Bedrijven mogen personeel niet volgen via fitnessarmband

Ook als werknemers vrijwillig de gegevens delen, is dat volgens de Autoriteit Persoonsgegevens in strijd met de wet.

Een man draagt een armband die bijhoudt hoeveel hij beweegt. Foto AJ Mast / AP

Werkgevers mogen niet via fitnessarmbandjes volgen hoeveel hun personeel beweegt of slaapt, zelfs als werknemers vrijwillig aan zo’n experiment meewerken. Tot die conclusie komt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) na het onderzoeken van twee bedrijven. Beide werkgevers zijn daarom gestopt met het verzamelen van de gezondheidsgegevens, aldus de waakhond.

De twee onderzochte bedrijven hadden werknemers een fitnessarmband cadeau gedaan en kregen zo inzicht in hun beweeg- en slaappatroon. Dat is in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), aldus de waakhond. Informatie over beweging en slaappatronen zijn namelijk gevoelige gegevens en daarvoor gelden “strenge wettelijke eisen”, aldus de AP.

‘Nooit écht vrij te kiezen’

Dat het personeel de keuze kreeg om de gegevens te delen, verandert volgens het voormalige College bescherming persoonsgegevens weinig aan de zaak. Mensen die in dienst zijn, hebben namelijk nooit een écht vrije keuze, zo legt een woordvoerder uit:

“Je moet je helemaal vrij kunnen voelen om ja of nee te zeggen. En in een arbeidsrelatie is een werknemer financieel afhankelijk van zijn werkgever. Dan ben je dus niet helemaal vrij.”

Een van de bedrijven waar de Autoriteit Persoonsgegevens op richtte is vastgoedadviseur Colliers, waarover NRC vorige maand schreef. Het concern vond 35 van de 45 werknemers op een afdeling bereid om een jaar lang hartslag, stressniveau en het aantal gezette stappen per dag te meten. Deelname is vrijwillig en het personeel kan elk moment stoppen.

‘Waarom Ajax wel en wij niet?’

Directeur Harold Coenders van Colliers kan de uitspraak van de toezichthouders “wel begrijpen”, maar heeft er ook een paar kanttekeningen bij. “Waarom mag een bedrijf als Ajax wel de fitheid van zijn spelers bijhouden en mogen wij dat niet”, zo stelt hij. “Dat verschil schept een soort spanningsveld.”

Dat de Autoriteit Persoonsgegevens ook het verzamelen van alleen groepsgegevens verbiedt – op afdelings- of bedrijfsniveau bijvoorbeeld – is volgens Coenders eveneens opmerkelijk. Als je die lijn doortrekt komt namelijk ook een collectief onderzoek naar de tevredenheid van personeel onder druk te staan, stelt hij.

Zijn bedrijf heeft overigens een oplossing die volgens hem wél mag: de gegevens van de polsbandjes versturen naar een coach buiten de organisatie. Coenders:

“Die kan ons dan een beeld geven van het welzijn op een afdeling en ook aan de bel trekken wanneer het met een van de werknemers minder gaat.”

    • Joost Pijpker