Gelukkig de boer die nog een opvolger vindt

Als boerenzoon volgde je vroeger je vader op. Nu stopt de ene boer na de andere. Waarom zetten jonge mensen soms toch het familiebedrijf voort?

Suzanne Ruesink

Wie wil er nog boer worden in deze onzekere tijd? Een tijd waarin burgers zowel de kiloknaller omarmen als Wakker Dier? Een tijd ook waarin de overheid onduidelijk blijft over het mestbeleid en agrariërs al jaren geen eigen ministerie meer hebben? En wie waagt het er nog op in een wereld waarin Rusland zomaar Nederlandse landbouwproducten blokkeert na de ramp met MH17? Waarin onrust in het Midden-Oosten de vraag naar Nederlandse melk doet kelderen? Als duidelijk is dat al die tegenslag diverse boerenbedrijven de komende tijd de das omdoet?

Vroeger was het vanzelfsprekend dat de boerderij overging van vader op zoon. Maar dat was vroeger. Jaarlijks stappen nog slechts 1.250 jonge boeren in het bedrijf van hun ouders, terwijl Nederland 65.000 boerenbedrijven telt. Tussen 2000 en 2013 nam het aantal boerenbedrijven met eenderde af, becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek. Ongeveer de helft van de boeren is ouder dan 55 jaar, één op de vijf zelfs ouder dan 65. Slechts 3,5 procent van alle boeren in Nederland is jonger dan 35 jaar. Europees ligt dat percentage twee keer zo hoog. De Nederlandse boer sterft langzaam uit.

‘Specialist opvolging’ bij het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt Sander Thus maakt zich zorgen over het geringe aantal opvolgers, maar ziet de afname niet gauw stoppen. Veel boerenkinderen zien te weinig inkomensperspectief, lopen aan tegen de maatschappelijke weerstand rond het boerenwerk en hebben geen zin in de voortdurende regeldruk van de overheid, schetst hij. „Ze kiezen ervoor elders gemakkelijker hun geld te verdienen.”

Met het project ‘boer zoekt boer’ probeert het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt bedrijven zonder opvolger te koppelen aan jongeren die boer willen worden, maar thuis geen boerderij hebben. Dat lukt een beetje. En alleen, zegt Thus, als jongeren ruimte wordt gegund. „Want niemand kan uit het niets miljoenen neertellen voor een bedrijf dat niet met zekerheid garant staat voor een fatsoenlijk inkomen.”