De man die Bin Laden naar Soedan haalde

Hassan al-Turabi haalde de radicale islam de Hoorn van Afrika binnen. „Jullie westerlingen geloven ons islamieten nooit.”

Hassan al-Turabi in Doha, 2005. Foto AP/File

De zaterdag overleden Soedanese moslimideoloog Hassan al-Turabi was een kleine man die vuur kon spuwen. In de jaren negentig zette hij de Hoorn van Afrika in vlam. Turabi en zijn radicale Moslimbroeders militariseerden Soedan en braken radicaal met het verleden, waarin het land juist bekendstond om zijn religieuze tolerantie.

Turabi veranderde Soedan in een islamitisch tuchthuis. Geboren in 1932 in Oost-Soedan, in een geslacht van moslimgeleerden, studeerde hij in Khartoum, Parijs en Oxford en begon hij in de jaren zeventig aan de opbouw van de islamitische beweging in Soedan. Stapje voor stapje, op systematische wijze, slaagde de erudiete en briljante strateeg erin zijn politieke agenda aan Soedan op te dringen. Op universiteiten, in scholen en binnen het leger propageerden de Moslimbroeders hun zuivere islam als alternatief voor het decadente Westen. Gestadig bouwde Turabi de islamitische beweging uit tot ze machtig genoeg was om de regering omver te werpen.

Die staatsgreep in 1989 was de kroon op zijn langetermijnplan. Op knappe wijze verborg Turabi zijn betrokkenheid bij de putsch. Een staatsgreep van islamitische fundamentalisten zou alarmbellen hebben doen rinkelen bij de grote noorderbuur Egypte en in Amerika. Hij schoof de obscure militair Omar al-Bashir als leider naar voren en liet zichzelf vier maanden lang opsluiten. Zo leek hij een slachtoffer van de putschisten, maar in werkelijkheid was hij hun aanvoerder.

Turabi stimuleerde een fanatieke geloofsbelijdenis en gebruikte religie als bezweringsformule om de tegenstander af te slachten. Hij voerde de oorlog tegen christelijke opstandelingen in het zuiden op, via milities. Zijn ideologie van de superieure islam verscheurde het diverse Soedan en leidde uiteindelijk tot de afscheiding van Zuid-Soedan in 2011.

Turabi’s revolutie moest zich over de hele regio verspreiden. Hij richtte in 1991 de internationale Popular Arab and Islamic Conference op en haalde Osama bin Laden en vertegenwoordigers van Hamas en Hezbollah naar Khartoum. Terrorisme werd niet geschuwd. Zoals een poging van de Soedanese geheime dienst in 1995 om de Egyptische president Hosni Mubarak te vermoorden. Soedan leverde ook wapens aan de Oegandese terreurgroep het Verzetsleger van de Heer.

Plakkerig ondergoed

Turabi leek zich altijd te amuseren met westerse journalisten. In zijn wachtkamer drukte zijn assistent me voor aanvang van een interview op het hart om zelf een einde aan het gesprek te maken: „Anders gaat hij maar door, hij valt niet te stoppen.” In één adem ageerde Turabi tegen de westerse politiek, cultuur en geloof en over waarom synthetisch ondergoed in Afrika zo plakkerig zit. Zijn boodschap: we hebben jullie geloof en jullie ondergoed niet nodig.

Turabi was open over zijn missiedrang, maar ontkende samenwerking met terroristen. „Ja, we proberen ons model in Afrika te verspreiden, maar niet door middel van geweld”, zei hij in een gesprek tegen NRC. „Het Amerikaanse televisiestation CNN valt toch ook mijn slaapkamer binnen. Is dat geen imperialistische invasie?”

Op het toppunt van zijn macht, eind jaren negentig, dacht hij zijn discipel Bashir te kunnen wippen om zelf president te worden. Het eerste Afrikaanse land geleid door radicale moslims: dat had tot veel onrust in de regio en in westerse hoofdsteden geleid. Met steun van binnen en buiten het land wierp Bashir zich op als gematigd alternatief en verdreef de ongekroonde koning van Soedan.

Turabi bleef prediken tegen het immorele Westen. „Uw krant zal u niet toestaan de waarheid over Soedan te schrijven”, zei hij. „Uw hoofdredacteur zal de waarheid uit uw artikelen halen en het hele verhaal verdraaien. Jullie westerlingen dragen onbewust een psychologische erfenis van de kruistochten mee. Daarom geloven jullie ons islamieten nooit.”