen, gepubliceerd op website Me Judice.

Wees gerust. In de natuurkunde blijft de lichtsnelheid 300.000 kilometer per seconde, of de natuurkundige die erover praat nu VVD of PvdA stemt. Maar bij economen ligt dat anders. Nodig de ene dag een rechtse econoom uit om op tv te praten over immigratie, de oplossing voor de crisis of werkloosheidsbestrijding, en de volgende een linkse: uit de enquête blijkt dat ze waarschijnlijk totaal verschillende feiten op tafel leggen.

Die uitkomst komt economische criticasters goed uit. Die zeggen al jaren dat economie eigenlijk geen wetenschap is. Ze vragen zich bijvoorbeeld af waarom economen de vorige crisis niet hebben zien aankomen en het nog steeds niet eens kunnen worden over de beste manier om de economie aan te zwengelen. Harry van Dalen, hoogleraar economie aan de Universiteit Tilburg en een van de auteurs van het onderzoek: “We moeten af van het idee dat economie een harde wetenschap is. Economie gaat over mensen en die zijn grillig. Daarom zullen we het waarschijnlijk nooit eens worden over een allesverklarende economische theorie.”

Over sommige dingen zijn ze het wel eens

Niet dat Nederlandse economen het nérgens over eens kunnen worden. Het nut van overheidsingrijpen wordt bijvoorbeeld breed gedeeld, blijkt uit de enquête waarin 713 economen hun mening wordt gevraagd over veertien economische stellingen. 78 procent onderschrijft de stelling: “het overheidsbeleid inzake belastingen en uitgaven kan een effectief instrument zijn in het stabiliseren van de economie”. “Dat hebben we denk ik geleerd van de crisis”, zegt Van Dalen. “Overheidsingrijpen kan echt werken in een economische noodsituatie.”

Een redelijke consensus (74 procent) is er ook over de stelling “een marktsamenleving genereert in de praktijk meer groei en welvaart dan een socialistische samenleving”. Die afkeer van het socialisme verbaast Van Dalen niets: “veel economen stemmen D66″.

Alle vragen uit de enquête:

Linkse en rechtse economen

Maar over de meeste onderwerpen is de Nederlandse economische gemeenschap het roerend oneens. De aanpak van de eurocrisis bijvoorbeeld. “De euro en de EMU bieden een superieur mechanisme in vergelijking met een flexibele wisselkoersregime in de verschillende lidstaten” (32 procent eens, 44 procent oneens). En: “Ruim monetair beleid is een effectief instrument om een recessie te bestrijden” (voor 21 procent, tegen 45 procent).

In maar liefst tien van de veertien stellingen speelt de politieke voorkeur een rol in de mening van de economen. Zo zijn de meeste rechtse economen het eens met de stelling “een minimumloon verhoogt de werkloosheid onder jonge en ongeschoolde werknemers”. Linkse economen juist niet.

Als het over immigratie gaat zien linkse economen meer baten dan kosten voor een gastland, terwijl rechtse economen sterk verdeeld zijn. Dat laatste vinden de onderzoekers nog wel het meest verbazingwekkend omdat rechtse economen toch eerder voor open markten zijn. “Blijkbaar gelden voor dit onderwerp toch net andere regels.”

Noord-Koreaanse overeenstemming

De mening van een econoom valt dus goeddeels te voorspellen op basis van wat hij stemt. Hoe komt dat? Van Dalen (zelf CDA’er): “Veel economische vraagstukken liggen op de scheidslijn tussen links en rechts. Werkt de markt perfect, of faalt de markt en moet de overheid ingrijpen? Ben je voor volledige keuzevrijheid of denk je dat het beter gaat in een geplande economie? Het is niet gek dat je wereldbeschouwing ook je economische zienswijze beïnvloedt.”

De Tilburgse hoogleraar wilde met het onderzoek zichzelf en zijn collega’s scherp houden. “We weten nog steeds heel veel niet, daar moeten we eerlijk voor uitkomen. Maar zolang er discussie is leren we wel. Ik zou het echt verontrustend vinden als alle economen het op z’n Noord-Koreaans met elkaar eens waren.”