Column

Een man

Mijn zus is doorgaans lesbisch maar heeft sinds acht maanden opeens een relatie met een man. De zoontjes die ze zeven en negen jaar geleden kreeg via een anonieme zaaddonor, zijn totaal in de war. Waar het huis jarenlang uitpuilde van de zogenaamde tantes, de één nog mooier en guller dan de ander, is er nu opeens een harig wezen dat na het douchen bloot door de gang loopt.

„Zijn piemel bungelt”, zegt de jongste, die nog nooit een volwassen man naakt zag, huiverend. Ook qua omgang is er sprake van een aardverschuiving. Rob is heel lief tegen mijn neefjes, maar onderwerpt zich niet zo fanatiek aan hen als de vorige vriendinnen van mijn zus deden. Hij zapt soms gewoon weg van het Jeugdjournaal (de jongens in shock) en begint, als ze te lang over Minecraft vertellen, op zijn telefoon te kijken.

De vorige geliefden van mijn zus lieten zich direct inpakken door de kinderen, maar hun grote groene ogen en aandoenlijke piepstemmen ketsen af op de nieuwe man. Ze weten zich geen raad met een volwassen soortgenoot die zich niet laat manipuleren. Ik had de hoop dat het ooit nog wat zou worden tussen mijn zwager en neefjes al opgegeven, tot ik zaterdagochtend bij hen op de stoep stond. Mijn zus deed nog voor ik op de deurbel kon drukken, open.

„Sst, Rob heeft nogal een kater.” Mijn zus en ik drinken niet, en lachen mensen met een hang-over graag uit.

„Een erge?” vroeg ik handenwrijvend. „Overgeven, koppijn, lichtintolerantie?”

„Nog erger”, grinnikte mijn zus. „Kom, de jongens hebben de tijd van hun leven.”

In de keuken zat Rob, die er voor iemand met een kater nog best fris uitzag, op de rode vlekken in zijn gezicht na. Naast hem zat de oudste. Mijn zus gaf hem een knipoog.

„Weet je Rob”, zei hij poeslief, „jij bent mijn grote voorbeeld.”

Robs onderlip begon te wiebelen. Mijn jongste neefje, wimpers als zonnestralen, voegde eraan toe:

„Ik wou dat jij mijn papa was.”

Rob begroef zijn gezicht in zijn handen, de tranen begonnen langs zijn vingers te stromen. De jongens gingen dichter bij hem staan.

„Ik wil met jou naar het Nederlands elftal”, zei de oudste.

„Ik wil mijn spreekbeurt over jou houden”, zei de jongste.

Mijn zwager lag snikkend met zijn hoofd op de keukentafel, snot en slijm trokken in het hout. De jongens grijnsden triomfantelijk naar elkaar.

„Is dit wel verantwoord?” fluisterde ik tegen mijn zus.

„Ja joh”, grinnikte ze, „de jongens zijn al de hele ochtend bezig. Volgens mij beginnen ze hem eindelijk leuk te vinden.”

Terwijl het mes dieper zonk, groeide de liefde. „Je maakt ons gezin compleet”, zei de oudste.